Einde inhoudsopgave
Richtlijn 2005/35/EG inzake de handhaving van internationale normen betreffende verontreiniging vanaf schepen en de invoering van administratieve sancties voor verontreinigingsdelicten
Artikel 10 Uitwisseling van gegevens en ervaringen
Geldend
Geldend vanaf 05-01-2025
- Bronpublicatie:
27-11-2024, PbEU L 2024, 2024/3101 (uitgifte: 16-12-2024, regelingnummer: 2024/3101)
- Inwerkingtreding
05-01-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
27-11-2024, PbEU L 2024, 2024/3101 (uitgifte: 16-12-2024, regelingnummer: 2024/3101)
- Vakgebied(en)
Vervoersrecht (V)
Milieurecht (V)
1.
De lidstaten en de Commissie werken voor de toepassing van deze richtlijn in voorkomend geval nauw samen met het Europees Agentschap voor de veiligheid van de zeevaart, rekening houdend met het bij Beschikking nr. 2850/2000/EG (1) opgezette actieprogramma ter bestrijding van door ongevallen veroorzaakte of opzettelijke verontreiniging van de zee en, indien nodig, met de toepassing van Richtlijn 2000/59/EG, teneinde
- a)
de nodige informatiesystemen te ontwikkelen die voor de doeltreffende toepassing van deze richtlijn vereist zijn;
- b)
gemeenschappelijke praktijken en richtlijnen vast te stellen, op basis van de op internationaal niveau reeds bestaande praktijken en richtlijnen, voor met name:
- —
het volgen en vroegtijdig identificeren van schepen die in strijd met deze richtlijn verontreinigende stoffen lozen, inclusief, zo nodig, voor bewakingsapparatuur aan boord;
- —
betrouwbare methoden voor het traceren van verontreinigende stoffen in zee tot een bepaald schip, en
- —
de daadwerkelijke handhaving van deze richtlijn.
2.
De lidstaten zorgen ervoor dat informatie over ernstige incidenten met verontreiniging vanaf schepen tijdig onder de betrokken visserij- en kustgemeenschappen wordt verspreid.
3.
De Commissie zorgt ervoor dat de nationale autoriteiten en deskundigen van de lidstaten, met inbegrip van deskundigen uit de privésector, het maatschappelijk middenveld en de vakbonden, ervaringen kunnen uitwisselen over de toepassing van deze richtlijn in de Unie, teneinde gemeenschappelijke praktijken en richtsnoeren voor de handhaving van deze richtlijn op te stellen.
4.
De Commissie zorgt ervoor dat de nationale bevoegde autoriteiten van de lidstaten ervaringen en beste praktijken kunnen uitwisselen over de wijze waarop een doeltreffende vaststelling en toepassing van sancties kan worden gewaarborgd. Aan de hand van die uitwisseling van informatie kan de Commissie richtsnoeren voorstellen, onder meer over soorten verontreinigende stoffen en gevoelige aandachtsgebieden.
Voetnoten
Beschikking nr. 2850/2000/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2000 tot opzetting van een actieprogramma ter bestrijding van door ongevallen veroorzaakte of opzettelijke verontreiniging van de zee (PB L 332 van 28.12.2000, blz. 1). Beschikking gewijzigd bij Beschikking nr. 787/2004/EG (PB L 138 van 30.4.2004, blz. 12).