Einde inhoudsopgave
Regeling standaard luchtverkeerscircuits
Artikel 2
Geldend
Geldend vanaf 12-12-2014
- Bronpublicatie:
09-12-2014, Stcrt. 2014, 35427 (uitgifte: 11-12-2014, regelingnummer: IENM/BSK-2014/257818)
- Inwerkingtreding
12-12-2014
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
09-12-2014, Stcrt. 2014, 35427 (uitgifte: 11-12-2014, regelingnummer: IENM/BSK-2014/257818)
- Vakgebied(en)
Vervoersrecht / Luchtvervoer
1.
De onderdelen van het ingevolge paragraaf SERA.3225, onderdeel b, van de verordening (EU) nr. 923/2012 door luchtvaartuigen te vliegen luchtverkeerscircuit, zoals aangegeven in de bij deze regeling behorende bijlage, worden achtereenvolgens benoemd:
- a.
Runway/start- en landingsbaan;
- b.
Take off leg/startbeen;
- c.
Crosswind leg/dwarswindbeen;
- d.
Downwind leg/rugwindbeen;
- e.
Base leg/basisbeen;
- f.
Final leg/eindnaderingsbeen.
2.
Het luchtverkeerscircuit wordt gevlogen binnen een aan te wijzen luchtruimte van per start- en landingsbaan van een luchthaven vast te stellen afmetingen, hierna te noemen circuitgebied.
3.
Een standaard circuitgebied, zoals aangegeven in de bij deze regeling behorende bijlage, strekt zich uit van het luchthavenniveau tot een hoogte (Above Aerodrome Level: afgekort AAL) van 300 m (1000 ft) daar boven.
4.
De hoogte van het standaard luchtverkeerscircuit bedraagt 210 m (700 ft) AAL.