Einde inhoudsopgave
Regeling specifieke uitkering sport en bewegen, gezondheidsbevordering, cultuurparticipatie en de sociale basis 2023–2026
Bijlage II Hoofdlijnen Sportakkoord II
Geldend
Geldend van 09-02-2023 tot 16-07-2027
- Bronpublicatie:
06-02-2023, Stcrt. 2023, 4245 (uitgifte: 08-02-2023, regelingnummer: 3507504-1043050-PG)
- Inwerkingtreding
09-02-2023
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
06-02-2023, Stcrt. 2023, 4245 (uitgifte: 08-02-2023, regelingnummer: 3507504-1043050-PG)
- Vakgebied(en)
Overheidsfinanciën / Rijksfinanciën
Gezondheidsrecht (V)
Staatsrecht / Decentralisatie
behorend bij artikel 1.1
‘Sport versterkt.’
Voorwoord
Samenwerken om de kracht van sport beter te benutten. Want, sport versterkt. In het Hoofdlijnen Sportakkoord II breiden wij — het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), Vereniging Sport en Gemeenten (VSG) en Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), Nederlands Olympisch Comité*Nederlandse Sport Federatie (NOC*NSF) en het Platform Ondernemende Sportaanbieders (POS) — onze strategische alliantie uit. We bouwen voort op de ervaringen die we hebben opgedaan met Sportakkoord I.
De ambities in het Hoofdlijnen Sportakkoord zijn groot. De sport en sportcultuur staan voor nieuwe uitdagingen en tegelijkertijd kansen. Uitdagingen en kansen die passen bij de huidige maatschappelijke tijdsgeest. De sector moet hierin mee, een nieuwe aanpak is gevraagd en het Sportakkoord speelt hierop in. Om deze te realiseren moeten we vaste patronen doorbreken. De uitdagingen waar de sport en de sportcultuur voor staan, zijn:
- •
Het sportaanbod bij sportaanbieders sluit (te vaak) onvoldoende aan op de veranderende behoefte van de sporter op zowel kwaliteit, veiligheid en toegankelijkheid.
- •
De uitstroom bij sportclubs in bepaalde groepen zoals 12- tot 18-jarigen is te hoog.
- •
Als volwassenen eenmaal zijn gestopt met sporten, komen zij moeilijk weer in beweging en terug bij de sportaanbieders.
- •
De ondersteuning van en dienstverlening aan de sportaanbieders is erg versnipperd.
- •
De maatschappelijke waarde van (top)sport is nog te beperkt zichtbaar.
- •
Sport en sportief bewegen zit te weinig in gedrag en routine van alle inwoners van Nederland.
- •
Als we als samenleving doorgaan op de huidige voet, is in 2040 één op de drie Nederlanders chronisch ziek.
We kunnen deze uitdagingen alleen aanpakken als we anders denken, anders werken en intensiever samenwerken. Een kentering is noodzakelijk. De komende vier jaren zetten we daarom in op een groei van de sportparticipatie bij duizenden sportclubs, sportparken en andere sportplekken. We gaan aanvullend daaraan voor topprestaties met grote maatschappelijke waarde, die mensen verbinden en inspireren. Met aansprekende topsportevenementen zoals de European Paralympic Championships in 2023, sterke teamtopsportcompetities en ontwikkelmogelijkheden voor talenten als wenkend perspectief.
Onze ambities gaan we bereiken door ieders achterban — gemeenten, sportbonden, brancheorganisaties, sportclubs, verenigingen, ondernemers in de sport, fitnesscentra en sportbedrijven — te mobiliseren zodat zij de ambities uit dit Sportakkoord werkelijkheid gaan maken.
De deelnemende 340 gemeenten gaan hun lokale sportakkoorden aanpassen aan de ambities die wij in dit hoofdlijnen akkoord met elkaar hebben afgesproken. Zij stellen elk een coördinator sport en preventie aan om sport in het hart van het lokaal sociaal beleid te plaatsen. En wij verstrekken aan deze gemeenten uitvoeringsbudgetten om de doelen van het akkoord te behalen.
NOC*NSF met haar 77 sportbonden en POS met zijn 19 partners betrekken minimaal de helft van hun uit 35.000 leden tellende achterban aan sportaanbieders bij de uitvoering van ‘Sport versterkt’, zodat sportclubs, verenigingen en ondernemers goed zijn aangehaakt bij de lokale sportakkoorden en de lokale preventieaanpak en de meerwaarde hiervan ervaren.
NOC*NSF en POS gaan trainers-coaches, instructeurs en arbitrerend kader hierin ondersteunen. De achterban van de POS en NOC*NSF telt ongeveer honderdduizend professionals en ruim een miljoen vrijwilligers die wij uitnodigen mee te doen aan ‘Sport versterkt’. Deze vrijwilligers en professionals slagen er wekelijks in miljoenen mensen in beweging te krijgen en zijn een welkome samenwerkingspartner in lokale sportakkoorden.
Vanuit het Hoofdlijnen Sportakkoord II willen wij de sportsector en gemeenten versterken en stimuleren om een groter bereik (meer deelnemers, toeschouwers en vrijwilligers) en de zichtbaarheid van de maatschappelijke waarde van sport en topsport vergroten. Wij willen de sport toegankelijker, veiliger en kwalitatief hoogwaardiger maken. In 2026 werkt het merendeel van alle sportaanbieders met de basiseisen sociale veiligheid (Gebruik regeling Gratis VOG, Gedragscode Sport, Vertrouwenscontactpersoon en Cursus of e-learning voor trainer-coaches) met name voor de jeugd en kwetsbare groepen.
De meerderheid van de ruim 6.000 buurtsportcoaches die Nederland telt, geeft invulling aan de uitvoering van lokale sportakkoorden en betrekken hier zoveel mogelijk lokale sportaanbieders bij. Daarnaast zetten we Adviseurs lokale sport in die namens alle sportbonden en leden van POS werken aan een sterke, duurzame en vitale lokale sportinfrastructuur die werkt aan dagelijks sportplezier voor iedereen. We zetten in op kwalitatief goede en duurzame sportaccommodaties en een sport- en beweegvriendelijke openbare ruimte.
Met ‘Sport versterkt’ werken wij ook aan een stevigere positie van de sport in het landelijke, regionale en lokale beleid. Onze lokale verbinders, adviseurs lokale sport, de buurtsportcoaches, en ook onze ondernemers in de sport en de sportclubs, delen hun maatschappelijke betrokkenheid graag met anderen, zoals via het GALA (Gezonde en Actieve Leefstijl Akkoord), het IZA (Integraal Zorg Akkoord), het programma School & omgeving en de Maatschappelijke Diensttijd. Zodat het Sportakkoord II ook in die sectoren landt. De sportsector zet zijn deuren open om een bijdrage te leveren aan deze akkoorden en programma's. Het Hoofdlijnen Sportakkoord II zorgt ervoor dat de sportsector daar kwalitatief en kwantitatief toe in staat is. Want, een sterke sport versterkt de maatschappij.
Zoals gezegd, dit hoofdlijnen akkoord is er één tussen vier partijen in de sport die elkaar aanvullen en een grote verantwoordelijkheid voelen om hierin samen op te trekken. We zijn erg enthousiast over de kansen die Sportakkoord II biedt om de impact van sport en sportief bewegen te vergroten. Van de beginnende sporter tot de topatleet, en van de recreatieve wandelaar tot de sportschoolbezoeker. Dit akkoord biedt een raamwerk aan afspraken tussen de vier strategische partners. Op basis van dit raamwerk worden nadere afspraken over de uitwerking, concretisering en resultaatafspraken gemaakt in 2023. Dit kunnen wij niet alleen. Uiteraard, zal onze achterban klaar staan om de uitvoering ter hand te nemen. Toch is er meer nodig. Onze partners van het eerdere Sportakkoord nodigen wij van harte uit om mee te doen en mee te denken. Met hen maken wij concrete afspraken over de uitvoering van dit akkoord. Want het speelveld van sport is breder dan hier geschetst. Dat strekt zich ook uit tot de maatschappelijke partijen in de sport, Sportservice organisaties, Sportbedrijven en vele anderen. We starten in 2023 met een grote bijeenkomst Sportief Verbinden. En dan op volle sterkte het land verder in!
Conny Helder (Ministerie VWS)
Cathalijne Dortmans (VNG)
Sybrig Sijtsma (VSG)
Anneke van Zanen-Nieberg (NOC*NSF)
Haike Blaauw (POS)
Inleiding: Sport versterkt
Sport is van grote maatschappelijke waarde. Het is voor velen een belangrijk onderdeel van het dagelijks leven. Het draagt bij aan onze fysieke en mentale gezondheid, creëert saamhorigheid en biedt kansen voor persoonlijke ontwikkeling. Iedereen in Nederland heeft de kans om zonder belemmering te sporten, te excelleren ín sport en te genieten ván sport. We inspireren zoveel mogelijk mensen met de kracht van sport. Want Sport versterkt!
‘Sport versterkt’ is een vervolg op het vorige Sportakkoord: ‘Sport verenigt Nederland’. Het geeft aan waar het de strategische partners de komende periode om gaat: door samenwerking Nederland sterker maken. We gaan door op de goede basis die is gelegd met het vorige Sportakkoord. Voor Sportakkoord II slaan VWS, VSG/VNG, NOC*NSF en POS de handen ineen op alle niveaus. Met bonden, overheden, sportkoepels en vele andere maatschappelijke partijen. Dat is de kracht van het akkoord. We doen het samen!
De lokale, regionale én landelijke inzet in de afgelopen vier jaar is een goed vertrekpunt om tot nieuwe afspraken te komen. In het Hoofdlijnen Sportakkoord II komt de nadruk te liggen op het versterken van de lokale en regionale uitvoering. We weten uit verschillende onderzoeken dat er behoefte is aan meer richting in het akkoord, minder vrijblijvende afspraken, maar daarbij wel recht te doen aan de positieve beweging die is ingezet. Daar zetten we dan ook op in.
Om richting te geven en keuzes te maken hebben we drie ambities gesteld. Ze geven aan waar we met elkaar als strategische partners voor willen gaan.
Ambities Sportakkoord II in het kort We werken samen aan een stevig fundament. De voorwaarden om te kunnen sporten en daar plezier aan te beleven, moeten verbeterd. Dat gaat over de mensen, organisaties, cultuur en materiële voorzieningen in de sport. Een belangrijk punt de komende jaren is het investeren in kwalitatief sterke sportaanbieders die toegankelijk en veilig voor iedereen zijn. We werken ook aan een groter bereik. Daarmee bedoelen we dat meer mensen zich aangesproken en uitgenodigd voelen te gaan sporten en sport te beleven, bijvoorbeeld door drempels te verlagen, mensen te prikkelen en meer succesverhalen te delen. En we werken aan meer betekenis van sport. Betekenis gaat over de waarde van sport voor de maatschappij: energie, plezier en zingeving in het dagelijks leven door en van de sport zelf, maar ook een bijdrage aan het tegengaan van eenzaamheid en kansenongelijkheid, of juist het bevorderen van gezondheid. |
Deze ambities vragen om verandering. Dit akkoord staat in het teken van samenwerking en meer integraal werken. De afgelopen jaren hebben we gewerkt met zes deelakkoorden. De inhoudelijke thema's hiervan houden we vooralsnog vast. Deze zijn lokaal en regionaal goed ingebed en bieden een handvat om te beschrijven welke strategieën in Sportakkoord II centraal staan om een positieve verandering te bereiken. De thema's zijn:
- •
Inclusie en diversiteit (voorheen: Inclusief sporten en bewegen)
- •
Sociaal veilige sport (voorheen: Positieve sportcultuur)
- •
Vitale sportaanbieders (voorheen: Vitale sport- en beweegaanbieders)
- •
Vaardig in bewegen
- •
Ruimte voor sport en bewegen (voorheen: Duurzame sportinfrastructuur)
- •
Maatschappelijke waarde van topsport (voorheen: Topsport die inspireert)
Om concreet te maken welke verandering we willen bereiken en hoe we die willen bereiken, werken we in Sportakkoord II met herkenbare opgaven die u terug zult lezen in dit akkoord. We zetten drie overkoepelende ambities voorop. Binnen deze ambities is er samenhang tussen verschillende thema's, en samenhang tussen breedtesport en topsport. In dit akkoord gaat het over sporten en sportief bewegen. Er wordt een verbinding gelegd met andere trajecten, waaronder de Beweegalliantie en het Gezond en Actief Leven Akkoord.
De tien afspraken van het Hoofdlijnen Sportakkoord II
De ambities in het Sportakkoord, en de manier van werken aan deze ambities leidt tot tien afspraken. Deze vatten samen waar we de komende jaren aan werken en hoe we zorgen dat we het fundament op orde krijgen, een groter bereik generen en meer (zichtbare) betekenis van sport krijgen:
- 1.
We gaan meer inwoners en sportaanbieders bij het Sportakkoord betrekken. Daarom verwelkomen we het POS naast VWS, NOC*NSF en VSG/VNG als strategische partner.
- 2.
Een lokaal kernteam én een ‘coördinator sport en preventie’ zijn verplichte voorwaarden om een lokaal uitvoeringsbudget aan te vragen. Evenals het herijken van de lokale akkoorden. Dat biedt de basis voor een effectievere uitvoering. En zorgt voor samenhang met de onderdelen uit onder andere het Gezond en Actief Leven Akkoord.
- 3.
De sportsector wordt lokaal sterker als samenwerkingspartner ingezet. In elke gemeente zorgt de adviseur lokale sport voor een goede samenwerking tussen de lokale sportsector en de coördinator sport en preventie van de gemeente. We zetten in op één loket voor clubondersteuning.
- 4.
De Brede Regeling Combinatiefuncties wordt zo effectief mogelijk benut. Daarom spreken we af dat er een focus komt op zes profielen die gerelateerd zijn aan de ambities van het Sportakkoord en er extra aandacht komt voor de kwaliteit van de professionals die deze profielen invullen.
- 5.
Een sociaal veilige sport moet vanzelfsprekend zijn. Daarom werken we toe naar een aantoonbaar sociaal veilige sport, zodat iedereen een inclusieve, positieve en veilige sportcultuur ervaart. In het bijzonder minderjarigen en kwetsbare groepen. Dat doen we door sportaanbieders te stimuleren met de basiseisen (o.a. regeling gratis VOG, Gedragscode Sport, Vertrouwenscontactpersoon en cursus of e-learning voor trainer-coaches) sociale veiligheid te werken en door het aanstellen van integriteitsmanagers bij en versterken van sportbonden voor een integere en veilige (top)sport.
- 6.
De kwaliteit in de sportsector moet omhoog. Dit doen we door een norm voor pedagogische en didactische kwaliteit te ontwikkelen en zoveel mogelijk sportaanbieders te stimuleren aan die norm te voldoen.
- 7.
We spreken af om de samenhang tussen breedtesport en topsport te vergroten. Het gaat hierbij om het totaalbeeld van de sporters voor ogen te houden: van beginnend in de jeugd, tot uiteindelijk de topsporter en alles wat daartussen zit. Zo komt bij het versterken van de teamtopsportcompetities, talentontwikkeling en doorontwikkeling van de Paralympische Sport breedte- en topsport bij elkaar.
- 8.
We etaleren ‘hotspots’: 30 gemeenten en 100 plekken waar de ambities van Sportakkoord II worden waargemaakt. We zetten deze lokaal sterke sportclubs, ondernemers, Cruyff courts, bootcampgroepjes in de openbare ruimte op het podium om anderen te inspireren.
- 9.
