Einde inhoudsopgave
Subsidieregeling Verduurzaming voor Verenigingen van Eigenaars
Artikel 16 Hoogte subsidie voor investeringen voor duurzame warmteopties
Geldend
Geldend van 01-01-2025 tot 01-01-2031
- Bronpublicatie:
03-12-2024, Stcrt. 2024, 37731 (uitgifte: 05-12-2024, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Inwerkingtreding
01-01-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
03-12-2024, Stcrt. 2024, 37731 (uitgifte: 05-12-2024, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Energierecht / Energiebesparing
Volkshuisvesting en wonen / Eigenwoningbezit
Bestuursrecht algemeen / Subsidie
1.
De subsidie voor een investering voor duurzame warmteopties bedraagt voor:
- a.
een verwarmingstoestel dat wordt geïnstalleerd en wordt uitgerust met een lucht-waterwarmtepomp als bedoeld in artikel 7, derde lid, onderdeel a, bij een thermisch vermogen ten behoeve van ruimteverwarming bij bivalente temperatuur:
- 1°
tot 1 kW lucht-waterwarmtepomp ten behoeve van tapwaterverwarming: € 500;
- 2°
vanaf 1 kW tot en met 70 kW ontwerpvermogen: € 1.250, vermeerderd met € 225 voor elke kW thermisch vermogen bij bivalente temperatuur vanaf 1 kW;
- 3°
van 71 kW ontwerpvermogen of meer: € 1.650, vermeerderd met € 150 voor elke kW thermisch vermogen bij bivalente temperatuur hoger dan 1 kW;
- b.
een verwarmingstoestel dat wordt geïnstalleerd en wordt uitgerust met een grond-waterwarmtepomp of met een water-waterwarmtepomp als bedoeld in artikel 7, derde lid, onderdeel a, bij een thermisch vermogen bij referentieontwerptemperatuur:
- 1°
tot 1 kW grond-waterwarmtepomp of water-waterwarmtepomp ten behoeve van tapwaterverwarming: € 500;
- 2°
van 1 kW tot en met 10 kW: € 4.200;
- 3°
van meer dan 10 kW tot en met 70 kW: € 4.200, vermeerderd met € 150 voor elke kW thermisch vermogen hoger dan 10 kW;
- 4°
van 71 kW of meer: € 3.750, vermeerderd met € 150 voor elke kW thermisch vermogen hoger dan 10 kW;
- c.
een zonneboiler als bedoeld in artikel 7, derde lid, onderdeel b, die wordt geïnstalleerd op of na 1 januari 2024, € 1,02 per kWh jaarlijkse zonne-energiebijdrage van de zonneboiler bij een apertuuroppervlakte van ten hoogste 5 m2, € 0,55 per kWh jaarlijkse zonne-energiebijdrage van een zonneboiler bij een apertuuroppervlakte van meer dan 5 tot ten hoogste 10 m2 en € 0,28 per kWh jaarlijkse zonne-energiebijdrage van een zonneboiler met een apertuuroppervlakte van meer dan 10 m2.
2.
De subsidie, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, onder 1°, en onderdeel b, onder 1°, wordt verhoogd met:
- a.
€ 225, indien de warmtepomp tot 1 kW ten behoeve van tapwaterverwarming blijkens het etiket behoort tot de energie-efficiëntieklasse A+;
- b.
€ 450, indien de warmtepomp tot 1 kW ten behoeve van tapwaterverwarming blijkens het etiket behoort tot de energie-efficiëntieklasse A++.
3.
De subsidie wordt verhoogd met:
- a.
€ 200, indien de warmtepomp tot en met 70 kW, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2°, blijkens het etiket behoort tot de energie- efficiëntieklasse A+++ of hoger; of
- b.
€ 225, indien de warmtepomp tot en met 70 kW, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdelen 2° en 3°, blijkens het etiket behoort tot de energie- efficiëntieklasse A+++ of hoger.
4.
De jaarlijkse zonne-energiebijdrage, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, wordt voor zonneboilers vastgesteld op:
- a.
2.799 kWh, minus het jaarlijks aandeel van niet uit zonne-energie verkregen warmte volgens de productkaart conform het capaciteitsprofiel L, en minus het supplementair elektriciteitsgebruik volgens de productkaart, indien er sprake is van een apertuuroppervlakte van ten hoogste 5 m2;
- b.
4.427 kWh, minus het jaarlijks aandeel van niet uit zonne-energie verkregen warmte volgens de productkaart conform het capaciteitsprofiel XL, en minus het supplementair elektriciteitsgebruik volgens de productkaart, indien er sprake is van een apertuuroppervlakte van meer dan 5 en ten hoogste 10 m2; of
- c.
het product van 1.293 kWh, het totale collectoroppervlak van alle collectoren volgens de productkaart, het collectorrendement volgens de productkaart, de instralingshoekmodifier volgens de productkaart en de verliesfactor van de warmwatertank, bedoeld in het vijfde of zesde lid, indien er sprake is van een apertuuroppervlakte van meer dan 10 m2.
5.
Afhankelijk van de energie-efficiëntieklasse vermeld op het etiket of de energie-efficiëntieklasse vastgesteld volgens de methode, bedoeld in bijlage II, onderdeel 2, van verordening (EU) nr. 812/2013, bedraagt de verliesfactor van de warmwatertank, bedoeld in het vierde lid, onderdeel c:
- a.
0,95 bij energie-efficiëntieklasse A+;
- b.
0,91 bij energie-efficiëntieklasse A;
- c.
0,86 bij energie-efficiëntieklasse B;
- d.
0,83 bij energie-efficiëntieklasse C;
- e.
0,81 bij energie-efficiëntieklasse D tot en met G.
6.
In afwijking van het vijfde lid bedraagt de verliesfactor voor een warmwatertank met een volume van 2.000 liter en meer 0,81.