Einde inhoudsopgave
Uitvoeringsverordening (EU) nr. 282/2011 houdende vaststelling van maatregelen ter uitvoering van Richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde
Artikel 24 quinquies
Geldend
Geldend vanaf 14-04-2025
- Bronpublicatie:
11-03-2025, PbEU L 2025, 2025/518 (uitgifte: 25-03-2025, regelingnummer: 2025/518)
- Inwerkingtreding
14-04-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
11-03-2025, PbEU L 2025, 2025/518 (uitgifte: 25-03-2025, regelingnummer: 2025/518)
- Vakgebied(en)
Europees belastingrecht / Richtlijnen EU
Europees belastingrecht / Belastingen EU
1.
Een dienstverrichter die een dienst verricht uit hoofde van artikel 54, lid 1, tweede alinea, van Richtlijn 2006/112/EG, of een in artikel 58, lid 1, van die richtlijn vermelde dienst verricht, kan het in artikel 24 bis of artikel 24 ter, eerste alinea, punt a), b) of c), van deze verordening bedoelde vermoeden weerleggen op basis van drie afzonderlijke, niet-tegenstrijdige bewijsstukken waaruit blijkt dat de afnemer gevestigd is of zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats op een andere plaats heeft.
2.
Een belastingdienst kan vermoedens uit hoofde van artikel 24 bis, 24 ter of 24 quater weerleggen in geval van aanwijzingen voor verkeerd gebruik of misbruik door de dienstverrichter.