Lokaal en landelijk benutten we data voor beleid en uitvoering. We volgen de voortgang op de afspraken van het Sportakkoord II op de voet. Ook volgen we in welke mate de beoogde veranderingen van het Sportakkoord in de buurt of wijk plaatsvinden. De lokale, regionale en landelijke partners doen actief aan kennisdeling en benutten daar de beschikbare kennisinfrastructuur voor. In de governance wordt meer sturing aan de hand van monitoring op de uitvoering vastgelegd.
- 10.
We werken met elkaar naar een toekomstbestendige sportinfrastructuur. De partners van het Sportakkoord spreken af de geoormerkte middelen zoveel mogelijk in te zetten ten behoeve van de ambities en afspraken uit het Sportakkoord.
In het hoofdlijnenakkoord worden deze afspraken nader toegelicht en uitgewerkt. Ze bieden de basis om in 2023 concrete afspraken te maken met de gehele sportsector.
Het Hoofdlijnen Sportakkoord II
In 2018 hebben het Ministerie van VWS (VWS), NOC*NSF en VSG/VNG het eerste Nationaal Sportakkoord gesloten. Dat akkoord loopt, inclusief verlenging van een jaar, op 31 december 2022 af. Met het Platform Ondernemende Sportaanbieders (POS) als nieuwe partij in het akkoord, willen de partners de krachten de komende jaren blijven bundelen. VWS, NOC*NSF, VSG/VNG en POS (‘de partners’) vinden elkaar in gedeelde inhoudelijke ambities en kunnen door samen te werken daar meer in bereiken dan alleen. Daarom sluiten de partners dit Hoofdlijnen Sportakkoord II.
Bij de totstandkoming van het Hoofdlijnen Sportakkoord zijn VWS, NOC*NSF, VSG/VNG en POS ondersteund door de kennispartners Kenniscentrum Sport & Bewegen en het Mulier Instituut. Hun betrokkenheid past bij het streven om kennis gedreven beleid te voeren.
Wat is het Hoofdlijnen Sportakkoord II?
Het Sportakkoord is een vorm van samenwerkend besturen. Samenwerking op drie niveaus draagt bij aan de gedeelde ambities: tussen de partners onderling, in de relatie landelijk-regionaal-lokaal en in de relatie tussen enerzijds sport, topsport en bewegen en anderzijds andere beleidsdomeinen zoals zorg, welzijn en onderwijs. Over de gedeelde ambities zijn afspraken gemaakt. Op basis van de geleerde lessen1.werken VWS, NOC*NSF, VSG/VNG en POS met dit akkoord aan een hogere effectiviteit van de uitvoering. Waar de aandacht in het eerste Sportakkoord vooral uitging naar het creëren van samenwerking — en daar goed in is geslaagd — gaat dit hoofdlijnen akkoord over samenwerking met meer (meetbaar) resultaat.
In dit document staat beschreven hoe VWS, NOC*NSF, VSG/VNG en POS de belangrijkste onderdelen van het Sportakkoord herijken. Het is de eerste stap naar concrete afspraken met de gehele sportsector in 2023.:
- •
Een beschrijving van de gezamenlijke ambities die in dit Sportakkoord inhoudelijk leidend zijn, staat in hoofdstuk 2
- •
De veranderstrategie van het akkoord voor de periode 2023—2026 komt terug in hoofdstuk 3
- •
De werkwijze van het akkoord en de manier om de landelijke ambities te vertalen naar de lokale uitvoering is beschreven in hoofdstuk 4
- •
De afspraken over samenwerking en aansturing van afspraken staan in hoofdstuk 5
- •
De manier waarop gedurende uitvoering van het Sportakkoord wordt geleerd van de praktijk en verantwoording wordt afgelegd, is beschreven in hoofdstuk 6
Hoofdlijnen Sportakkoord II in perspectief
Het Sportakkoord staat niet op zichzelf. Er zijn relaties met andere processen die binnen en buiten de sport lopen. Het Sportakkoord neemt aan waarde toe als de relaties goed worden benut.
Bijvoorbeeld in beleid. Er spelen aanpalende trajecten met een eigen aanpak, organisatie en financiële structuur, die mede kunnen bijdragen aan de ambities die in dit Sportakkoord centraal zijn gesteld. En andersom kunnen de activiteiten en afspraken van het Sportakkoord een bijdrage leveren aan die andere beleidsambities. De trajecten met de meest directe verbinding met het Sportakkoord en waar integraliteit en samenwerking de basis vormen, komen op de relevante plekken in dit akkoord terug. Dit zijn:
- •
Beweegalliantie (dagelijks bewegen)
- •
Human Capital Agenda
- •
Rijksprogramma School & Omgeving
- •
Akkoorden: Gezond en Actief Leven Akkoord, Nationaal Preventie-akkoord en Integraal Zorgakkoord
Maar ook in financiën. De sportsector wordt gekenmerkt door publiek-private bekostiging. Overheden investeren hierin samen een kleine 2 miljard euro per jaar — de rijksoverheid ca. 0,5 miljard euro en gemeenten (netto) 1,2 miljard euro — en gemeenten investeren ook aanzienlijk in de openbare ruimte. Ondernemende sportaanbieders genereren een omzet van ongeveer 2 miljard euro per jaar, verenigingen hebben een gezamenlijke begroting van ca. 1 miljard euro, en sportbonden en branches genereren gezamenlijk ook zo*€*n 300 miljoen euro per jaar aan inkomsten.
Een groot deel van de inkomsten van sportaanbieders komt van inwoners in Nederland. Zij zijn de grootste bekostigingsbron van de sector. Ook het Nederlandse bedrijfsleven levert een belangrijke bijdrage en is al decennialang een gewaardeerd partner in de sector. Naast haar investeringen in de vitaliteit van medewerkers, draagt het bedrijfsleven via sponsoring financieel bij aan de sport.
Het Sportakkoord heeft in dit opzicht een beperkte financiële reikwijdte en is geen panacee voor alle kwalen. De partners richten hun beschikbare middelen daarom direct op de gezamenlijke ambities in dit Sportakkoord, maar hebben ook indirect invloed op de grotere geldstromen die rondgaan in de sport. Het Sportakkoord vormt een multiplier. Het stimuleert de lokale, regionale en landelijke partijen om hun beleid, inzet en financiële middelen in lijn te brengen met de landelijke ambities. De partners spreken af om, voor zover ze die kunnen beïnvloeden, indirecte geldstromen (ook) zo veel mogelijk in te zetten voor de ambities die leidend zijn in dit Sportakkoord.
Partijen en looptijd akkoord
Het strategische partnerschap van het Sportakkoord wordt uitgebreid met het POS.2. Zo vergroten de betrokken partners het bereik van het Sportakkoord en wordt de maatschappelijke waarde van de ondernemende sport in Nederland onderschreven. Ook op lokaal niveau stimuleren de partners om tot een breder samenwerkingsverband te komen van ondernemende en maatschappelijke partijen in en rond de sport.
De partners hebben ambities geformuleerd vanuit een langetermijnvisie. VWS, NOC*NSF, VSG/VNG en POS hebben ieder een strategisch plan dat verder in de toekomst reikt. Het Sportakkoord levert een extra impuls aan deze plannen. De inzet en afspraken in dit hoofdlijnenakkoord zijn vastgelegd voor de periode 1 januari 2023 tot en met 31 december 2026.3.
Ambities
In het Hoofdlijnen Sportakkoord II ligt de nadruk op drie ambities, die weergeven wat de partners samen willen bereiken om de sport in Nederland te versterken. Die ambities zijn leidend in dit Sportakkoord en geven een kader mee voor de lokale Sportakkoorden en de nadere uitwerking met de sportsector. Het gaat om de volgende ambities:
- 1.
Het fundament op orde
- 2.
Een groter bereik
- 3.
Meer (zichtbare) betekenis
Het fundament op orde
Het fundament op orde brengen betekent dat we de voorwaarden verbeteren om te kunnen sporten en daar plezier aan te beleven. Als de voorwaarden niet op orde zijn, haken mensen af en is de basis weg voor het bereiken van de andere ambities. Met fundament doelen we op de mensen,organisaties, cultuur (waarden en normen) en materiële voorzieningen in de sport. Door de jaren heen heeft Nederland een sportinfrastructuur van formaat opgebouwd. Internationaal lopen we hiermee voorop. Maar de maatschappij verandert, mensen ontwikkelen andere behoeftes, en de sportsector moet daarin mee ontwikkelen. Zaken als het afnemende enthousiasme voor vrijwillige inzet bij sportclubs, integriteitsissues, een krappe arbeidsmarkt en de gestegen (energie)prijzen voor sportaanbieders, zorgen bovendien voor nieuwe uitdagingen voor de sector. Voor de lange termijn bouwen we aan een robuust sportstelsel en inclusieve, veilige en positieve sportcultuur, die beter meegaan in maatschappelijke ontwikkelingen en sterk genoeg zijn om deze en nieuwe uitdagingen het hoofd te bieden.
Een groter bereik
Deze ambitie gaat over de mensen die we met onze inzet bereiken: (potentiële) sporters, toeschouwers en vrijwilligers. We willen hen beter bereiken en meer laten genieten van sport. Voor een groter bereik streven de partners van het Sportakkoord naar kansengelijkheid. Dat betekent een inclusieve sector waarin niemand nog drempels voelt om te (blijven) genieten van sport en sportevenementen. Bereik gaat ook over het organiseren van een passend aanbod en prikkelen van de vraag ernaar, waar we met dit Sportakkoord meer aan gaan werken. Niet iedereen heeft behoefte om te sporten, maar er is nu nog een te grote groep mensen die we onvoldoende weten te bereiken. Omdat het lokale aanbod niet aansluit bij de behoefte, omdat er belemmeringen zijn om mee te doen, omdat het bestaande sportaanbod onvoldoende ontsloten wordt, of omdat we te bescheiden zijn in het delen van succesverhalen. En bereik gaat over het inspireren van meer mensen met waardevolle topsport en topsportprestaties en de kracht van topsport Ongeacht welke bril je opzet, belangrijk is dat we ons vizier verbreden. Dat betekent actiever en met meer partijen — ministeries, sportbonden, de ondernemende sport, maatschappelijke organisaties, zorgverzekeraars en vele anderen — samenwerken en afspraken maken om ons bereik te vergroten.
Beweegalliantie (dagelijks bewegen)
Om recht te doen aan de zelfstandige en positieve impact van bewegen, is onder de vlag van de brede preventieaanpak (Nationaal Preventieakkoord) de Beweegalliantie gestart. De Beweegalliantie is een netwerkorganisatie om, samen met andere overheden, alliantiepartners en lokale initiatieven, meer maatschappelijke aandacht en actie te bereiken om bewegen in het dagelijks leven te stimuleren. De Beweegalliantie wil op lokaal, regionaal en landelijk niveau partijen bij elkaar brengen om kennis te delen en te verspreiden, van elkaar te leren over de werkzame en niet-werkzame elementen, en lokale interventies op te schalen naar andere partijen en wijken, steden en regio's.
De impuls die vanuit de Beweegalliantie aan het dagelijks bewegen wordt gegeven draagt ook bij aan het bereik en is complementair aan het stimuleren van sport en sportief bewegen in het kader van dit Sportakkoord.4.
Meer (zichtbare) betekenis
Betekenis gaat over de waarde van sport, topsport en sportief bewegen voor de hele maatschappij. Sport geeft energie, plezier, inspiratie en zingeving in het dagelijks leven van zij die het beoefenen of volgen, maar levert ook een bijdrage aan maatschappelijke doelen zoals het tegengaan van eenzaamheid en kansenongelijkheid of het bevorderen van gezondheid. gaan we samen met de sector werken aan bewustwording van de betekenis van sport en sturen op gedragsverandering om te zorgen voor meer sportbeoefening. We gaan beter laten zien wat de kracht van sport is zodat we met een duidelijke Social Return On Investment andere partijen stimuleren zich (blijvend) te verbinden aan sport. We. Op de lange termijn is het streven om, via zowel de breedte- als topsport, de maatschappelijke waarde van sport en sportief bewegen te laten groeien. Het bieden van meerwaarde als sportsector aan andere maatschappelijke domeinen is daarbij het uitgangspunt (‘Sport in all policies’), in plaats van andersom, namelijk dat sport maatschappelijke doelen naar zich toetrekt. Het gaat hierbij om het stimuleren dat sport wordt meegenomen bij het maken van aanpalend beleid, niet het verplichten om sport overal in mee te nemen en de bekostiging over te nemen.
Strategie
Dit hoofdstuk geeft een thematisch overzicht van de strategieën voor de komende vier jaar om een wezenlijke bijdrage te leveren aan de ambities in het Hoofdlijnen Sportakkoord II. In bijlage 1 staat een uitgebreid overzicht van de belangrijkste opgaven per thema.
Inclusie en diversiteit
Wat spreken we als landelijke partners af?
Het thema Inclusie en Diversiteit gaat over een toegankelijke en laagdrempelige sector, waarin iedereen die mee wil doen daadwerkelijk mee kan doen en waarin sprake is van kansengelijkheid in en door sport- en beweegdeelname. Groepen mensen die niet of weinig sporten en bewegen, zoals mensen met een laag inkomen, lage opleiding, of een handicap, gaan dit ook niet snel vanzelf doen. De komende tijd richten we ons in het Sportakkoord ten eerste op het wegnemen van financiële, sociale en praktische belemmeringen. Die opgaven zijn niet anders dan in het vorige Sportakkoord, de manier waarop we er aan gaan werken wel. Waar we als partners voorheen vooral afspraken hadden over gedeelde principes rondom dit thema en veel verschillende activiteiten ondernamen, brengen we nu meer focus aan en gaan we werken vanuit een gezamenlijke strategie op deze opgaven. Nieuw is dat we actieve toeleiding naar passend sportaanbod als een essentiële opgave zien om kansengelijkheid te bevorderen. We maken afspraken met sportkoepels, bonden, brancheverenigingen en maatschappelijke organisaties over ieders verantwoordelijkheden hierbij en we zetten vaker functionarissen uit de Brede Regeling Combinatiefuncties (BRC) in om de toeleiding te organiseren of te realiseren. Met het thema Inclusie en diversiteit werken we vooral aan het vergroten van het directe bereik, door aanbod passend en toegankelijk te maken en meer mensen hiermee te verleiden, en zo de kansengelijkheid om te kunnen sporten te vergroten. In de verbinding met sociale veiligheid (sociale drempels) en toegankelijkheid van sportaccommodaties (praktische drempels) werken we met dit thema ook aan het versterken van het fundament. Inzetten op het vergroten van de sociale toegankelijkheid heeft een effect op de zichtbaarheid van de betekenis van sport: meer mensen voelen zich welkom, veilig en ervaren wat sport betekent.
Armoedebeleid en kansengelijkheid
Het vergroten van kansengelijkheid is één van de punten uit het Coalitieakkoord. Dit kabinet investeert met een brede en integrale aanpak op meerdere fronten in gelijke kansen. Er wordt ingezet op het terugdringen van armoede met de Aanpak geldzorgen, armoede en schulden, er wordt geïnvesteerd in het voorkomen dat jongeren afglijden in de criminaliteit (Preventie met Gezag), gemeenten krijgen meer mogelijkheden om laaggeletterdheid aan te pakken en met het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid wordt de leefbaarheid en veiligheid van stedelijke focusgebieden verbeterd. Met het Sportakkoord wordt gewerkt aan de toegankelijkheid van sport, mede op financieel gebied, en daarmee wordt bijgedragen aan de kansengelijkheid. De komende jaren zoeken de partners naar (verdere) samenhang tussen het Sportakkoord en de kabinetsbrede ambities en — trajecten rondom armoedebeleid en kansengelijkheid.
Waartoe nodigen we lokale partijen uit?
