Einde inhoudsopgave
Uitvoeringsbesluit Wmo 2015
Artikel 1.1 [Begripsbepaling]
Geldend
Geldend vanaf 01-01-2026
- Bronpublicatie:
24-09-2025, Stb. 2025, 255 (uitgifte: 03-10-2025, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Inwerkingtreding
01-01-2026
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
24-09-2025, Stb. 2025, 255 (uitgifte: 03-10-2025, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Maatschappelijke ondersteuning / Algemeen
Sociale zekerheid algemeen / Bijzondere onderwerpen
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- –
belasting:
- 1°
indien over het peiljaar een aanslag of navorderingsaanslag inkomstenbelasting is of wordt vastgesteld: de over dat jaar verschuldigde inkomstenbelasting, bedoeld in artikel 2.7 van de Wet inkomstenbelasting 2001, vermeerderd met de over dat jaar verschuldigde premie voor de volksverzekeringen, bedoeld in artikel 9 van de Wet financiering sociale verzekeringen;
- 2°
in de overige gevallen: het inkomensgegeven, bedoeld in artikel 21, onderdeel e, onder 2°, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen;
- –
bijdrage: bijdrage in de kosten van een maatwerkvoorziening of een persoonsgebonden budget;
grondslag sparen en beleggen: grondslag sparen en beleggen, bedoeld in artikel 5.2, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001;
- –
inkomen:
- 1°
indien over het peiljaar een aanslag of navorderingsaanslag inkomstenbelasting is of wordt vastgesteld: het inkomensgegeven, bedoeld in artikel 21, onderdeel e, onder 1°, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen;
- 2°
in de overige gevallen: het inkomensgegeven, bedoeld in artikel 21, onderdeel e, onder 2°, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen;
- –
peiljaar: tweede kalenderjaar voorafgaande aan het kalenderjaar waarvoor een bijdrage wordt vastgesteld;
- –
pensioengerechtigde leeftijd: de pensioengerechtigde leeftijd als bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet;
- –
rendementsgrondslag : rendementsgrondslag, bedoeld in artikel 5.3, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001;
- –
standaardpremie: het bedrag als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel g, van de Wet op de zorgtoeslag;
- –
vermogen: vermogen als bedoeld in artikel 3.2;
- –
vermogensinkomensbijtelling: bijtelling van het vermogen als bedoeld in artikel 3.2a;
- –
- –
zak- en kleedgeld: bedrag als bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de Participatiewet;
- –
zorgtoeslag: tegemoetkoming als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de zorgtoeslag;
- –
zorgverzekering: verzekering als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Zorgverzekeringswet.