Einde inhoudsopgave
Verordening (EU) 2019/881 inzake Enisa (het Agentschap van de Europese Unie voor cyberbeveiliging), en inzake de certificering van de cyberbeveiliging van informatie- en communicatietechnologie en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 526/2013 (de cyberbeveiligingsverordening)
Artikel 51 bis Beveiligingsdoelstellingen van Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen voor beheerde beveiligingsdiensten
Geldend
Geldend vanaf 04-02-2025
- Bronpublicatie:
19-12-2024, PbEU L 2025, 2025/37 (uitgifte: 15-01-2025, regelingnummer: 2025/37)
- Inwerkingtreding
04-02-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
19-12-2024, PbEU L 2025, 2025/37 (uitgifte: 15-01-2025, regelingnummer: 2025/37)
- Vakgebied(en)
EU-recht / Instituties
Informatierecht / ICT-recht
De opzet van een Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling voor beheerde beveiligingsdiensten is van dien aard dat, voor zover van toepassing, ten minste de volgende beveiligingsdoelstellingen worden verwezenlijkt:
- a)
dat de beheerde beveiligingsdiensten worden verleend met de vereiste bekwaamheid, deskundigheid en ervaring, en dat het personeel dat belast is met het verlenen van die diensten beschikt over een voldoende en passend niveau van technische kennis en bekwaamheid op het specifieke gebied, over voldoende en passende ervaring en over de hoogste mate van professionele integriteit;
- b)
dat de aanbieder over passende interne procedures beschikt om te waarborgen dat de beheerde beveiligingsdiensten te allen tijde op een voldoende en passend kwaliteitsniveau worden verleend;
- c)
dat gegevens die in verband met de verlening van beheerde beveiligingsdiensten zijn opgevraagd, opgeslagen, verzonden of anderszins zijn verwerkt, worden beschermd tegen onopzettelijk(e) of ongeoorloofd(e) toegang, opslag, openbaarmaking, vernietiging, andere verwerking, verlies of wijziging of onbeschikbaarheid;
- d)
dat in geval van een fysiek of technisch incident de beschikbaarheid van en de toegang tot gegevens, diensten en functies tijdig worden hersteld;
- e)
dat bevoegde personen, programma’s of machines uitsluitend toegang kunnen hebben tot de gegevens, diensten of functies waarvoor hun recht van toegang geldt;
- f)
dat een register wordt bijgehouden en beschikbaar is om na te gaan, op welk tijdstip en door wie gegevens, diensten of functies zijn ingezien, zijn gebruikt of anderszins zijn verwerkt;
- g)
dat de ICT-producten, -diensten en -processen die bij de verlening van de beheerde beveiligingsdiensten worden ingezet, qua ontwerp en standaard veilig zijn en, in voorkomend geval, voorzien zijn van de recentste beveiligingsupdates en geen bekende kwetsbaarheden bevatten.