Het is nodig dat gemeenten kiezen voor een proactieve aanpak rondom inclusie en diversiteit, en om te zorgen voor samenwerking tussen sport en andere relevante domeinen. We vragen aan gemeenten om meer duidelijkheid te creëren over de beschikbare ondersteuning voor mensen met een laag inkomen en om inclusie en diversiteit nadrukkelijk op de beleidsagenda te zetten. Sportaanbieders sporen we aan om inclusie en diversiteit serieus te nemen en om te bouwen aan een plek waar mensen zich welkom en thuis voelen, zodat ze er met plezier kunnen sporten en van sport kunnen genieten. We verwachten van lokale partijen dat de samenwerking wordt gezocht met landelijke en regionale partijen die expertise hebben van bepaalde problematieken of bepaalde groepen mensen (bijvoorbeeld met een laag inkomen, migratieachtergrond of een handicap) die belemmeringen ervaren om te sporten.
Sociaal veilige sport
Wat spreken we als landelijke partners af?
Het thema Sociaal veilige sport heeft als doel een basis te creëren waar iedereen veilig en met plezier kan sporten en sport beleven. Hiermee wordt het fundament van de sport verstevigd. Ongewenste situaties zoals discriminatie, grensoverschrijdend gedrag, doping en matchfixing zijn een bedreiging om met plezier te kunnen sporten. Door sport in de kern veilig en verantwoord te organiseren, waarbij normen worden gesteld in lijn met de huidige maatschappelijke context, dragen we bij aan een sterker fundament. Want iedereen die (top)sport heeft recht op een sociaal veilige omgeving. Ten opzichte van het vorige Sportakkoord gaat het vrijblijvende van dit thema af. Mede daarom kiezen we voor een naamswijziging (‘sociaal veilige sport’, en niet ‘positieve sportcultuur’), waarmee we voor lokale, regionale en landelijke partijen meer de noodzaak benadrukken om aan dit thema te gaan werken. Met de strategische partners werken we verder aan de gezamenlijke analyse en strategie met als doel een sociaal veilige sport voor zowel topsport als breedtesport, inclusief de ondernemende sport. De basiseisen van sociaal veilige sport vormen daarbij de kern. Dat is de absolute basis, maar is er meer nodig. Het gezamenlijk afspreken, bespreken en aanspreken van/op normaal en wenselijk gedrag hoort ook bij de aanpak, evenals een positieve bijdrage en het versterken van een positief sportklimaat, voor topsport en breedtesport. Op deze punten intensiveren we onze aanpak in termen van mensen en middelen. Tot slot versterken we de keten om signalen van grensoverschrijdend gedrag optimaal opvolging te kunnen geven.
Waartoe nodigen we lokale partijen uit?
Voor gemeenten gelden randvoorwaarden om in aanmerking te komen voor lokaal uitvoeringsbudget, waaronder het herijken van het lokaal Sportakkoord. Eén van de uitgangspunten bij deze herijking is dat gemeenten werken aan een plan van aanpak om sociale veiligheid en integriteit bij lokale sportaanbieders te stimuleren en te ondersteunen. We roepen gemeenten op om aanbieders hierbij te prikkelen om in ieder geval de minimaal noodzakelijke stappen richting een sociaal veilige sport te zetten, door middel van de basiseisen sociaal veilige sport. Sportaanbieders nodigen we uit gebruik te maken van de beschikbare ondersteuningsinstrumenten, waarmee ze deze noodzakelijk stappen op gebied van sociale veiligheid kunnen zetten.
Vitale sportaanbieders
Wat spreken we als landelijke partners af?
Het thema Vitale sportaanbieders is gericht op een kwalitatief sterk, veilig en toegankelijk sportaanbod voor iedereen. De komende jaren brengen we meer focus aan op de onderdelen die echt belangrijk zijn voor kwaliteit, veiligheid en toegankelijkheid en stoppen we met de activiteiten zonder duidelijk doel. Er zijn voldoende tools, programma's en initiatieven ontwikkeld en uitgedacht om sportaanbieders te vitaliseren, onze inzet in dit Sportakkoord is om ze daadwerkelijk geïmplementeerd te krijgen en aanbieders daarmee te versterken. Daarom ligt onze aandacht bij het verstevigen van de basis: kwalitatief goede mensen, voldoende uitvoeringscapaciteit en een effectieve ondersteuningsstructuur voor sportaanbieders. Nieuw is dat we door het ontwikkelen van een norm voor pedagogische en didactische kwaliteit heel expliciet gaan maken wat we onder goede kwaliteit verstaan en wat we een veilige sportomgeving vinden. Dat helpt om met zijn allen aan deze randvoorwaarden voor een sterk fundament te werken. Ook worden aanbieders meer gestimuleerd om vraag en aanbod op wijk- of buurtniveau goed op elkaar te laten aansluiten en zoveel mogelijk hierin samen te werken. De ondersteuningsstructuur die afgelopen periode is opgezet, legt hiervoor een goede basis. Door het versterken van het fundament, zal de sector steeds beter in staat zijn om voor een grotere groep mensen relevant te zijn en zal de samenwerking met andere domeinen makkelijker worden. Zo draagt dit thema op termijn ook bij aan de ambities bereik en betekenis.
Human Capital Agenda
Bij alle ambities van het Sportakkoord is het cruciaal om aandacht te hebben voor mensen die betaald of onbetaald aan die ambities werken. Specifiek komt dit terug bij het thema Vitale sportaanbieders De partners van het Sportakkoord blijven daarom, samen met andere partijen, de Human Capital Agenda Sport doorzetten. Hierin werken (vertegenwoordigers van) werkgevers, werknemers, opleiders, verenigingen, sportbonden en ondernemers samen aan het versterken van de arbeidsmarkt in de sportsector. Het doel voor de komende jaren is om ingezette acties uit de Human Capital Agenda door te vertalen naar lokaal voldoende en bekwame mensen.
Waartoe nodigen we lokale partijen uit?
We vragen lokale partijen een lokale Human Capital Agenda te creëren. Dit betekent goed na te denken wie aan de lokale ambities gaan werken en hoe deze mensen langdurig actief zijn en kwalitatief sterker kunnen worden. Daarnaast stimuleren we de gemeenten om tot één duidelijk aanspreekpunt voor sportaanbieders te komen. We dagen lokale partijen uit om samen na te denken wat sportaanbieders nodig hebben om echt het verschil te maken op de opgaven die we belangrijk vinden, ook op de moeilijke onderwerpen zoals sociale veiligheid.
Vaardig in bewegen
Wat spreken we als landelijke partners af?
Het thema Vaardig in Bewegen streeft naar kansen voor ieder kind en iedere jongere om vaardig en veelzijdig te sporten en bewegen — onder de juiste begeleiding — waarbij plezier en ontwikkeling centraal staan. De basis voor een leven lang sporten en bewegen wordt gelegd in je jeugd. Voor het versterken van die basis is samenwerking van verschillende domeinen cruciaal: sport, onderwijs, kinderopvang, de gemeente en meer. Ouders, sporttrainers, buurtsportcoaches en (vak)leerkrachten zijn samen nodig om dreumes, kind en jongeren met plezier aan het sporten en bewegen te krijgen én te houden. Waar onze nadruk eerder vooral op motorische vaardigheden lag, vinden we het van belang dat kinderen naast deze vaardigheden ook ontdekken waar zij hun sportplezier uit halen en wat bij hen past als sport- of spelvorm. Hiermee versterken we vanuit het thema Vaardig in Bewegen het fundament (denk aan veelzijdig bewegen in de sportsector), evenals het bereik van meer kinderen en jongeren, en vergroten we de betekenis die sport voor ieder kind kan hebben. Ook het overbrengen van kennis over het belang van sport voor de jeugd richting de professionals en het meer bewustmaken en meenemen van ouders hierin, heeft in dit Sportakkoord een belangrijke plek.
School & Omgeving
Met het programma School & Omgeving zet het kabinet in op kansengelijkheid. door voldoende sporten en bewegen een extra impuls te geven. Het programma werkt aan het verbinden van scholen met onder andere de sportaanbieders in de wijk, wat aansluit op de ambities in het Hoofdlijnen Sportakkoord. Dit begint in de wijken waar de meest kwetsbare kinderen wonen, met ook een achterstand in sport- en beweegdeelname. Onder gestarte scholen zijn al goede voorbeelden zichtbaar waarbij clubs, buurtsportcoaches en de ondernemende aanbieders een belangrijke bijdrage leveren aan de ontwikkeling van kinderen. Ook het programma MDT (Maatschappelijke Diensttijd) van het Ministerie van OCW biedt kansen om jonge vrijwilligers in de sport een kans te geven.
Waartoe nodigen we lokale partijen uit?
Het is van belang dat iedereen inziet dat een leven lang sport- en beweegplezier begint bij de jeugd. Gemeenten spelen een belangrijke rol in de positionering van de jeugd binnen het lokaal Sportakkoord en in het zorgen dat beschikbare ondersteuningsmogelijkheden ook worden benut om meer jeugd met plezier te laten sporten en bewegen. We roepen lokale partijen (gemeenten, sportaanbieders, kinderopvang, jeugdzorg en JGZ) op om ook voor de allerkleinsten bewegen onderdeel van hun (opvang)dag te maken. Ook kunnen lokale partijen drempels wegnemen voor het uitproberen van meerdere sporten. Daarnaast verwachten wij van gemeenten dat zij op lokaal niveau onderwijs en sport en bewegen samenbrengen. Hierbij roepen wij hen vooral op gebruik te maken van de handreiking Vaardig in Bewegen. Ook vragen we lokale partijen om goed te kijken naar hoe het sportaanbod aansluit bij de belevingswereld van jongeren, en te kijken hoe bijvoorbeeld urban sports en multisport in hun gemeente een plek kunnen krijgen. Hier kan bijvoorbeeld gebruikgemaakt worden van de aanwezige playgrounds en courts. De buurtsportcoach is lokaal een uiterst belangrijke professional in het samenbrengen van verschillende domeinen en het bereiken van de jeugd.
Ruimte voor sport en bewegen
Wat spreken we als landelijke partners af?
Het thema Ruimte voor sport en bewegen is gericht op het creëren van een toekomstbestendige sportinfrastructuur die uitnodigend, faciliterend en toegankelijk is voor iedereen. De komende jaren zetten we de koers van de Routekaart Verduurzaming Sport voort. Het resultaat, een duurzamere sportinfrastructuur, versterkt het fundament waarop de sport verder kan bouwen. We leggen meer verbindingen tussen ruimte voor sport en bewegen en andere relevante domeinen, zoals natuur, energie en wijkontwikkeling. Door meer onderzoek naar en kennisdeling over maatschappelijk verantwoorde exploitatiemodellen en efficiënt ruimtegebruik van sportvoorzieningen, kunnen we de maatschappelijke waarde van die voorzieningen vergroten en bijdragen aan de betekenis die sport heeft voor andere domeinen. Verder werken we aan tools om lokale en regionale spelers beter in staat te stellen te werken aan een toekomstbestendige infrastructuur. Dit doen we door waar nodig kennis op te doen, maar zoveel mogelijk door te werken aan concrete interventies die in de komende jaren ingezet kunnen worden.
Door meer aandacht te schenken aan de spreiding, toegankelijkheid en bereikbaarheid van voorzieningen dragen we binnen het thema Ruimte voor sport en bewegen ook bij aan een breder bereik van sport.
Waartoe nodigen we lokale partijen uit?
De publieke verantwoordelijkheid en de budgetten voor het accommodatiebeleid liggen primair bij de gemeenten. De rijksoverheid ondersteunt daarin waar dat kan, met het doel om samen met gemeenten en sportaanbieders te bouwen aan een toekomstbestendige sportsector. Onze uitnodiging aan lokale partijen is meervoudig. We vragen gemeenten om lokale en regionale afstemming te zoeken over de spreiding van sportvoorzieningen. Ook vragen we gemeenten in de inrichting van de leefomgeving de verbinding te leggen met de Omgevingswet, door aandacht te hebben voor de ruimte voor sport en bewegen en de ruimte hiervoor open en toegankelijk te houden. We vragen gemeenten om sportaanbieders te informeren over landelijke en lokale subsidie- en ontzorgingsmogelijkheden rond verduurzaming en toegankelijkheid, zodat de sportsector hier optimaal gebruik van kan maken. Bovendien vragen wij zowel aanbieders als gemeenten om sportparken meer open te stellen voor het bredere publiek en voor nieuwe exploitatiemodellen. Via deze weg kunnen we nieuwe mogelijkheden testen door meer samenwerking te zoeken tussen bijvoorbeeld sport, ondernemers en onderwijs, om sportvoorzieningen zo veel mogelijk van waarde te laten zijn voor de omgeving en de samenleving.
Maatschappelijke waarde van topsport
Het thema Maatschappelijke waarde van topsport heeft als streven om de maatschappelijke waarde van topsport zo groot mogelijk te maken. De afgelopen jaren hebben de afspraken uit het Sportakkoord opvolging gekregen. Centraal daarin stonden zes ‘sleutelprojecten’, namelijk de maatregelen waarbij de gezamenlijkheid van VWS, NOC*NSF en VSG/VNG het grootst was en afhankelijkheid bestond met andere projecten. Daar zijn goede stappen op gezet. Voor de langere termijn is er behoefte aan een geactualiseerde en vooral gezamenlijke visie op topsport, met een uitwerking hoe partners daar vanuit hun eigen rol en verantwoordelijkheid invulling aan gaan geven. Daarom is besloten tot het opstellen van een gezamenlijk Strategisch kader topsport 2032. Het strategisch kader zet vier opgaven centraal: meer aandacht voor maatschappelijk verantwoord presteren, behoud en verrijking van waardevolle topsportprestaties, vergroten van de zichtbaarheid en bereik van topsport, en betere benutting van het platform topsport voor maatschappelijke doelen. Hiermee zetten we tegelijkertijd in op versterking van het fundament van de sport, groei van het bereik van sport én meer betekenis van sport. Hiermee willen we de maatschappelijke waarde van topsport vergroten en de topsport in Nederland beter bestendig maken voor de toekomst. Dit maakt en houdt topsport aantrekkelijk voor andere partijen om zich hieraan te verbinden en zo vergroten we uiteindelijk het draagvlak om (blijvend) te investeren in topsport.
Het strategisch kader (in concept) is op 22 november 2022 aan de betrokken partijen gepresenteerd. Uitgangspunt is om ons de komende jaren te gaan richten op de vier genoemde opgaven om alle aspecten van de maatschappelijke waarde van topsport te vergroten. Naast de bestaande topsport- en talentprogramma's gaan we explicieter paralympische sport, topteamcompetities en commerciële topsport in onze strategie betrekken. Daarmee willen we ook een sterkere verbinding maken met de breedtesport en zoeken we — vooral rondom topteamcompetities en talentontwikkeling — actiever de samenwerking met lokale en regionale partijen op. In de eerste helft van 2023 wordt het strategisch kader uitgewerkt met concrete initiatieven, definitief gemaakt en gepubliceerd. Tegen die tijd krijgt de veranderstrategie voor de vier genoemde opgaven ook meer gestalte.
