Einde inhoudsopgave
Wet regels integriteit en vervolgfuncties bewindspersonen
Artikel 4
Geldend
Geldend vanaf 20-02-2026
- Bronpublicatie:
01-10-2025, Stb. 2025, 269 (uitgifte: 13-10-2025, kamerstukken: 36549)
- Inwerkingtreding
20-02-2026
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
12-02-2026, Stb. 2026, 34 (uitgifte: 17-02-2026, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Staatsrecht (V)
1.
Een gewezen bewindspersoon heeft binnen twee jaar na zijn ontslag geen zakelijk contact met de ambtenaren die onder zijn voormalig ministerie ressorteren, noch met ambtenaren die onder andere ministeries ressorteren over de beleidsterreinen waarover de gewezen bewindspersoon voor zijn ontslag intensief en meer dan incidenteel contact had.
2.
Het eerste lid is niet van toepassing op een gewezen bewindspersoon die een dienstverband aangaat bij een rechtspersoon of instelling als bedoeld in artikel 1.2 van de Wet normering topinkomens.
3.
Onze Minister-President kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid. Onze Minister doet binnen twee weken na verlening van een ontheffing hiervan mededeling in de Staatscourant.
4.
Onze Minister-President verzoekt het adviescollege gemotiveerd advies uit te brengen met betrekking tot de wenselijkheid en de reikwijdte van een ontheffing als bedoeld in het derde lid.
5.
Ten aanzien van de adviezen als bedoeld in het vierde lid is artikel 2, elfde tot en met veertiende lid, van overeenkomstige toepassing.