Einde inhoudsopgave
Vreemdelingencirculaire 2000 (A)
6.4 Gehoor
Geldend
Geldend vanaf 01-07-2024
- Bronpublicatie:
27-06-2024, Stcrt. 2024, 19498 (uitgifte: 28-06-2024, regelingnummer: WBV 2024/13)
- Inwerkingtreding
01-07-2024
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
27-06-2024, Stcrt. 2024, 19498 (uitgifte: 28-06-2024, regelingnummer: WBV 2024/13)
- Vakgebied(en)
Vreemdelingenrecht (V)
Het uitgangspunt is dat een vreemdeling, voordat hij in bewaring wordt gesteld, gehoord wordt. Het gehoor van de vreemdeling moet afgenomen worden door de ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV.
De vreemdeling wordt niet gehoord voordat hij in bewaring wordt gesteld, als het voorafgaande gehoor van de vreemdeling niet kan worden afgewacht. Uit de vreemdelingenadministratie moet blijken waarom het gehoor na de inbewaringstelling plaatsgevonden heeft. Het gehoor wordt vervolgens zo spoedig mogelijk na tenuitvoerlegging van de bewaring gehouden.