Werkwijze
Met het Hoofdlijnen Sportakkoord II worden niet alleen gezamenlijke ambities en opgaven herijkt, maar ook de manier van werken. Het werken in zowel een landelijk als lokale Sportakkoorden heeft de afgelopen jaren bijgedragen aan de samenwerking, netwerkvorming en verrijking van lokaal sport- en beweegbeleid in 344 gemeenten.5. Deze wijze van samenwerken wordt dan ook voortgezet, maar niet zonder geleerde lessen van de afgelopen jaren6. mee te nemen. In het onderstaande wordt toegelicht tot welke aanpassingen in de werkwijze dit leidt. Dat gebeurt aan de hand van de volgende hoofdkenmerken van de werkwijze:
- •
Inhoudelijke samenhang
- •
Effectieve lokale uitvoering
- •
Successen zichtbaar maken
- •
Een kennisgedreven aanpak
- •
Bekostiging
Inhoudelijke samenhang
Tijdens het eerste Sportakkoord is gebleken dat de thema's in de verschillende deelakkoorden inhoudelijk veel raakvlakken hebben en het de effectiviteit en efficiëntie ten goede zou komen als er meer wordt samengewerkt. Dat is op veel plekken ook gebeurd. Om dit nog meer te stimuleren gaan we steeds minder vanuit de verschillende thema's een bepaald probleem oplossen en staan steeds meer de drie gezamenlijke ambities van dit Hoofdlijnen Sportakkoord voorop. Zo ontstaat meer samenhang tussen de verschillende thema's, tussen landelijk, regionaal en lokaal, en tussen breedtesport en topsport.
Een aantal onderwerpen is zowel voor de topsport als breedtesport relevant, zoals een veilige sport, professionalisering van het kader, teamtopsportcompetities en het doorontwikkelen van de aangepaste en Paralympische sport. In de uitvoering gaan we daarom nadrukkelijker zoeken waar topsport en breedtesport elkaar raken en elkaar kunnen versterken. Enerzijds vanuit de betekenis die sport op lokaal niveau kan hebben, anderzijds omdat sport op lokaal en regionaal niveau ook kan bijdragen aan de maatschappelijke waarde van topsport.
De komende jaren gaan we deze samenhang steeds verder doorvoeren. Dat is nodig om stappen te zetten op de ambities fundament, bereik en betekenis. Andere ontwikkelingen, zoals het GALA en de Brede SPUK, zorgen voor ontschotting in de financiering. En maken het noodzakelijk dat de sportsector het fundament op orde brengt. Alleen dan zit de sportsector als stevige partner aan tafel en draagt sport en bewegen bij aan andere maatschappelijke doelstellingen.
Akkoorden: GALA, NPA en IZA
In het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) maken VWS, gemeenten en zorgverzekeraars minder vrijblijvende afspraken, gericht op vertaling van landelijke doelen voor gezondheid en welbevinden naar landelijke, regionale en lokale resultaten. Sport en bewegen kan een belangrijke bijdrage leveren aan deze doelen en resultaten. De doelen sluiten aan bij de landelijke gezondheidsdoelen uit het Nationaal Preventieakkoord (NPA), de Landelijke Nota Gezondheidsbeleid, het Integraal Zorgakkoord (IZA) en het programma Wonen, Ondersteuning en Zorg voor Ouderen. Het GALA richt zich op alle mensen, met specifieke aandacht voor groepen waar de meeste gezondheidswinst is te behalen. In september 2022 is het IZA gesloten — vooral gericht op de houdbaarheid van het zorgstelsel — met onder meer afspraken over breed investeren in gezondheid en preventie (inclusief sociale basis). Het addendum met afspraken tussen gemeenten, VWS en zorgverzekeraars uit het IZA is verwerkt in het GALA. Ook de doelen en thema's van het NPA komen — direct of indirect — terug in programma's in het GALA en worden vertaald naar lokale inzet.
Het financieel arrangement van GALA is gevat in een nieuwe, ‘Brede’ Specifieke Uitkering (SPUK) voor gemeenten. In de Brede SPUK zitten ook twee onderdelen die bijdragen aan de ambities van het Sportakkoord: het Uitvoeringsbudget Lokaal Sportakkoord en de Brede Regeling Combinatiefuncties(BRC). De inhoudelijke afspraken over deze twee onderdelen zijn uitgewerkt in het Sportakkoord.
De partners behouden de ruimte om tijdens de looptijd van het Hoofdlijnen Sportakkoord II nieuwe trajecten op te starten als de ontwikkelingen daar om vragen.
Effectieve lokale uitvoering
Inzet van personen
We hebben in de monitoring van het vorige Sportakkoord gezien dat de kwaliteit en effectiviteit van een lokaal Sportakkoord in sterke mate samenhangt met de invulling van enkele organisatorische randvoorwaarden. Gemeenten voldoen aan deze randvoorwaarden door een coördinator sport en preventie aan te stellen vanuit de Brede Regeling Combinatiefuncties, die vanuit het lokale kernteam de herijking en uitvoering van het lokaal Sportakkoord coördineert, We verstevigen de inzet van adviseurs lokale sport en we versterken de uitvoeringskracht op meerdere fronten.
- •
De coördinator sport en preventie, deelnemer aan het lokale kernteam, krijgt naast herijking van het lokaal Sportakkoord de expliciete opdracht om het lokale netwerk van sport aan te sluiten op de bredere ambities op het gebied van sport, bewegen, gezondheid, preventie en sociale basis. Want ook vanuit het GALA, NPA, IZA, de Maatschappelijke Diensttijd en School & Omgeving worden gemeenten geacht hun beleid vorm te geven. De coördinator sport en preventie heeft een haal- en brengfunctie voor sport naar het overkoepelend gesprek. Ook in de invulling van het lokale kernteam wordt de verbinding gezocht; hierin moeten op zijn minst de gemeente, sportsector en maatschappelijke organisaties vertegenwoordigd zijn.
- •
In elke VSG-regio wordt namens VSG/VNG, POS, NOC*NSF en sportbonden een adviseur lokale sport geïnstalleerd. Deze adviseur beschikt over brede kennis van lokaal sportbeleid, met daarin de kracht van sportaanbieders. De adviseur lokale sport is een gespreks- en sparringpartner van gemeenten — bijvoorbeeld de lokale wethouder of beleidsmedewerker sport — in een VSG-regio, jaagt de totstandkoming van één lokale infrastructuur voor clubondersteuning aan, en stimuleert de samenwerking tussen sportaanbieders via lokale sportplatforms.
De coördinator sport en preventie en adviseur lokale sport werken actief samen, ieder vanuit de eigen rol en verantwoordelijkheid. De adviseur lokale sport werkt op regionaal niveau, binnen het VSG-gebied, en de coördinator sport en preventie lokaal, binnen de gemeente. Samen met de lokale beleidsmedewerker sport zijn zij de drie-eenheid die de uitvoering van het lokaal Sportakkoord op een effectieve manier vorm moeten geven.
- •
Versterking uitvoeringskracht: een van de opgaven in dit Sportakkoord is het versterken van de uitvoeringskracht bij landelijke partijen, zoals sportbonden en brancheorganisaties, maar ook bij sportaanbieders. Sportbonden zetten extra mensen in om programma's die zij hebben ontwikkeld uit te voeren bij lokale sportaanbieders. Ook de POS versterkt de organisatie, waardoor zij brancheorganisaties en lokale ondernemers kan helpen om met de ambities van het Sportakkoord aan de slag te gaan. De Brede regeling Combinatiefuncties speelt een belangrijke rol bij de lokale uitvoeringskracht. Aan de hand van zes profielen gaan professionals gericht uitvoering geven aan de ambities van het Sportakkoord, bijvoorbeeld door de capaciteit bij sportaanbieders te vergroten (clubkadercoach, verenigingsmanager, sportparkmanager), als spin in het web in de wijk (buurtsportcoach), door mensen die weinig sporten te begeleiden (beweegcoach) en door uitvoering te geven aan de verbinding tussen sport en het onderwijs (combinatiefunctionaris onderwijs).
De uitvoeringskracht van lokale Sportakkoorden is in grote mate afhankelijk van het draagvlak van de akkoorden onder sportaanbieders. Hierbij gaat het om alle sportaanbieders, verenigingen én commerciële sportaanbieders, van fitnesscentrum tot zwemscholen. Bij lokale samenwerking tussen gemeenten en sportaanbieders, bijvoorbeeld waar het gaat om de huurprijs voor een sportruimte, moet niet de juridische organisatiestructuur leidend zijn, maar het maatschappelijk rendement. Voor het behalen van de doelen van lokale Sportakkoorden geldt dan ook: zijn de partijen betrokken die een bereik hebben onder de doelgroepen van het akkoord? Zijn deze organisaties kwalitatief in staat om die doelen te halen? Gemeenten kunnen hierbij de samenwerking aangaan met het maatschappelijk middenveld van clubs, zorg- en welzijnsinstellingen, en, gezien hun grote bereik zeker ook ondernemers in de sport. Ondernemers zijn bovendien overwegend goed bereikbaar, flexibel en klantgericht. Zaken die van belang zijn om mensen in beweging te krijgen en houden. Wij pleiten er dan ook voor dat ondernemers in de sport én clubs een gelijkwaardige positie verdienen in elk lokaal Sportakkoord.
Clubondersteuning
De partners hebben geconstateerd dat het ondersteuningsaanbod voor sportaanbieders de afgelopen jaren te versnipperd werd aangeboden. Lokale clubondersteuning werkt beter als aanbieders bij één loket terechtkunnen met al hun vragen. Ze krijgen toegang tot een breed ondersteuningsaanbod dat aangeboden wordt door NOC*NSF, bonden, sportserviceorganisaties, POS en andere maatschappelijke partijen. De ondersteuning bestaat onder andere uit:
- •
Bestuurscoaching en coaching in maatschappelijk ondernemen
- •
Clubkadercoaching
- •
Procesbegeleiding bij invoering basiseisen sociale veiligheid
- •
Versterken van het vrijwilligersbeleid
- •
Toekenning van microbudgetten
- •
Ondersteuning bij topteamcompetities en talentonwikkeling
- •
Beschikbaarheid van data over sociale wijkprofielen
- •
Ondersteuning bij ontwikkelen passend aanbod en vermarkten van aanbod
Herijking lokale akkoorden
We stellen kaders aan de invulling van lokale Sportakkoorden door concreet te maken waartoe we lokale partijen met dit Sportakkoord uitnodigen (zie hoofdstuk 3). Gemeenten, in samenwerking met de lokale kernteams, herijken hun lokale beleidsambities in een lokaal Sportakkoord. Het raamwerk voor herijking staat in bijlage 2. Deze ambities worden vormgegeven aan de hand van het richtinggevend kader in dit Sportakkoord: hoe bereiken we meer sportaanbieders en potentiële sporters? Hoe versterken we het sportaanbod en benutten we de waarde van sport nog beter? En hoe wordt het aanbod veiliger en toegankelijker? Als randvoorwaarde wordt gesteld dat gemeenten de herijking vormgeven met een kernteam van betrokken sport- en maatschappelijke partijen.
Successen zichtbaar maken
Er zijn in Nederland nu al tientallen gemeenten en honderden sportplekken waar ingesleten patronen zijn doorbroken en succesvolle resultaten worden geboekt. Daar worden de ambities van het Sportakkoord voor een belangrijk deel gerealiseerd. Op die plekken bestaan bijvoorbeeld lokale sportnetwerken die gezamenlijk de sportaanbieders ondersteunen, sportparken waar voor alle leeftijden passend aanbod is en locaties waar niet of nauwelijks tieners uitstromen. En daar krijgen sporters begeleiding van trainers en coaches met de juiste kwaliteiten. Voorbeelden hiervan (maar niet limitatief) zijn: hockeyclub Feyenoord, Triple Threat Haarlem, voetbalclub Kampong, Fletiomare, sportvereniging Helios, maar ook de regionale aanpakken in de Achterhoek en in Zeeuws Vlaanderen (Terneuzen).
In veel van deze ‘hotspots’ is het lokale Sportakkoord een versneller geweest. Wij gaan beslissers in de sport meenemen naar deze gemeenten en deze sportplekken, om ervoor te zorgen dat in heel Nederland andere beslissingen worden genomen. We gaan zichtbaar maken wat de reden is dat het hier goed werkt en goed loopt. We gaan duidelijk maken hoe dit ook op andere plekken en binnen andere gemeenten kan worden toegepast. En waar mogelijk combineren we het delen van deze kennis met de tweejaarlijkse bijeenkomsten in alle VSG-regio's.
Een kennisgedreven aanpak
De complexiteit en multidisciplinariteit van de opgaven in het Sportakkoord, en het samenwerken in netwerken met verschillende overheidslagen, koepels, brancheorganisaties, sportaanbieders, organisaties uit andere sectoren en kennisinstellingen, maken optimale kennisontwikkeling en -deling tussen diverse partijen en meerdere bestuursniveaus noodzakelijk. Met de lokale Sportakkoorden en de link met bijvoorbeeld GALA, NPA, de Beweegalliantie en School & Omgeving, neemt de kennis- en innovatiebehoefte op lokaal en regionaal niveau toe.
Het Sportakkoord brengt partijen met uiteenlopende kennis en expertise samen, waardoor er meer mogelijkheden zijn om verder in te zetten op kennisontwikkeling en -deling, en innovatie. Bij het denken over de inzet van partijen en programma's op landelijk niveau wordt nadrukkelijk ingespeeld op de kennis- en innovatiebehoefte van de lokale partijen, bijvoorbeeld door hen een rol te geven in kennisproductieprocessen, waaronder de vraagarticulatie voorafgaand aan kennisontwikkeling en -deling. Lokale partijen worden gestimuleerd meer en beter gebruik te maken van beschikbare (lokale) data en kennis over werkzame aanpakken.
De inhoudelijke uitdagingen in het Sportakkoord sluiten goed aan bij de ‘wicked problems’ in de inzet vanuit het programma MOOI in Beweging (Missiegedreven Ontwikkeling van Onderzoek en Innovatie in sport en bewegen, ZonMw) en de focus van de inzet vanuit het programma Sportinnovator vanaf 2023. Samen met de inspanningen van het Mulier Instituut, het Kenniscentrum Sport & Bewegen en het RIVM wordt verder gebouwd aan een (landelijke) kennisinfrastructuur die kan worden benut voor de ondersteuning van de uitvoering van het Sportakkoord.
De partners spreken af om de monitoring ook tijdens de looptijd van het Sportakkoord een functie te geven. Daarmee krijgt monitoring een functie in lerend beleid; de meerwaarde wordt groter als het niet alleen achteraf tot inzichten leidt. Door de voortgang op de inhoudelijke opgaven nauwgezet te volgen, kunnen de partners hier tussentijds op bijsturen. Monitoringsactiviteiten worden daarom gekoppeld aan de verschillende (thema)werkgroepen (zie paragraaf 5.2), waarmee er actuele inzichten ontstaan over de voortgang van het Sportakkoord.
Bekostiging
Activiteiten die nodig zijn om de ambities en opgaven in dit Sportakkoord te realiseren worden vanuit verschillende regelingen en programma's bekostigd. De afspraken over deze geldstromen worden gemaakt op basis van de uitgangspunten van het Sportakkoord. De geldstromen die, deels of volledig, aan het Sportakkoord raken of gaan raken in de toekomst zijn als volgt:
Uitvoeringsbudget Lokaal Sportakkoord
Het uitvoeringsbudget wordt ingezet om uitvoering te geven aan de lokale akkoorden. Voorwaarden voor gemeenten om lokaal uitvoeringsbudget aan te vragen staan in bijlage 2.
Brede Regeling Combinatiefuncties (BRC)
De bestuurlijke afspraken van de BRC zijn herzien en kennen dezelfde looptijd als de afspraken in het Sportakkoord. Belangrijkste wijzigingen in de herziene BRC-afspraken zijn het toevoegen en versterken van profielen die op het versterken van sportclubs van toepassing zijn: de clubkadercoaches, verenigings- en sportparkmanagers. Verder wordt geregeld dat de combinatiefunctionarissen voor het onderwijs een rol hebben bij extra sport- en beweegmomenten buiten het reguliere onderwijs.
