Einde inhoudsopgave
Besluit ontheffing loodsplicht Scheldereglement 2003
Artikel 3
Geldend
Geldend vanaf 01-10-2008
- Redactionele toelichting
Deze wijziging treedt tegelijk in werking met het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Vlaams Gewest inzake het gemeenschappelijk nautisch beheer in het Scheldegebied (21-12-2005, Trb. 312).
- Bronpublicatie:
18-09-2008, Stcrt. 2008, 188 (uitgifte: 29-09-2008, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Inwerkingtreding
01-10-2008
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
22-09-2008, Trb. 2008, 184 (uitgifte: 01-01-2008, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Vervoersrecht / Binnenvaart
Vervoersrecht / Zeevervoer
Verkeersrecht / Bijzondere onderwerpen
1.
Onverminderd artikel 2 kan de bevoegde autoriteit de gezagvoerder van een schip op een daartoe strekkende aanvraag ontheffing verlenen van de plicht gebruik te maken van de diensten van een loods, indien het betreft:
- a.
zeeschepen met een lengte over alles tot en met 95 meter en een diepgang tot en met 5,5 meter die de Schelde en haar mondingen bevaren via de Magneboei, het Oostgat, de Galgeput, en de Sardijngeul naar het redegebied Vlissingen, bedoeld in artikel 43, eerste lid, van het Scheepvaartreglement Westerschelde 1990, en,
- b.
zeeschepen met een lengte over alles tot en met 95 meter, die de Schelde en haar mondingen bevaren via de overige scheepvaartwegen.
2.
De ontheffing, bedoeld in het eerste lid, kan worden verleend indien:
- a.
de gezagvoerder, of de bevoegd officier die feitelijk de navigatie leidt, voldoen aan nadere eisen met betrekking tot het genoten opleidings- en ervaringsniveau en de beheersing van de Nederlandse of de Engelse taal;
- b.
de gezagvoerder, of de bevoegd officier die feitelijk de navigatie leidt, met het schip een bij nadere eis vast te stellen aantal malen in beide richtingen naar zee gaand en van zee komend de betreffende scheepvaartweg hebben bevaren; en,
- c.
het schip naar het oordeel van de bevoegde autoriteit zodanige manoeuvreereigenschappen bezit, voorzien is van zodanige navigatie- en communicatieapparatuur en een zodanige bemanning dat het bevaren van de scheepvaartweg zonder gebruik te maken van de diensten van een loods toelaatbaar is. Met betrekking tot het schip kunnen nadere eisen worden vastgesteld.
3.
De ontheffing, bedoeld in het eerste lid, wordt verleend voor de daarbij aan te geven, onderscheidenlijk bij nadere eis vast te stellen, loodstrajecten of gedeelten daarvan. De ontheffing wordt verleend voor een bij die ontheffing, onderscheidenlijk bij nadere eis, te bepalen termijn.
4.
De bevoegde autoriteit kan, indien de weersomstandigheden of omstandigheden met betrekking tot het schip, de opvarenden, de lading, de scheepvaart of de scheepvaartweg dit naar zijn oordeel vereisen, aan de ontheffingen te verbinden voorschriften of beperkingen geven en bevestigen op de wijze, bepaald in artikel 2, derde lid. Bij nadere eis kunnen voorschriften of beperkingen worden vastgesteld die aan alle ontheffingen worden verbonden.
5.
Dit artikel is niet van toepassing op zeeschepen, gebouwd of geschikt gemaakt en gebezigd voor het vervoer van minerale olie, gas of chemicaliën in bulk, en geheel of gedeeltelijk daarmee geladen, dan wel leeg maar nog niet ontgast of ontdaan van hun gevaarlijke residuen.