Einde inhoudsopgave
Wet voortgezet onderwijs 2020
Artikel 2.31b Samenwerking tussen bevoegd gezag en college van burgemeester en wethouders
Geldend
Geldend vanaf 01-01-2026
- Bronpublicatie:
14-07-2025, Stb. 2025, 210 (uitgifte: 27-08-2025, kamerstukken: 36667)
- Inwerkingtreding
01-01-2026
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
27-11-2025, Stb. 2025, 407 (uitgifte: 05-12-2025, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Onderwijsrecht / Voortgezet onderwijs
1.
Het bevoegd gezag kan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar de leerling woon- of verblijfplaats heeft, betrekken bij de loopbaanbegeleiding, bedoeld in artikel 2.31a, om de leerling ondersteuning te bieden op grond van artikel 7a van de Participatiewet.
2.
Het bevoegd gezag kan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar de leerling woon- of verblijfplaats heeft, verzoeken de ondersteuning van een leerling na het verlaten van de school voort te zetten op grond van artikel 7a van de Participatiewet, mits de betrokkene die meerderjarig en handelingsbekwaam is, dan wel de ouders, daarmee instemt.
3.
Indien de ondersteuning met toepassing van het tweede lid wordt voortgezet door het college van burgemeester en wethouders, stelt het bevoegd gezag een overgangsdocument op overeenkomstig artikel 14e van de WEC en verstrekt dit document aan het college van burgemeester en wethouders.