Projectsubsidies maatschappelijke organisaties
VWS maakt afspraken met verschillende landelijke partijen over de opgaven die met het Sportakkoord aangepakt moeten worden. Dit zijn andere partijen dan de vier strategische partners. Het gaat dan bijvoorbeeld om partijen die deel uitmaken van het samenwerkingsverband Maatschappelijke Organisaties in de Sport (MOS) en om de kennispartners. Hiervoor zijn separate projectsubsidies mogelijk. Uitgangspunt bij deze afspraken is dat het aansluit en een bijdrage levert aan de ambities van het Sportakkoord en dat de partijen meewerken aan kennisdeling.
Subsidies NOC*NSF en POS
De sportsector ontvangt middelen om met de ambities uit het Sportakkoord aan de slag te gaan. Om het fundament te verstevigen wordt erop ingezet om sportaanbieders van binnenuit te versterken en de lokale ondersteuningsstructuur te verbeteren. Sportbonden krijgen geld om vanuit de ambities van het Sportakkoord hun leden te ondersteunen.
POS ontvangt aanvullende middelen om de positie en deelname van ondernemende sportaanbieders aan de lokale Sportakkoorden te verbeteren. Daarnaast krijgt zij specifieke ondersteuning om het fundament mede te versterken, op de thema's Sociaal veilige sport, Vitale sportaanbieders en Ruimte voor sport en bewegen (specifiek: verduurzaming in de ondernemende sport).
Strategisch kader topsport 2032
Momenteel werken VWS, NOC*NSF en VSG/VNG het Strategisch kader topsport uit dat medio 2023 wordt gepubliceerd. Deze partijen gaan hun voor topsport geoormerkte middelen richten op de ambities in dit Sportakkoord.
SPUK Stimulering Sport en BOSA
De regelingen SPUK Stimulering Sport en BOSA worden in 2023 geëvalueerd. Er wordt dan onder meer onderzocht of het mogelijk is een sterkere koppeling te maken met de ambities in het Sportakkoord.
Kennis
De monitoring- en evaluatieactiviteiten, die onderdeel vormen van het Sportakkoord, zullen worden geïntegreerd in de bestaande onderzoeksactiviteiten van de kennispartners. De financiering is voor rekening van VWS. Voor de verkenningen op het gebied van datagedreven beleid, onder andere op lokaal niveau, zullen passende uitvoerders gezocht worden. De keuze is afhankelijk van de inhoud en ambities van het betreffende project. Bekostiging van projecten gebeurt in overleg met de betrokken partner(s).
Bestedingsplan NOC*NSF (middelen Nederlandse Loterij)
NOC*NSF verdeelt via het jaarlijkse bestedingsplan middelen onder haar leden, enkele andere begunstigden en haarzelf. Deze bijdragen zijn direct en indirect gericht op de ambities van het Sportakkoord. Het gaat hierbij onder andere om de onderwerpen topsport, sociaal veilige sport, onderzoek en innovatie. In het bestedingsplan 2023 heeft NOC*NSF extra middelen vrijgemaakt voor activiteiten op het gebied van integriteit.
Governance en samenwerking
Het Sportakkoord faciliteert samenwerking tussen diverse spelers op landelijk en lokaal niveau. Met als uitgangspunt dat met betrokkenheid van beleid én uitvoering, van landelijk én lokaal, van publiek én privaat, men uiteindelijk tot een effectiever beleid en effectievere uitvoering komt. ‘Hoe’ de partners deze samenwerking vormgeven na ondertekening van het Sportakkoord, is cruciaal voor het succes. In de komende jaren versterken VWS, NOC*NSF, VSG/VNG en POS de opgebouwde samenwerking. Enerzijds door dit gezamenlijke uitgangspunt door te zetten én uit te breiden (met toevoeging van de POS als nieuwe partner), anderzijds door op basis van de ervaringen met het eerste Sportakkoord een aantal aanpassingen te doen in de governance.
Het Sportakkoord kan pas echt impact hebben als er draagvlak en samenwerking is bij zoveel mogelijk relevante uitvoeringspartijen op lokaal niveau. Dat geldt voor sportverenigingen, ondernemers in de sport, gemeenten en sportbedrijven, maar ook voor maatschappelijke partners zoals scholen, zorg- en welzijnsorganisaties, en alle professionals en vrijwilligers die daar werkzaam zijn. Op de velden, in de sporthal, het zwembad, op een Cruyffcourt, of elders in de openbare ruimte. Het Sportakkoord wordt dan wel gesloten tussen de vier partners, we hebben alle landelijke (koepel)organisaties nodig en roepen hen op om met ons samen te werken bij de uitvoering van dit akkoord. Daarbij doelen wij op landelijke organisaties die zich geïnspireerd voelen door dit Sportakkoord en willen bijdragen aan een gezond en sportief Nederland. Begin 2023 organiseren we enkele bijeenkomsten om de samenwerking met geïnteresseerde partijen verder vorm en inhoud te geven.
Uitgangspunten governance
Het uitgangspunt om beleid gezamenlijk vorm te geven heeft landelijk en lokaal sterk bijgedragen aan de relatie tussen partijen. Dit vergemakkelijkt de totstandkoming van beleid en de vertaling naar uitvoering. Deze gezamenlijkheid versterken de partners door landelijke acties, lokale acties via de gemeenten en acties direct gericht op sportaanbieders, gezamenlijk aan te sturen. Dit is effectiever dan dat elke partij dat voor zichzelf doet. Ook richten VWS, NOC*NSF, VSG/VNG en POS de overkoepelende besluitvorming duidelijker in en koppelen ze deze aan de monitoring van het Sportakkoord. Zo houden de partners beter zicht op de realisatie van de doelen en kan er direct bijgestuurd worden als dat nodig is.
De ambities op het gebied van topsport en breedtesport werden voorheen veelal nog los van elkaar beschouwd. Terwijl veel belangrijke onderwerpen topsport en breedtesport raken, zoals: sociale veiligheid, accommodaties, talentontwikkeling en paralympische sport. Door vanuit gedeelde ambities en opgaven te werken, gaan de partners meer de verbinding zoeken tussen top- en breedtesport en willen ze elkaars krachten beter benutten. In de governance van het nieuwe Sportakkoord bestaat vooralsnog wel een onderscheid tussen topsport en breedtesport. Op termijn willen de partners dit onderscheid laten verdwijnen en gaan voor een gezamenlijke aansturing op sport. Mede daarom is ervoor gekozen de stuurgroepen en coördinatieteams voor topsport en breedtesport nadrukkelijk te laten overlappen, zowel in mensen als te bespreken inhoud. Dit houdt in dat deze twee teams met regelmaat samen en los van elkaar overleggen. Dat is een bewuste keuze om het autonome en het gezamenlijk karakter van topsport en breedtesport de ruimte te geven.
Opzet governance
De governance bestaat uit één gezamenlijk bestuurlijk niveau en drie andere niveaus, waarbij er steeds onderscheid wordt gemaakt tussen breedtesport en topsport, maar wel afstemming wordt gezocht op logische thema's:
- 1.
Bestuurlijk overleg Sportakkoord: in dit overleg zijn de bestuurders van VWS, NOC*NSF, VSG/VNG en POS vertegenwoordigd, evenals de Minister voor Langdurige Zorg en Sport. In dit orgaan wordt overkoepelend toezicht gehouden, gevoed door voortgangsrapportages.
- 2.
Stuurgroepen: hierin is hoger management van VWS, NOC*NSF, VSG/VNG en POS vertegenwoordigd.7. De twee stuurgroepen toetsen de voortgang van het Sportakkoord in zijn totaliteit en kunnen waar nodig fungeren als escalatiepunt door de coördinatieteams. Ook hebben beide stuurgroepen extra aandacht voor de samenhang tussen Sportakkoord en andere trajecten, zoals het GALA. De stuurgroepen ontvangen updates over de voortgang van het Sportakkoord en eventuele adviezen voor bijsturing van de coördinatieteams.
- 3.
Coördinatieteams: deze bestaan uit medewerkers van VWS, NOC*NSF, VSG/VNG en POS, die ook nauw betrokken waren bij de totstandkoming van het Sportakkoord en de bedoeling van het werkingsmechanisme achter het akkoord kennen. De twee coördinatieteams sturen gezamenlijk de uitvoering van het hele Sportakkoord aan. Ze houden overzicht, ook op trajecten die de inhoudelijke thema's doorsnijden. Beide coördinatieteams komen meerdere keren per jaar bijeen voor overleg en rapporteren aan de stuurgroepen. De coördinatieteams stellen werkgroepen in, rondom de geformuleerde ambities, thema's en/of ondersteunende processen. De indeling van werkgroepen kan gedurende de looptijd van het Sportakkoord worden herzien als dat nodig blijkt om bijvoorbeeld de samenhang te bevorderen.
- 4.
Werkgroepen: in de werkgroepen komen inhoudelijke deskundigen namens de partners bij elkaar, aangevuld met bijvoorbeeld vertegenwoordigers van de kennispartners en andere partijen. De werkgroepen zijn verantwoordelijk voor de inhoudelijke doorontwikkeling van het Sportakkoord, gebaseerd op principes van data- en kennisgericht werken. De werkgroepen komen geregeld bijeen. Zij voorzien vooral de coördinatieteams van informatie en doen waar nodig voorstellen om bij te sturen.
De governance ziet er grafisch als volgt uit:

Afspraken over de samenwerking
De samenwerking tussen de partners is gebaseerd op vertrouwen. Echter, er is een duidelijke behoefte aan borging van afspraken om het Sportakkoord niet te vrijblijvend te maken. Hieronder worden de rollen en taken en met name verantwoordelijkheden van de partners omschreven. Elke partner committeert zich hieraan. De rollen, taken en verantwoordelijkheden zijn niet wezenlijk anders dan bij het eerste Sportakkoord; het belangrijkste verschil is dat VWS, NOC*NSF, VSG/VNG en POS in de uitvoering van het Sportakkoord elkaar nadrukkelijker opzoeken en scherp houden. Via monitoring wordt de voortgang op de concrete opgaven gevolgd. Wanneer bijsturing nodig is, wordt dit door de partners direct gedaan.
Dit Hoofdlijnen Sportakkoord II is een akkoord op hoofdlijnen tussen vier organisaties. Het Sportakkoord kan pas echt impact hebben als er draagvlak en samenwerking is bij zoveel mogelijk uitvoerende partijen op lokaal, regionaal en landelijk niveau. De ondertekening van dit Hoofdlijnen Sportakkoord II is de eerste stap naar concrete afspraken met de gehele sportsector in 2023. Dat geldt voor sportclubs, ondernemers in de sport en gemeenten, maar ook voor maatschappelijke partners zoals scholen, zorg- en welzijnsorganisaties, en alle professionals en vrijwilligers die daar werkzaam zijn. Op de velden, in de sporthal, het zwembad, op een Cruyffcourt, of elders in de openbare ruimte. Het Sportakkoord wordt dan wel gesloten tussen de vier partners, we hebben alle landelijke (koepel)organisaties nodig en roepen hen op om met ons samen te werken bij de uitvoering van dit akkoord. Daarbij doelen wij op landelijke organisaties die zich geïnspireerd voelen door dit Hoofdlijnen Sportakkoord en willen bijdragen aan een gezond en sportief Nederland.
Rollen, taken en verantwoordelijkheden partners Hoofdlijnen Sportakkoord II:
Strategische partners Sportakkoord
- •
VWS: regisseert het landelijk Sportakkoord, (co-)financiert, verbindt met andere landelijke programma's en ministeries/beleidsterreinen, stimuleert kennis en innovatie en verkent wetgeving, maakt afspraken over financiering met partijen gericht op ambities
- •
NOC*NSF / POS: ondersteunen landelijke sportorganisaties bij realiseren van ambities en doelstellingen, sportsector landelijk verbinden, samenwerking met andere maatschappelijke organisaties, bewaken kwaliteit, toegankelijkheid en veiligheid
- •
VSG/VNG: ondersteund gemeenten en lokale functionarissen sport bij realiseren van ambities en doelstellingen, toetsing herijking Sportakkoorden, toetsing integraal plan van aanpak Brede SPUK, organiseren (met o.a. VNG) regionale intervisiebijeenkomsten voor gemeenten en lokale functionarissen sport, bevorderen en ondersteunen gemeenten bij integraal werken (onder andere. Brede SPUK)
- •
VWS / NOC*NSF / POS / VSG/VNG gezamenlijk: inspireren en richting geven aan lokale (generieke) uitvoering binnen kaders Sportakkoord, samenwerken met landelijke maatschappelijke organisaties in andere sectoren en verbinding versterken met onder meer GALA, IZA, School & omgeving en Beweegalliantie. Samenwerken met de sportsector om tot concrete uitwerking van dit Hoofdlijnen Sportakkoord II te komen.
Landelijke, regionale en lokale samenwerkingspartijen
- •
Sportaanbieders (alle rechtsvormen waarin samen wordt gesport): organiseren passend en kwalitatief sterk sportaanbod in een inclusieve en sociaal veilige sport, lokaal onderling samenwerken en met andere sectoren
- •
Gemeenten: bewaken herijking en voortgang lokale Sportakkoorden, aanstellen coördinator sport en preventie, deelnemen aan kennisuitwisseling en onderzoek, stimuleren lokale samenwerking en netwerkvorming, stimuleren effectieve clubondersteuning (één-loket gedachte), bijdragen aan generieke clubondersteuning, realiseren duurzame ruimte voor sport en bewegen, bevorderen regionale samenwerking, participeren in programma topteamcompetities
- •
Landelijke organisaties (sportbonden, brancheverenigingen, maatschappelijke organisaties): promoten eigen tak van sport, inspireren van eigen achterban lokaal, vertaalslag naar specifieke ondersteuning eigen achterban (bevorderen specifieke deskundigheid, door ontwikkelen sportaanbod, wedstrijden/competities, topsport, bewaken kwaliteit en veiligheid), landelijk samenwerken
- •
Maatschappelijke organisaties / lokale functionarissen: toeleiding van doelgroepen naar lokaal beschikbaar sportaanbod
Monitoring en evaluatie
Inhoudelijke voortgang
De monitoring van het Sportakkoord 2018—2022 is destijds gestart op basis van een monitorplan. Dit gaf richting aan de toepassing van bestaande indicatoren en methoden om deze te onderzoeken. Monitoring van het Sportakkoord heeft een functie in het kader van lerend beleid. Gaandeweg moet namelijk blijken wat succesvolle strategieën en maatregelen zijn om de belangrijke opgaven aan te pakken. Daarbij past een rijkere aanpak dan alleen het volgen van cijfers en trends. Hoewel dit óók belangrijk is, geven ze een eendimensionaal beeld en is de samenhang met de activiteiten die volgen uit het Sportakkoord niet altijd duidelijk.
Voor dit Sportakkoord voorzien VWS, NOC*NSF, VSG/VNG en POS daarom twee centrale onderdelen van de monitoring en evaluatie:
Ten eerste wordt gekeken naar de uitkomsten van de uitvoering van het beleid. In het bijzonder richt de monitoring zich hier op de voortgang van concrete activiteiten die horen bij de opgaven in het Sportakkoord, en worden de outputindicatoren bij die activiteiten inzichtelijk gemaakt. Zoals: hoeveel jongeren zijn bereikt met het Jeugdfonds Sport & Cultuur? Daarvoor is eerst nodig dat de gestelde opgaven, voor zover mogelijk, worden uitgewerkt in meetbare indicatoren en dat waar mogelijk een begrip als ‘bereik’ ook verder wordt gekwantificeerd. Deze aanpak is in feite een voortzetting van de bestaande. De partners brengen hier wel meer focus in aan: voor het Hoofdlijnen Sportakkoord II en de concretisering hiervan halen ze niet langer breed het net op, maar volgt er een selectie op welke aspecten ze de voortgang moeten volgen om de kern van de uitkomsten van het beleid te kunnen vatten.
