Einde inhoudsopgave
Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen
Artikel 10c
Geldend
Geldend vanaf 11-04-2026. Let op: treedt met terugwerkende kracht in werking vanaf 01-01-2026
- Bronpublicatie:
01-04-2026, Stb. 2026, 79 (uitgifte: 10-04-2026, kamerstukken: 36782)
- Inwerkingtreding
11-04-2026, terugwerkend tot: 01-01-2026
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
01-04-2026, Stb. 2026, 79 (uitgifte: 10-04-2026, kamerstukken: 36782)
- Vakgebied(en)
EU-recht / Bijzondere onderwerpen
Internationaal belastingrecht (V)
Internationaal belastingrecht / Inlichtingenuitwisseling en wederzijdse bijstand
1.
Een rapporterende financiële instelling verstrekt jaarlijks ter zake van elke bij haar aangehouden te rapporteren rekening aan Onze Minister, naast de gegevens en inlichtingen, bedoeld in artikel 10b, eerste lid, de volgende gegevens en inlichtingen:
- a.
indien het een bewaarrekening betreft:
- 1°
het op of ter zake van die rekening gestorte of bijgeschreven totale brutobedrag aan rente, totale brutobedrag aan dividenden en totale brutobedrag aan overige inkomsten gegenereerd met betrekking tot de activa op de rekening gedurende het kalenderjaar of een andere relevante periode waarover wordt gerapporteerd;
- 2°
de totale bruto-opbrengsten van de verkoop, terugbetaling of afkoop van financiële activa, die zijn gestort of bijgeschreven op die rekening gedurende het kalenderjaar of een andere relevante periode waarover wordt gerapporteerd ter zake waarvan de rapporterende financiële instelling voor de rekeninghouder optrad als bewaarder, makelaar, vertegenwoordiger of anderszins als gevolmachtigde;
- b.
indien het een depositorekening betreft: het totale brutobedrag aan rente dat is gestort of bijgeschreven op die rekening gedurende het kalenderjaar of een andere relevante periode waarover wordt gerapporteerd;
- c.
indien het een andere rekening betreft dan bedoeld in de onderdelen a en b: het totale brutobedrag dat is betaald of bijgeschreven op die rekening gedurende het kalenderjaar of een andere relevante periode waarover wordt gerapporteerd ter zake waarvan de rapporterende financiële instelling een betalingsverplichting heeft of debiteur is, met inbegrip van het totaalbedrag aan afbetalingen aan de rekeninghouder van die rekening gedurende het kalenderjaar of een andere relevante periode waarover wordt gerapporteerd;
- d.
indien het een aandelenbelang betreft als bedoeld in bijlage I, deel VIII, onderdeel C, onder 4, van Richtlijn 2011/16/EU in een beleggingsentiteit als bedoeld in bijlage I, deel VIII, onderdeel A, onder 6 bis, van Richtlijn 2011/16/EU die een juridische constructie is: de rol of rollen op grond waarvan de te rapporteren persoon een houder van een aandelenbelang is.
3.
In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, onder 2°, hoeft een rapporterende financiële instelling de bruto-opbrengsten niet te rapporteren voor zover zij die opbrengsten met toepassing van de bepalingen van hoofdstuk II, afdeling 4aca, rapporteert, tenzij zij voor een bepaalde groep te rapporteren rekeningen anders besluit.