Einde inhoudsopgave
Uitvoeringsregeling zeevisserij
Artikel 46c Betaling aanlandcontingent
Geldend
Geldend vanaf 31-12-2025
- Bronpublicatie:
23-12-2025, Stcrt. 2025, 45335 (uitgifte: 30-12-2025, regelingnummer: WJZ/102888623)
- Inwerkingtreding
31-12-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
23-12-2025, Stcrt. 2025, 45335 (uitgifte: 30-12-2025, regelingnummer: WJZ/102888623)
- Vakgebied(en)
Natuurbeschermingsrecht / Soortenbescherming
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
1.
Voor een aanlandcontingent wordt een bedrag betaald ter hoogte van:
- a.
het bedrag dat degene aan wie het document gericht is, op grond van artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van het Legesbesluit visserijdocumenten verschuldigd is, vermeerderd met
- b.
de hoeveelheid kilogrammen levend gewicht van een vissoort die is vermeld in de aangifte van aanlanding, bedoeld in artikel 23 van de controleverordening, die niet in mindering kan worden gebracht op een contingent, hoeveelheid als bedoeld in artikel 24 of groepscontingent, vermenigvuldigd met tachtig procent van de gemiddelde prijs van de desbetreffende vissoort in het desbetreffende kwartaal van aanlanding, in het voorgaande jaar, zoals vermeld op de website van de RVO;
met dien verstande dat het totaal verschuldigde bedrag voor een aanlandcontingent ten hoogste negentig procent van de in onderdeel b bedoelde prijs bedraagt.
2.
In afwijking van het eerste lid wordt voor een aanlandcontingent voor horsmakreel gevangen in wateren van het Verenigd Koninkrijk en wateren van de Unie van de ICES-sectoren 4b, 4c en 7d, slechts het bedrag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, betaald, met dien verstande dat het verschuldigde bedrag voor een aanlandcontingent ten hoogste negentig procent van de gemiddelde prijs in het kwartaal van aanlanding in het voorgaande jaar, zoals vermeld op de in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde website, van de hoeveelheid kilogrammen levend gewicht die is vermeld in de aangifte van de aanlanding, bedoeld in artikel 23 van de controleverordening, bedraagt. Dit lid is van toepassing tot het moment dat veertig procent van de aan Nederland toegewezen vangstmogelijkheden in bijlage I bij de verordening vangstmogelijkheden van het betreffende visbestand is opgevist.
3.
Indien een ondernemer na de aanvraag van een aanlandcontingent voor de desbetreffende vissoort een contingent in gebruik krijgt of overgedragen krijgt, worden daarop allereerst de aangelande hoeveelheden waarvoor een aanlandcontingent is verstrekt in mindering gebracht en wordt, voor zover een bedrag is betaald voor het aanlandcontingent, het bedrag dat is betaald voor de desbetreffende hoeveelheid minus het bedrag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, aan de ondernemer terugbetaald.