Ten tweede kijken de partners in hoeverre de met het Sportakkoord beoogde veranderingen in de uitvoering plaatsvinden. Aan de hand van de methode Outcome Mapping brengen ze voor de verschillende opgaven in dit Sportakkoord in kaart welke veranderstrategie centraal staat en wie daar welke bijdrage voor moet leveren. Dit wordt in 2023 nader uitgewerkt tot concrete afspraken. De aandacht gaat uit naar ‘intermediaire actoren’ binnen de invloedssfeer van het Sportakkoord (zoals gemeenten, sportbonden en buurtsportcoaches) en de gedragsverandering die bij hen wordt nagestreefd. Die gedragsverandering wordt aan de hand van nog op te stellen veranderindicatoren gevolgd. De dataverzameling berust op twee poten. Op beleidsniveau volgen periodieke leersessies met de betrokken partijen per thema om de voortgang te bespreken. Daarnaast worden een selectie van gemeenten benaderd om lokale inzichten over de voortgang op opgaven op te doen. Deze gemeenten worden in dat traject begeleid. Op basis van lerend beleid kunnen de gemeenten zo steeds bijsturen waar dat nodig is, in plaats van schoksgewijze analyses en bijsturing.
Kennisopbouw over sport- en beweegbeleid gaat verder dan alleen de genoemde onderdelen. Zo zijn er landelijke (kern)indicatoren, die op een macroniveau trends weergeven op het gebied van bijvoorbeeld de bereikbaarheid van sportaccommodaties, tevredenheid met het aanbod en sport- en beweeggedrag. Ook zullen — op microniveau — gemeenten in het kader van het GALA en IZA wijk-, gemeente- en regioprofielen moeten opstellen en bijbehorende ‘GAP-analyses’ laten doen. De uitvoering hiervan zal in de monitoring effecten laten zien. Kennisopbouw op deze twee niveaus is waardevol voor beleidsvorming, maar is niet direct gekoppeld aan de monitoring van het Sportakkoord. Voor beide geldt dat eventuele effecten niet makkelijk aan een ‘losse’ inspanning in het Sportakkoord te relateren zullen zijn.
Verder spreken de partners af om in 2025 een evaluatie van het hele Sportakkoord uit te laten voeren, als opmaat naar een volgend Sportakkoord.
Strategie en samenwerking
Naast het volgen van de inhoudelijke opgaven van het Sportakkoord, besteden de partners aandacht aan periodieke evaluatie van de strategie en het proces. In jaarlijkse bijeenkomsten wordt met de coördinatieteams stilgestaan bij tussentijds geleerde lessen over het werkend mechanisme van het Sportakkoord: wat werkt er goed, wat weten we nog niet, en waar moeten we in de uitvoering op bijsturen? Procesevaluatie gaat meer over de onderlinge samenwerking. Op (in ieder geval) jaarbasis bespreken de partners binnen de coördinatieteams en stuurgroepen hoe de onderlinge samenwerking verloopt, of dit voldoet aan de verwachtingen en in hoeverre afspraken worden nagekomen.
Bij het vorige Sportakkoord is een ‘Reflectietool Sportakkoord’ ontwikkeld, die gemeenten en lokale kernteams inzicht geeft in de voortgang van het lokale Sportakkoord. Met name de lokale samenwerking en de effectiviteit ervan staan hierbij centraal. Kernteams kunnen met elkaar evalueren hoe de uitvoering verloopt en wat er nog beter kan. Met het invullen van de korte vragenlijsten wordt tegelijkertijd een landelijke database gevuld waarmee wij inzicht krijgen in de voortgang van het Sportakkoord op landelijk niveau. De partners vinden het belangrijk om de reflectietool opnieuw onder de aandacht van gemeenten en kernteams te brengen.
Bijlage 1. — Opgaven Hoofdlijnen Sportakkoord II
De opgaven per thema worden in 2023 met de sportsector nader uitgewerkt en naar concrete afspraken en acties vertaald.
Inclusie en diversiteit
Vergroting financiële toegankelijkheid. Het maakt uit waar je wieg staat. Een kind dat opgroeit in een gezin dat in armoede leeft en waar het opleidingsniveau laag is, sport en beweegt minder dan een kind dat opgroeit in een gezin waar dat niet het geval is. De verschillen tussen deze groepen zijn groot. Armoede lossen we niet op met sportbeleid, wel kunnen we ervoor zorgen dat mensen die in armoede leven ook kunnen sporten. Voor het verkleinen van financiële belemmeringen bieden we duidelijkheid aan huishoudens met een laag inkomen over alle bestaande, ondersteunende regelingen en initiatieven. Deze instrumenten zetten we door en bouwen we uit zodat op meer plekken in Nederland mensen de mogelijkheden kennen, deel kunnen nemen en zich hier welkom en veilig voelen om te gaan sporten. Daarnaast wordt de samenhang tussen regelingen en partijen versterkt en de zichtbaarheid van regelingen vergroot. Bestaande initiatieven worden benut om te zorgen dat mensen de juiste weg weten te vinden.
Vergroting sociale toegankelijkheid. Ruim 700.000 mensen voelen zich niet thuis in de sportsector. Sportaanbieders dragen de verantwoordelijkheid dat iedereen zich bij hen welkom en ook veilig voelt. Deze opgave is dan ook nauw verbonden met het thema Sociaal veilige sport. Een cultuuromslag binnen de sportsector is nodig, waarin geen meer ruimte is voor uitsluiting, discriminatie en racisme, en de bewustwording over inclusie en diversiteit in sport groeit bij aanbieders, overheden en andere partijen. Met als doel dat iedereen met plezier kan sporten. Voor het verminderen van sociale belemmeringen is de afgelopen jaren de charter diversiteit ingezet en zijn campagnes gevoerd om de bewustwording bij sportaanbieders te vergroten over inclusie en diversiteit. Naast inzet van het bestaande instrumentarium werken we aan nieuw beleid om de sociale drempels te verlagen. Dit doen zoveel mogelijk met de doelgroepen zelf. De partners stellen hiervoor een adviesgroep in om samen dat beleid te ontwikkelen.
Vergroting praktische toegankelijkheid. Sport- en beweegdeelname van mensen met een handicap in Nederland is al jaren stabiel laag. Ondanks overheidsbeleid verandert dit niet. Er zijn praktische belemmeringen voor mensen met een handicap om te kunnen sporten en bewegen. Voor een deel zijn dat mentale barrières, maar ook de complexiteit bij aanvragen voor hulpmiddelen, een beperkt aanbod en een lange duur van vervoer, en de ontoegankelijkheid van bepaalde sportvoorzieningen, zijn belangrijke belemmeringen die moeten worden opgelost. Praktische belemmeringen nemen we weg door de huidige administratieve jungle voor het verkrijgen van sporthulpmiddelen aan te pakken: we richten één loket op — bij Fonds Gehandicaptensport — en maken afspraken tussen gemeenten, zorgverzekeraars, VWS en NOC*NSF over samenwerking bij de (financiële) ondersteuning van de aanschaf en uitleen van hulpmiddelen. Verder pakt VWS haar rol om afspraken te maken met andere ministeries en departementen over het vergroten van de praktische toegankelijkheid van sportvoorzieningen en van vervoer
Effectievere toeleiding van inactieve mensen naar sport. Groepen mensen die niet of weinig sporten en bewegen, zoals mensen met een laag inkomen, lage opleiding, of een handicap, gaan dit ook niet snel vanzelf doen. Onbekendheid met sport, angst voor teleurstellingen en pijn, weerstand en het ontbreken van een maatje om mee te gaan zijn redenen om niet te gaan sporten en bewegen. Zogenaamde ‘*€*warme toe- en begeleiding’ naar de sport is belangrijk, maar wordt nog onvoldoende ingezet. Lokaal stimuleren we dat hier meer op wordt ingezet. Om succesvol te zijn in toeleiding, moet iemand dichtbij de doelgroep staan, zoals een buurtsportcoach of beweegambassadeur. Maatwerk is gevraagd. Waar NOC*NSF en POS vooral de verantwoordelijkheid hebben dat het sportaanbod toegankelijk en kwalitatief sterk is voor ieder, wordt aan maatschappelijke organisaties vooral gevraagd om maatwerk te leveren en mensen aan de hand te nemen om naar het aanbod toe te leiden. Sportbonden en koepels in de sport worden opgeroepen om met deze partijen samen te werken. En de functionarissen uit de BRC worden vaker ingezet om de toeleiding van inactieve mensen naar het bestaande aanbod te organiseren of te realiseren.
Sociaal veilige sport
Meer waarborgen voor sociaal veilige sport (basiseisen). Bij sportaanbieders is er nu nog te weinig aandacht voor een veilige sportcultuur. De afgelopen jaren is te weinig voortgang geboekt. In het huidige systeem is een basisniveau veiligheid niet gegarandeerd. De vrijblijvendheid moet van het thema af en daarbij past het introduceren van meer waarborgen. We gaan werken met basiseisen — zoals een VOG, een vertrouwenscontactpersoon, gedragsregels en het doorlopen van een e-learning — voor mensen in de sport en prikkelen sportaanbieders daarmee om in ieder geval de minimaal noodzakelijke stappen richting een sociaal veilige sport te gaan zetten. Deze aanpak is geïnspireerd op de praktijk in de gemeente Amsterdam.
Meer aandacht voor en het bespreekbaar maken van veilige sport (normering). Hoewel iedereen het belang erkent, gaat werken aan een sociaal veilige sport niet vanzelf. De voornaamste reden lijkt dat mensen denken dat het niet nodig is. Het tegendeel is waar. Het gezamenlijk afspreken, bespreken en aanspreken van/op normaal en wenselijk gedrag is van belang om een cultuuromslag te bereiken. De aandacht voor dit thema versterken we verder door in te zetten op de implementatie van de Code Goed Sportbestuur en door voorlichting en scholing te organiseren. Daarnaast stimuleren we de dialoog over sociale veiligheid en grensoverschrijdend gedrag. Waar het zwart-wit is, weet iedereen waar de grens ligt. In het grijze gebied is dat lastig. In de (top)sport gaat het om de vraag: hoe kunnen we grenzen verleggen, zonder grenzen te overschrijden? Daar hebben we elkaar nodig om met elkaar het gesprek aan te gaan en duidelijkheid te scheppen, met respect als uitgangspunt. Het is belangrijk dat er gesproken wordt over grensoverschrijdend gedrag bij zowel de sportaanbieder om de hoek als in de topsport.
Versterking van de keten voor sociale veiligheid (signalen). Ondanks alle inspanningen zullen er altijd nog signalen en incidenten zijn die gezien of gemeld moeten worden en die een zeer zorgvuldige behandeling verdienen. We gaan met elkaar verkennen wat de wenselijke verbeteringen in de governance zijn om een veilige en integere sport te bereiken, en voeren ze uit.
Extra ondersteunende infrastructuur rondom sociale veiligheid (versterking). Sociale veiligheid is een landelijke uitdaging, een complexe uitdaging bovendien. En van alle niveaus: van een positieve sportcultuur tot een verantwoord topsportklimaat. Sportaanbieders staan aan de lat om voor een veilig klimaat te zorgen, maar dat kunnen ze niet alleen. Extra ondersteuning is nodig. We versterken bonden en brancheverenigingen met integriteitsmanagers en extra middelen, om hun achterban te ondersteunen bij het werken aan een veilige sportomgeving. Ook organiseren we meer voorlichting en educatie vanuit de koepels om (top)sporters weerbaarder te maken.
Vitale sportaanbieders
Hogere kwaliteit van mensen in de sector. Al jarenlang wordt er gewerkt aan het verhogen van de kwaliteit van mensen die actief zijn bij sportaanbieders. Dat lukt helaas maar beperkt. We hebben gemerkt dat er naast het opleiden van mensen meer nodig is om de kwaliteit, vooral op het vlak van pedagogische- en didactische vaardigheden, te waarborgen. Onze aanpak om de kwaliteit van mensen actief in de sport te verhogen is het ontwikkelen van een norm voor pedagogische en didactische kwaliteit. In de komende jaren gaan we als partners die norm ontwikkelen, om vervolgens sportaanbieders te ondersteunen hieraan te voldoen. Deze kwaliteitsimpuls levert ook een belangrijke bijdrage aan de sociale veiligheid.
Versterking van de uitvoeringskracht. NOC*NSF en de sportbonden hebben in de afgelopen jaren diverse programma's ontwikkeld op thema's als een Sociaal veilige sport, Vaardig in bewegen en Inclusie en diversiteit. Het ontbreekt sportbonden en aanbieders meestal aan de capaciteit om deze programma's te implementeren en ook aan het netwerk om van de kennis en kracht uit de omgeving te profiteren. Meer uitvoeringskracht helpt de partijen om ontwikkelde programma's en ondersteuning vanuit het netwerk beter te benutten. We versterken koepels en bonden met mankracht, zodat zij hun achterban beter kunnen ondersteunen. Daarnaast versterken we de organisatiekracht van sportaanbieders met ondersteuningsbudget. Via gemeenten kan het uitvoeringsbudget bovendien worden ingezet voor ondersteuning en is er de mogelijkheid om via de BRC professionals in te zetten voor sportaanbieders.
Effectievere clubondersteuning aan sportaanbieders. Huidige ondersteuning aan sportaanbieders is divers en niet altijd effectief. Lokaal is niet altijd inzichtelijk wie welke aanbieders ondersteunt en welk type ondersteuning een aanbieder krijgt. Dat kan veel beter worden georganiseerd. De afgelopen periode hebben de adviseurs lokale sport een aanzet gedaan om ervoor te zorgen dat er in elke gemeente één centraal aanspreekpunt is, waar sportaanbieders zich kunnen melden met hun ondersteuningsvraag. Op die aanpak bouwen we voort. Dat realiseren we door gemeenten, in samenwerking met de lokale kernteams, te stimuleren de clubondersteuning effectief te organiseren. Zij worden hierbij ondersteund door de adviseurs lokale sport.
Lokaal betere match tussen vraag en aanbod. Slechts een deel van de mensen in ons land is actief, en ook slechts een deel daarvan is nu actief bij een sportaanbieder. Voor een deel komt dat omdat vraag en aanbod op wijk- of buurtniveau nog te weinig op elkaar aansluiten. Meer kennis over de lokale behoefte en hoe het bestaande aanbod daarbij past, helpt sportaanbieders in te spelen op die behoefte. We gaan hiervoor werken met specifieke data (sociale wijkprofielen) en ondersteunen sportaanbieders om hun aanbod zo goed mogelijk aan te passen. We zoeken de samenwerking op met kennisinstellingen, koepels en gemeenten om een dergelijke data-gedreven aanpak effectief vorm te geven.
Vaardig in bewegen
Meer aandacht voor beweging bij de jongste jeugd. Tot dusver is er wat minder aandacht geweest voor het belang van sport en bewegen voor kinderen van 0 tot 4 jaar. Inmiddels is er een beweegadvies van de Gezondheidsraad, dat onderstreept dat voldoende bewegen belangrijk is voor de gezondheid en goede ontwikkeling van de jongste jeugd. We gaan het belang van bewegen voor deze doelgroep verder onder de aandacht brengen en bewustzijn bij ouders en (zorg)professionals, waaronder de kinderopvang, vergroten. Tegelijkertijd richten we ons op bonden, brancheverenigingen en sportaanbieders om het bereik van de beweegprogramma's voor deze kinderen uit te breiden.
