Einde inhoudsopgave
Protocol betreffende het statuut van het Hof van Justitie van de Europese Unie
Artikel 50 ter [Specifieke aangelegenheden]
Geldend
Geldend vanaf 01-09-2024
- Redactionele toelichting
1. Verzoeken om een prejudiciële beslissing die zijn ingediend op grond van art. 267 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en aanhangig zijn bij het Hof van Justitie op de eerste dag van de maand volgend op de datum van inwerkingtreding van deze verordening worden behandeld door het Hof van Justitie. 2. Hogere voorzieningen tegen beslissingen van het Gerecht over een besluit van een kamer van beroep van een van de in art. 58 bis, eerste alinea, punten e) tot en met j), genoemde organen of instanties van de Unie en tegen in art. 58 bis, tweede alinea, punt b) bedoelde besluiten, die bij het Hof aanhangig zijn op de datum van de inwerkingtreding van deze verordening, vallen niet onder het mechanisme voor voorafgaande toelating van hogere voorzieningen.
- Bronpublicatie:
11-04-2024, PbEU L 2024, 2024/2019 (uitgifte: 12-08-2024, regelingnummer: 2024/2019)
- Inwerkingtreding
01-09-2024
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
11-04-2024, PbEU L 2024, 2024/2019 (uitgifte: 12-08-2024, regelingnummer: 2024/2019)
- Vakgebied(en)
EU-recht / Algemeen
Het Gerecht is bevoegd kennis te nemen van de verzoeken om een prejudiciële beslissing op grond van artikel 267 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie die uitsluitend betrekking hebben op een of meer van de volgende specifieke aangelegenheden:
- a)
het gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde;
- b)
accijnzen;
- c)
het douanewetboek;
- d)
de tariefindeling van goederen in de gecombineerde nomenclatuur;
- e)
compensatie voor en bijstand aan passagiers bij instapweigering of bij vertraging of annulering van vervoersdiensten;
- f)
het systeem voor de handel in broeikasgasemissierechten.
Niettegenstaande de eerste alinea blijft het Hof van Justitie bevoegd kennis te nemen van verzoeken om een prejudiciële beslissing die opzichzelfstaande vragen opwerpen over de uitlegging van primair recht, internationaal publiekrecht, algemene Unierechtelijke beginselen of het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.
Alle verzoeken op grond van artikel 267 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie worden ingediend bij het Hof van Justitie. Nadat het zo spoedig mogelijk en overeenkomstig de in zijn Reglement voor de procesvoering uiteengezette nadere bepalingen heeft vastgesteld dat een verzoek uitsluitend betrekking heeft op een of meer van de in de eerste alinea van dit artikel genoemde aangelegenheden, zendt het Hof van Justitie dat verzoek door aan het Gerecht.
Verzoeken om een prejudiciële beslissing waarvan het Gerecht kennisneemt op grond van artikel 267 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie worden toegewezen aan de kamers die daartoe zijn aangewezen overeenkomstig de in zijn Reglement voor de procesvoering uiteengezette nadere bepalingen.