Einde inhoudsopgave
Uitvoeringswet dataverordening
Artikel 5 Aanwijzing toezichthouders
Geldend
Geldend vanaf 21-11-2025
- Bronpublicatie:
29-10-2025, Stb. 2025, 372 (uitgifte: 20-11-2025, kamerstukken: 36733)
- Inwerkingtreding
21-11-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
29-10-2025, Stb. 2025, 372 (uitgifte: 20-11-2025, kamerstukken: 36733)
- Overige regelgevende instantie(s)
Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Ministerie van Justitie en Veiligheid
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Toezicht
Informatierecht / ICT-recht
1.
Met het toezicht op de naleving van de hoofdstukken II, met uitzondering van de artikelen 4, twaalfde lid, 5, zevende en achtste lid, en 6, tweede lid, onderdeel b, III, IV, artikel 20, en hoofdstukken VI tot en met VIII, en artikel 37, elfde en twaalfde lid, van de dataverordening is belast de Autoriteit Consument en Markt.
2.
Met het toezicht op de naleving van de artikelen 4, twaalfde lid, 5, zevende en achtste lid, 6, tweede lid, onderdeel b, en hoofdstuk V, met uitzondering van artikel 20, van de dataverordening zijn belast de leden en buitengewone leden van de Autoriteit persoonsgegevens, de ambtenaren van het secretariaat van de Autoriteit persoonsgegevens, alsmede de bij besluit van de Autoriteit persoonsgegevens aangewezen personen.
3.
In afwijking van het eerste lid zijn met het toezicht op de naleving van artikel 6, eerste lid, van de dataverordening voor zover het de verwerking van persoonsgegevens betreft belast de leden en buitengewone leden van de Autoriteit persoonsgegevens, de ambtenaren van het secretariaat van de Autoriteit persoonsgegevens, alsmede de bij besluit van de Autoriteit persoonsgegevens aangewezen personen.
4.
Het eerste lid is niet van toepassing op inbreuken of inbreuken binnen de Unie als bedoeld in artikel 1 van de Wet handhaving consumentenbescherming ten aanzien van de bepalingen van de dataverordening genoemd in onderdeel a van de bijlage bij die wet.
5.
Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing ten aanzien van gedragingen van de Europese Commissie, de Europese Centrale Bank of organen van de Unie als bedoeld in artikel 2, onderdeel 27, van de dataverordening.