Betere kansen voor kinderen om sporten en bewegen te ontdekken. Om kinderen (4 tot 12 jaar) enthousiast te krijgen en houden voor sport, is het van belang dat ze zich op vroege leeftijd breed kunnen oriënteren. We ondersteunen de sportbonden met de uitvoering van het Jeugdsportplan, waarin verschillende randvoorwaarden zijn opgenomen om jeugdsport in Nederland te stimuleren. Verder zetten we in op het belang van (buiten)spelen en bewegen tijdens de schooldag. We onderzoeken samen met partners in het onderwijs hoe de brede oriëntatie van kinderen op sporten versterkt kan worden. Verder ondersteunen we aansluiting van de gehele sportsector met het programma School & Omgeving.
Meer inzet op motorische ontwikkeling en veelzijdig bewegen bij kinderen.
De afgelopen jaren is er veel ingezet op het ontwikkelen van verschillende producten rondom breed motorische ontwikkeling. Ook het bewustzijn voor ‘veelzijdig bewegen’ is gegroeid. We maken de stap naar bredere implementatie van bestaande instrumenten in jeugdtrainingen/-activiteiten. We blijven net als hiervoor inzetten op de samenwerking met onderwijspartijen en gemeenten over de inzet op het testen van motorische vaardigheden. De uitslag van deze testen leidt steeds vaker tot een beweegadvies en interventie op maat. Ook gaan we aan de slag met verdere verspreiding en implementatie van de handreiking Vaardig in bewegen, waarin onder andere motorisch testen en het daaraan benodigde vervolgplan benoemd worden. Daarnaast biedt deze handreiking ook met het 2+1+2 model inspiratie. Deze koppelt sport- en beweegactiviteiten voor, tijdens (onder andere de gymles) en na school, waarbij een goede samenwerking op lokaal niveau het verschil maakt.
Verhogen sportdeelname en verlagen sportuitval bij jongeren. De hoge sportuitval van jongeren vanaf 12 jaar is een grote uitdaging. Helaas ervaren niet alle jongeren het plezier, de motivatie en zelfvertrouwen om te blijven sporten en bewegen bij een sportaanbieder. Het voorkomen van uitval in deze levensfase is van belang om sport een vanzelfsprekend onderdeel van de gehele levensloop te laten zijn. We doen aanvullend onderzoek naar de behoeften van deze groep jongeren voor sport- en spelvormen. Ook trekken we lering uit werkzame elementen bij aanbieders die het wel goed lukt om jongeren te behouden of later in te laten stromen. We gaan ontdekken wat zij goed doen en delen dat met andere sportaanbieders. Verder continueren we de inzet op de grootste schoolsportcompetitie voor voortgezet onderwijs, Olympic Moves.
Ruimte voor sport en bewegen
Verduurzaming sportinfrastructuur. Het belang van de transitie naar een duurzame sportsector is groot. De komende jaren zullen de eisen vanuit de samenleving rond duurzaamheid alleen maar intensiveren. Ook de inzet op onderwerpen als circulariteit, biodiversiteit en klimaatadaptiviteit wordt steeds meer van belang. Dit is een grote uitdaging voor de sector, mede door de stijgende energiekosten, verschillen tussen sportaanbieders en accommodaties, en de steeds complexer wordende vraagstukken omtrent verduurzaming. De komende jaren zetten we, samen met ondernemers en verenigingen, gemeenten en bedrijfsleven, onverminderd in op verduurzaming. De Routekaart Verduurzaming Sport is leidend om deze opgave aan te pakken, en daarom zetten we de activiteiten uit de Routekaart voort.
Meer kosteneffectieve en maatschappelijk verantwoorde exploitatie van sportaccommodaties.
De sport wordt, net als andere sectoren, geconfronteerd met stijgende kosten en hoge inflatie. De vraag hoe een sportaccommodatie kosteneffectief kan worden gebouwd en geëxploiteerd, en een zo groot mogelijke maatschappelijke waarde kan vertegenwoordigen, is daarom zeer relevant. Nieuwe exploitatiemodellen kunnen ervoor zorgen dat sportaccommodaties efficiënter worden benut en ook zorgen voor nieuwe vormen van gebruik door doelgroepen zoals ondernemers, onderwijs of andere maatschappelijke en commerciële partijen. Daarmee kunnen we gezamenlijk waarde leveren aan de omgeving. We bestuderen hoe kosteneffectieve en maatschappelijk verantwoorde exploitatiemodellen kunnen worden ontwikkeld, verspreid en toegepast, die zorgen dat een accommodatie zo veel mogelijk maatschappelijke waarde oplevert, en dat de toegevoegde waarde van de accommodatie voor andere domeinen duidelijk in beeld komt. Daarbij kijken we ook naar de wijze waarop die waarde een plek kan krijgen in aanbestedingen.
Betere spreiding en bereikbaarheid van sportinfrastructuur.
Bereikbaarheid en toegankelijkheid van sportaccommodaties en beweegvoorzieningen zijn belangrijke voorwaarden om mensen te kunnen laten sporten en bewegen. De behoeften aan ruimte voor sport bewegen verschillen van plek tot plek en zijn aan verandering onderhevig. Dat beïnvloedt de optimale spreiding en bereikbaarheid van voorzieningen. We doen meer onderzoek naar de spreiding en bereikbaarheid, met aandacht voor de toegankelijkheid en de kansengelijkheid in het aanbod van voorzieningen. Dit raakt aan het thema Inclusie en diversiteit. Om in te spelen op ontwikkelingen in de sport, ontwikkelen we instrumenten voor inzicht in huidige en toekomstige behoeften aan ruimte voor sport en bewegen. Beleidsmakers kunnen hiermee zien welke huidige en toekomstige verbeteringen mogelijk zijn om sport toegankelijker te maken. Het vergt vervolgens afstemming tussen nationale, regionale en lokale spelers voor een passende spreiding van voorzieningen.
Verdere versterking beweegvriendelijke omgeving.
Steeds meer mensen sporten en bewegen in de openbare ruimte, bijvoorbeeld wandelen, hardlopen, wielrennen en bootcamp. Om meer mensen te stimuleren dit te doen en het buitenspelen te bevorderen, moeten de bestaande sportparken meer worden benut voor recreatief gebruik en moet de openbare ruimte uitnodigend, inspirerend en beweegvriendelijk zijn ingericht. Ruimtelijke ordening is hierin essentieel, maar neemt de waarde van ruimte voor sport en bewegen niet altijd mee in gebiedsontwikkeling. We brengen de waarde van een beweegvriendelijke omgeving voor natuur, milieu, mens en omgeving beter in beeld en brengen dit onder de aandacht bij beleidsmakers, wethouders en andere relevante partijen (waaronder planologen en stedenbouwkundigen).
Efficiënter ruimtegebruik van sportinfrastructuur.
De ruimte in Nederland is schaars en wordt steeds schaarser. Nieuwbouw of uitbreiding van sportvoorzieningen is niet overal vanzelfsprekend. De sportsector biedt veel kansen om efficiënter om te gaan met de ruimte die het nu inneemt, om zo een nog grotere bijdrage te leveren aan de omgeving. Door meervoudig en multifunctioneel gebruik van voorzieningen, verbetert de benutting en kan de verbinding tussen sport en andere domeinen, zoals klimaat, welzijn en onderwijs, verbeteren. We delen voorbeelden met lokale partijen om ze te inspireren hiermee aan de slag te gaan, zoals maatschappelijke business cases over meervoudig gebruik van sportruimte als bijvoorbeeld sociale, beweeg- en energiehub. Ook ontwikkelen we instrumenten om meer sociale, maatschappelijke en/of economische activiteiten te faciliteren vanuit sportvoorzieningen.
Maatschappelijke waarde van topsport
Meer aandacht voor maatschappelijk verantwoorde prestaties.
De norm hoe talentvolle sporters worden opgeleid of hoe men binnen de topsport omgaat met het verleggen van grenzen is anders dan tien jaar geleden. Het is belangrijk dat iedereen binnen de topsport zich daarvan bewust is, om genoeg maatschappelijk draagvlak te behouden voor de topsport. Daarom moeten we op collectief niveau aan een topsportsysteem werken dat enerzijds bijstuurt wanneer negatieve waarden van topsport te groot dreigen te worden en anderzijds positieve waarden helpt te vergroten. Dit heeft een directe link met het thema sociale veiligheid.
Behoud en verrijking waardevolle topsportprestaties.
Prestaties zijn van maatschappelijk waarde. Het besef is gegroeid dat de focus op alleen medailles, op zichzelf uniek en inspirerend, de bredere rijkdom van de topsport onvoldoende laat zien. Er zijn ook andere aspecten en momenten, aanvullend op de mondiale successen, die maken dat we als samenleving topsport waarderen en hiervan genieten. Het is zaak om ons meer te richten op alle (aspecten van) waardevolle topsportprestaties. Dat zit vooral in de volgende lijnen: topsport- en opleidingsprogramma's van de sportbonden, paralympische topsport, commerciële sporten (zoals formule 1, betaald voetbal, schaatsen, wielrennen) en topteamcompetities.
Betere benutting van het platform topsport voor bijdrage maatschappelijke doelen.
Topsport en topsportevenementen bieden een prachtig platform om bij te kunnen dragen aan maatschappelijke vraagstukken, zoals duurzaamheidsvraagstukken, overgewicht of eenzaamheid. Dat gebeurt echter niet automatisch. Het is belangrijk dat binnen de topsport het bewustzijn groeit over het platform dat zij te bieden heeft. De platformfunctie zit, naast in de sporters zelf, in alle andere facetten van de topsport (zoals accommodaties en begeleiding) en in de evenementen. De TeamNL centra kunnen lokaal en regionaal meer van maatschappelijke waarde zijn, door de aanwezige kennis en faciliteiten ook beschikbaar te stellen voor andere maatschappelijke vraagstukken.
Vergroten zichtbaarheid en bereik van topsport.
Ons doel is om het bereik van topsport te vergroten, en om meer en vaker Nederlanders te inspireren met de kracht van topsport. Daarbij richten we ons op alle aspecten van topsport, niet alleen de topsportprestaties zelf, maar ook de weg er naartoe, de manier waarop en de waarde die topsport kan hebben voor andere maatschappelijke vraagstukken.
Bijlage 2. — Uitvoeringsbudget Lokaal Sportakkoord
Het Uitvoeringsbudget Lokaal Sportakkoord is gericht op de herijking én de uitvoering van een lokaal Sportakkoord. Voor de G5 (Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht, Eindhoven) is het gericht op de herijking en de uitvoering van een lokaal Sportakkoord en de uitvoering van een living lab.
Een lokaal Sportakkoord is een akkoord waarin door gemeente, sportaanbieders en maatschappelijke organisaties (welzijn, gezondheidszorg, onderwijs) afspraken zijn gemaakt over het beleid rondom sport en sportief bewegen en dat is gebaseerd op het landelijk Sportakkoord. Het blijft mogelijk voor gemeenten om, bij de herijking, de krachten te bundelen om tot een regionaal Sportakkoord te komen en daar uitvoering aan te geven.
Voorwaarden bij het aanvragen van uitvoeringsbudget door een gemeente
- •
Het beschikken over een kernteam dat de regie voert over de herijking en uitvoering van het lokaal Sportakkoord. Dit kernteam bestaat ten minste uit vertegenwoordigers van de gemeente, de lokale sportsector en maatschappelijke organisaties (welzijn, gezondheidszorg, onderwijs).
- •
Het inzetten van een coördinator sport en preventie. Deze functionaris coördineert de herijking en uitvoering van het lokaal Sportakkoord. Gemeenten kunnen via de Brede Regeling Combinatiefuncties middelen aanvragen voor het aanstellen van deze functionaris.
- •
Het herijken van het lokaal Sportakkoord op basis van de inhoud van dit Sportakkoord, aan de hand van het ‘Raamwerk afspraken Sportakkoord’ (zie hierna). Het herijkte lokaal Sportakkoord wordt uiterlijk 30 juni 2023 ingediend bij VSG
- •
Het meewerken aan activiteiten rondom monitoring en evaluatie die in het kader van het Sportakkoord en de Brede SPUK plaatsvinden in de periode 2023—2026.
Raamwerk afspraken Lokaal Sportakkoord
- •
Herijking van het lokaal Sportakkoord vindt plaats onder verantwoordelijkheid van een lokaal kernteam. De coördinator sport en preventie coördineert en begeleidt deze herijking.
- •
Herijking van het lokaal Sportakkoord vindt plaats langs de drie ambities van het Sportakkoord:
- ○
Hoe wordt het fundament (vitale sportaanbieders, duurzaam beleid) van de lokale sportsector versterkt?
- ○
Hoe wordt het bereik (draagvlak partners, deelname partners) van het lokale Sportakkoord vergroot?
- ○
Hoe wordt de betekenis van sport op lokaal niveau zichtbaar gemaakt en benut (verbinding met GALA, IZA, School & Omgeving)?
- •
Bij de herijking van het lokaal Sportakkoord wordt aantoonbaar gestreefd naar het betrekken van het merendeel van sportclubs, ondernemers in de sport en maatschappelijke instellingen. Herijking is zichtbaar een proces dat de hele lokale gemeenschap aangaat.
- •
In de periode 2023—2026 gaat de gemeente (in samenspraak met het kernteam) werken aan een plan van aanpak om sociale veiligheid en integriteit op lokaal niveau bij alle sportaanbieders waarmee de gemeente een relatie heeft te stimuleren en ondersteunen.
- •
In de periode 2023—2026 gaan de gemeente, lokale clubondersteuners en adviseur lokale sport (samen met het kernteam) in gesprek om de toegang, coördinatie en kwaliteit van clubondersteuning op lokaal of regionaal niveau te verbeteren. De mogelijkheid om één loket voor clubondersteuning in te richten wordt hierbij onderzocht.
- •
In de periode 2023—2026 onderzoekt de gemeente (in samenspraak met het kernteam en de adviseur lokale sport) de mogelijkheid om een lokaal sportplatform in te richten. Zo'n sportplatform brengt de lokale sportaanbieders samen met het oog op samenwerking, één aanspreekpunt voor en met de gemeente, en belangenbehartiging.
- •
Het herijkte Sportakkoord maakt duidelijk hoe lokale functionarissen die gefinancierd worden vanuit de BRC worden ingezet binnen de zes thema's van het Sportakkoord.
Raamwerk afspraken living labs
- •
Voor de G5 gelden dezelfde voorwaarden bij het aanvragen van uitvoeringsbudget. Het uitvoeringsbudget kan worden ingezet voor de uitvoering van het lokaal Sportakkoord, een living lab of beide.
- •
Bij de keuze voor inzet op een living lab gelden de volgende afspraken:
- ○
In de living labs vindt onderzoek en innovatie plaats in wijken en gemeenschappen, waarbij de inwoner centraal staat. Daarbij werken de overheid, de sport, het bedrijfsleven, de inwoner en de kennisinstelling samen. Er zijn meerdere living labs in een stad mogelijk.
- ○
De gemeente werkt samen met de programma's ‘MOOI’ en ‘Sportinnovator’ bij de opzet en uitvoering van het living lab.
- ○
De gemeente zet zich in om de leerervaringen en vernieuwende concepten actief, in samenwerking met de kennisinstellingen, te delen met de partners van het Sportakkoord. NOC*NSF, POS en VSG/VNG spreken af de voortgang en resultaten te delen met de sportsector en gemeenten.
- ○
De monitoring van de living labs is gericht op de beoogde gedragsverandering van de intermediairs in de betrokken partners bij de living labs. Daarnaast is de monitoring gericht op het in kaart brengen van kansen en aandachtspunten voor opschaling en vertaling van resultaten naar beleid. VWS zet, in samenspraak met de G5, een gezamenlijk programma voor monitoring van de living labs op.
Technische aspecten
- •
De lokale of regionale akkoorden worden beschikbaar gesteld aan VSG.
- •
Op de website www.sportengemeenten.nl worden de profielen van de coördinator sport en preventie, de (andere) functionarissen uit de BRC en de adviseur lokale sport gedeeld.
