Einde inhoudsopgave
Besluit psychotherapeut
Artikel 4
Geldend
Geldend vanaf 01-01-2024
- Bronpublicatie:
13-09-2023, Stb. 2023, 299 (uitgifte: 18-09-2023, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Inwerkingtreding
01-01-2024
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
13-09-2023, Stb. 2023, 299 (uitgifte: 18-09-2023, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Gezondheidsrecht / Ordening en verzekering
Onderwijsrecht / Bijzondere onderwerpen
1.
Het onderwijs, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a, omvat ten minste:
- a.
400 uren cursorisch onderwijs;
- b.
50 uren leertherapiesessies;
- c.
500 uren psychotherapiesessies;
- d.
150 uren supervisiesessies waarvan er ten minste 50 betrekking hebben op de behandeling van individuele volwassen patiënten.
2.
Het cursorische onderwijs omvat ten minste de volgende onderwerpen:
- a.
algemene aspecten van de psychotherapie;
- b.
gespreks- en interactietraining, gericht op de praktische toepassing daarvan in de psychotherapie;
- c.
intake en indicatiestelling;
- d.
psychopathologie;
- e.
specifieke problemen van de verschillende leeftijdsgroepen en maatschappelijke groeperingen, waaronder cultuurgebonden problematiek;
- f.
de psychotherapeutische referentiekaders, zijnde de psycho-analytische therapie, de gedragstherapie, de rogeriaanse therapie en de systeemtherapie die zijn gebaseerd op onderscheidelijk[lees: onderscheidenlijk] de psycho-analytische theorieën, de leer- en cognitieve theorieën, de experiëntiële theorieën en de systeemtheorieën;
- g.
inleiding in de toepassing van behandelingsmethoden vanuit de psychotherapeutische referentiekaders;
- h.
inleiding in de basisbegrippen en de kenmerken van groepsprocessen;
- i.
kenmerken van de ambulante, de dag- en de klinische behandelingssituatie;
- j.
beroepsethiek;
- k.
recente ontwikkelingen van wetenschappelijk onderzoek op het gebied van de psychotherapie;
- l.
kwaliteit van de praktijkvoering en de beroepsuitoefening;
- m.
betrekken van beschikbaar wetenschappelijk bewijs bij beslissingen en handelingen in de praktijk.
3.
De opleiding, bedoeld in artikel 3, bestaat voorts uit ten minste twee vervolgcursussen over de toepassing van behandelingsmethoden in twee verschillende door de aspirant-psychotherapeut te kiezen psychotherapeutische referentiekaders.