Einde inhoudsopgave
Circulaire wapens en munitie 2019
8 Opbergen en het gemeenschappelijk gebruik van wapens
Geldend
Geldend vanaf 01-02-2020
- Bronpublicatie:
22-01-2020, Stcrt. 2020, 5669 (uitgifte: 31-01-2020, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Inwerkingtreding
01-02-2020
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
22-01-2020, Stcrt. 2020, 5669 (uitgifte: 31-01-2020, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Wapens en munitie
De persoon aan wie een vergunning is verleend tot het voorhanden hebben van wapens en/of munitie dient — indien de wapens en de bijbehorende munitie thuis voorhanden worden gehouden — er voor te zorgen dat deze worden opgeborgen in afzonderlijke, deugdelijk afgesloten, en voor onbevoegden niet gemakkelijk bereikbare bergplaatsen. De wapens dienen dus gescheiden van de munitie te worden opgeborgen.
De hieronder genoemde bepalingen betreffende het opbergen van wapens en munitie zijn tevens van toepassing op essentiële onderdelen van wapens zoals bedoeld in artikel 3 van de Wet wapens en munitie.
De bepalingen zijn echter niet van toepassing op de (onderdelen van) wapens en (onderdelen van) munitie waarop de vrijstelling van artikel 18 van de Regeling wapens en munitie van toepassing is noch op lege hulzen en projectielen die bestemd zijn voor het herladen. De onderstaande bepalingen zijn wel van toepassing op de opslag van slaghoedjes maar zijn niet van toepassing op de opslag van kruit. Het voorhanden hebben van kruit valt immers niet onder de werking van de WWM.
Onbenoemd 8.1 Deugdelijke bergplaats
Onbenoemd 8.2 Opslag van wapens en munitie bij schietverenigingen
Onbenoemd 8.3 Vuurwapens op een tijdelijk adres
Onbenoemd 8.4 Gemeenschappelijk gebruik van wapens