- •
De verschillende functionarissen nemen deel aan bijeenkomsten die worden georganiseerd door NOC*NSF, POS en VSG/VNG en dragen op deze wijze actief bij aan kennisdeling.
- •
Ondertekenende partijen van het lokale of regionale Sportakkoord komen minstens twee keer per jaar bijeen om de voortgang te bespreken.
Financiële aspecten
- •
De financiële voorwaarden voor het uitvoeringsbudget Sportakkoord worden vastgesteld in de Brede SPUK ten behoeve van bevorderen van de gezondheid, sport- en beweegstimulering, cultuurparticipatie en versterken van de sociale basis.
Addendum bestuurlijke afspraken Brede Regeling Combinatiefuncties 2023—2026
Met de Brede Regeling Combinatiefuncties wordt deelname aan sport en cultuur verbonden met ten minste één andere sector, zoals de zorg of het onderwijs. Door de jaren heen hebben de functionarissen zich ingezet om de verbinding tussen sectoren te realiseren.
Inzet vanaf 2023: functionarissen binnen het sport-, beweeg- en cultuurdomein
De gezamenlijke ministeries en VNG/VSG zetten zich in om de komende jaren vraaggericht de toeleiding en begeleiding naar sport-, beweeg- en cultuuraanbod te versterken, zodat meer mensen actief betrokken raken bij en deelnemen aan sport, bewegen en cultuur en daarmee gezonder, actiever en fitter worden.
Onze doelen
- •
Meer kinderen, jongeren en volwassenen die sporten, bewegen en meedoen aan cultuur. Het gaat hierbij ook om kwetsbare groepen en mensen die achterblijven in sport-, beweeg- en cultuurdeelname;
- •
Sterke aanbieders in sport, bewegen en cultuur waarbij kwaliteit, veiligheid en toegankelijkheid geregeld is;
- •
Een sterke verbinding tussen sport, bewegen en cultuur met andere domeinen en programma's (onderwijs, gezondheid, zorg, welzijn en sociale zaken/armoede & schulden) die bijdragen aan de bovenste twee ambities.
De inhoudelijke afspraken bouwen nadrukkelijk voort op het Nationaal Sportakkoord en de ‘Geactualiseerde Bestuurlijke afspraken Brede Regeling Combinatiefuncties 2019—2022’. De herziene bestuurlijke afspraken kennen een looptijd van 1 januari 2023 t/m 31 december 2026.
Belangrijke inhoudelijke speerpunten zijn de gestelde doelen in Hoofdlijnen Sportakkoord II, het programma School en omgeving en de meerjarenbrief ‘De kracht van creativiteit’ (2023—2025).
Met het onderbrengen van de Brede Regeling Combinatiefuncties in de brede specifieke uitkering (SPUK) gericht op gezondheid, sport- en beweegstimulering, cultuurparticipatie en het versterken van de sociale basis zetten we de volgende stap in het doelgericht inzetten van functionarissen. Als onderdeel van de brede SPUK kunnen gemeenten een budget aanvragen voor sport-, beweeg en cultuurstimulering. Middels deze financiële constructie kunnen zij beter zicht houden op de besteding van de middelen.
Historie
Vanaf 2008: Impuls brede scholen, sport en cultuur
In 2008 start de Impuls Brede scholen Sport en Cultuur vanuit een samenwerking tussen het Ministerie van OCW en VWS en de VNG. De oorspronkelijke doelstellingen zijn dat de combinatiefunctie moet bijdragen aan de uitbreiding van de brede scholen met sport- en cultuuraanbod, het versterken van de sportverenigingen, het stimuleren van een dagelijks sport- en beweegaanbod op en rond de scholen en/of het vertrouwd raken met en beoefenen van kunst en cultuur door de jeugd. De combinatiefunctionaris is een persoon die ten minste werkzaam is in twee sectoren (onderwijs, sport en cultuur) en in dienst is in één van deze twee sectoren.
Vanaf 2012: Uitbreiding van de bestaande afspraken: Brede Impuls Combinatiefuncties
In 2012 is de oorspronkelijke Impuls brede scholen, sport en cultuur verbreed en uitgebreid en is verder voortgezet onder de naam Brede Impuls Combinatiefuncties. Met deze uitbreiding en verbreding wilde de toenmalig Minister van VWS bereiken dat meer mensen kunnen sporten en bewegen in de buurt, dat sportverenigingen versterkt worden en dat er een verbinding wordt gelegd tussen sport en bewegen en andere sectoren zoals het onderwijs, welzijn, de kinderopvang, de zorg en het bedrijfsleven. Door in te zetten op deze verbinding kunnen de buurtsportcoaches tevens een bijdrage leveren aan lokale opgaven zoals het bevorderen van de gezondheid en de leefbaarheid van een wijk. Door de verbrede inzet kunnen buurtsportcoaches breder worden ingezet dan de combinatie Sport en school, waarmee alleen de jeugd werd bereikt.
Vanaf 2019: De Brede Regeling Combinatiefuncties
In 2019 is gekozen de Impuls om te vormen naar een Regeling die meer de continuïteit en het commitment van Rijk en gemeenten aangeeft.
De Regeling werd met een aantal fte uitgebreid en de doelstellingen kwamen te liggen op het bereiken van een leven lang inclusief sporten, bewegen en beoefenen van culturele activiteiten. De nadruk kwam te liggen op jeugd, kwetsbare groepen, verbindingen tot stand brengen en het versterken van sport-, beweeg- en cultuuraanbieders. Hierin werd ook de verbinding gelegd met het Ministerie van SZW.
Afspraken
Ten aanzien van de inzet vanaf 2023 gelden de volgende afspraken:
- 1.Algemeen
- a.
de ambities en doelen uit het Hoofdlijnen Sportakkoord II, het programma School en omgeving en de meerjarenbrief ‘De kracht van creativiteit’ (2023—2025) worden als leidraad genomen bij de inzet van de functionarissen;
- b.
Er is ruimte voor zes profielen in de Brede Regeling Combinatiefuncties: Buurtsportcoach, Cultuurcoach8., Combinatiefunctionaris Onderwijs, Clubkadercoach (incl. Verenigingsmanager en Sportparkmanager), Beweegcoach en Coördinator Sport en Preventie;
- c.
De domeinen waarbinnen de functionarissen werkzaam zijn, zijn: Sport, Bewegen, Cultuur, Onderwijs, Preventie, Gezondheid, Zorg en Welzijn c.q. het sociaal domein (zoals sociale zaken inclusief aanpak armoede & schulden). Er is hierbij altijd sprake van een combinatie van minimaal twee domeinen, waarbij sport en/of cultuur leidend zijn;
De inzet van de functionarissen in de Brede Regeling Combinatiefuncties hangt samen met de doelen die zijn afgesproken in programma's zoals het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA). De functionaris die hiermee de verbinding legt is de Coördinator Sport en Preventie. Andere programma's waarop de inzet van de functionarissen is gebaseerd zijn bijvoorbeeld Cultuureducatie met kwaliteit, het programma Cultuurparticipatie en de Human Capital Agenda Sportsector;
- d.
De bekostiging van de bevoegde vak- of groepsleerkracht bewegingsonderwijs wordt vanuit het onderwijs gefinancierd. De inzet van functionarissen voor extra aanbod bovenop de onderwijstijd voor bewegingsonderwijs kan vanuit de Brede Regeling Combinatiefuncties worden bekostigd. Voor de looptijd van de huidige Brede Regeling Combinatiefuncties ontwikkelen we een afbouwmodel en heeft het onderwijs tot en met 31 december 2026 de tijd om de inzet van combinatiefunctionarissen in onderwijstijd af te bouwen met als doel uiteindelijk de combinatiefunctionarissen alleen voor extra aanbod, buiten onderwijstijd, in te zetten. Gedurende de looptijd worden de ontwikkelingen gemonitord en is het van belang jaarlijks deze afbouw te gaan zien.
- 2.Arbeidsvoorwaardelijk
- a.
Gemeenten maken met opdrachtnemers afspraken die in lijn zijn met de Wet arbeidsmarkt. Het staat gemeenten echter vrij om lokaal de best passende arbeidsconstructie te kiezen;
- b.
Gemeenten en werkgevers volgen het principe van eerlijke beloning, zoals de Fair Practice Code voor cultuur. Dit houdt in dat er wordt gestreefd naar een gelijkwaardige beloning voor functionarissen bij gelijkwaardige inzet, conform cao-afspraken en andere bestaande richtlijnen;
- c.
Overeenkomstig het beleid van een leven lang ontwikkelen en het stimuleren van toekomstbestendige inzetbaarheid van werkenden, is het wenselijk dat gemeenten met werkgevers afspraken maken over de scholing en de arbeidsvoorwaarden van de medewerkers. Hierbij dient 2% van de lokale middelen beschikbaar te zijn voor opleidingen en het versterken van de kwaliteit van functionarissen. Voor buurtsportcoaches specifiek is hier het carrièrepad voor ontwikkeld;
- d.
Gemeenten en werkgevers streven naar een inclusieve samenleving en gelijke kansen, zoals de code Diversiteit & Inclusie voor cultuur of de afspraken in Sportakkoord II onder het thema Sociaal veilige sport.
- 3.Technisch
- a.
Met het oog op vraagsturing, lokaal maatwerk en een breed draagvlak baseren gemeenten de inzet van de functionarissen op lokale beleidsplannen zoals een lokaal Sport- en/ of Preventieakkoord of cultuurnota's. Dit betekent dat in gezamenlijkheid met gemeentelijke partners (zoals binnen het kernteam Sportakkoord of in samenspraak met een lokaal cultuurplatform) wordt besloten waarop de inzet van de functionarissen is gericht. Ook rekening houdend met de risicogroepen bij de aanpak volksziekten;
- b.
De inzet van de functionarissen wordt ook omschreven in het plan van aanpak dat gemeenten indienen om aanspraak te maken op de middelen uit de Brede Specifieke Uitkering ten behoeve van het bevorderen van de gezondheid, sport- en beweegstimulering, cultuurparticipatie en het versterken van de sociale basis.
- 4.Financieel
- a.
De financiële voorwaarden voor het uitvoeringsbudget Sportakkoord worden vastgesteld in de Regeling specifieke uitkering sport en bewegen, gezondheidsbevordering, cultuurparticipatie en de sociale basis 2023—2026;
- b.
De Rijksbijdrage (Ministeries VWS en OCW) voor de functionarissen is gesteld op € 89.500.000 voor de jaren 2023 tot en met 2025. Voor 2026 is dit bedrag vastgesteld op € 86.500.000,-. Deze bedragen zijn inclusief € 5 miljoen die sinds 2014 structureel beschikbaar zijn vanuit het armoede- en schuldenbeleid9.;
- c.
Er wordt binnen de regeling niet meer uitgegaan van een vastgesteld normbedrag. Deze middelen worden verdeeld op basis van de voorwaarden in de brede Specifieke uitkering zoals onder 4a gesteld. De verdeelsleutels zijn het aantal inwoners en het aantal inwoners met gezondheidsachterstanden (lage inkomens, laag opgeleid). Er wordt een overzicht van de beschikbare bedragen per gemeenten als bijlage van de brede Specifieke uitkering toegevoegd;
- d.
Gemeenten en Rijk hebben afgesproken dat de Rijksbijdrage 40% van het totaalbudget is van de investering voor functionarissen in het sport-, beweeg- en cultuurdomein. Gemeenten organiseren de overige 60% van dit bedrag binnen de financiële mogelijkheden die zij hebben. Dit geldt in het bijzonder voor de periode vanaf 2026, wanneer een nieuwe financieringssystematiek moet worden ingevoerd;
- e.
De btw-vrijstelling voor diensten op het gebied van sport is verruimd. Dit kan ook van toepassing zijn op de inzet van buurtsportcoaches, waardoor gemeenten btw die aan hen in rekening wordt gebracht in relatie tot deze activiteiten niet langer in aftrek zouden kunnen brengen. Hiervoor geldt geen compensatiemogelijkheid vanuit het btw-compensatiefonds. Wel wordt gemeenten compensatie geboden via de Specifieke uitkering Sport.
Caribisch Nederland
Caribisch Nederland kent een andere historie met de Brede Regeling Combinatiefuncties. Op Bonaire, Sint Eustatius en Saba zijn sinds 2019 buurtsportcoaches actief en in 2023 worden de cultuurcoaches geïntroduceerd. De functies zijn daarmee (relatief) nieuw. Dit in combinatie met de specifieke context van de eilanden maakt het doeltreffender om voor Caribisch Nederland separate afspraken te maken voor het toepassen van de Brede Regeling Combinatiefuncties. Die afspraken zijn, waar het kan en past, in lijn met de ambities en richtlijnen voor Europees Nederland. Het is de ambitie om op de eilanden toe te groeien naar een vergelijkbaar voorzieningenniveau.
Ondersteuning
De ondersteuning van gemeenten, werkgevers en de functionarissen bestaat uit het organiseren van passend opleidings- en scholingsaanbod, het creëren van een netwerk met uitwisselingsmogelijkheden en het verwerven en delen van kennis.
De verantwoordelijkheid van de landelijke coördinatie van deze ondersteuning ligt bij Vereniging Sport en Gemeenten, ondersteund door het Kenniscentrum Sport en Bewegen, het Landelijk Kennisinstituut Cultuureducatie en Amateurkunst, POS, NOC*NSF en Wij Buurtsportcoaches. Er wordt nauw samengewerkt met de ondersteuning rond de uitvoering van het GALA. Lokaal maatwerk is het uitgangspunt. Er wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van bestaande scholingsmogelijkheden en ondersteuningsstructuren zoals de regionale buurtsportcoach academies.
Monitoring en evaluatie
De voortgang van de Brede Regeling Combinatiefuncties wordt gemonitord en de impact en resultaten geëvalueerd. Gemeenten dragen bij aan kennisdeling en de daarmee gepaard gaande monitoring zoals ook vastgesteld in de brede Specifieke uitkering ten behoeve van het bevorderen van de gezondheid, sport- en beweegstimulering, cultuurparticipatie en het versterken van de sociale basis.
Voetnoten
Voortgang lokale sportakkoorden rapportage najaar 2022, Mulier Instituut
Met uitzondering van het strategisch kader topsport. Dit kader is opgesteld met de strategische partners VWS, NOC*NSF en VSG/VNG. De positie en vertegenwoordiging van commerciële topsportorganisaties worden nader verkend.
Het Strategisch kader topsport is gericht op een langere periode, namelijk: 2023—2032.
In het Sportakkoord worden de termen ‘sport’, ‘bewegen’ en ‘sport en bewegen’ afwisselend gebruikt. In alle gevallen slaat dit terug op sport en sportief bewegen, waartoe het Sportakkoord is afgebakend.
In Caribisch Nederland is met de Caribische Sport & Preventieakkoorden de afgelopen vier jaar ook veel voortgang geboekt in het domein sport en bewegen. VWS en de openbare lichamen zetten de ontwikkeling die met de Caribisch Sport & Preventieakkoorden is ingezet zoveel mogelijk door en zoeken, waar het past bij de context en dynamiek van de eilanden, aansluiting bij de ambities in het Sportakkoord.
Monitor Sportakkoord
POS maakt nog geen onderdeel uit van het topsportgedeelte van de governance. In de komende jaren wordt bekeken op welke wijze vertegenwoordiging van de POS van toegevoegde waarde kan zijn, met name voor de door POS te organiseren vertegenwoordiging van de topsportevents.
Onder andere gaat het hier ook om cultuurmakelaar, cultuuraanjager, cultuuradviseur, intendant, etc.
De totale bedragen zijn zonder aftrekking van de uitvoeringskosten. Deze bedragen per jaar maximaal € 500.000,- voor de gehele brede SPUK.