Einde inhoudsopgave
Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers
Artikel 2.2.11 Loopbaanoriëntatie
Geldend
Geldend vanaf 18-07-2019. Let op: treedt met terugwerkende kracht in werking vanaf 28-03-2019
- Bronpublicatie:
05-07-2019, Stb. 2019, 260 (uitgifte: 17-07-2019, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Inwerkingtreding
18-07-2019, terugwerkend tot: 28-03-2019
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
05-07-2019, Stb. 2019, 260 (uitgifte: 17-07-2019, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Ambtenarenrecht / Bijzondere onderwerpen
Staatsrecht / Decentralisatie
1.
De kosten die de commissaris of gedeputeerde maakt omdat hij zich tijdens het ambt oriënteert op zijn verdere loopbaan of mobiliteit bevorderende activiteiten ontplooit, komen ten laste van de provincie, op voorwaarde dat gedeputeerde staten van oordeel zijn dat:
- a.
de prijs/kwaliteitverhouding van de desbetreffende loopbaanoriëntatie of mobiliteit bevorderende activiteit redelijk is;
- b.
die loopbaanoriëntatie of mobiliteit bevorderende activiteit niet kan worden aangemerkt als een sollicitatieactiviteit; en
- c.
de kosten ervan niet reeds uit anderen hoofde voor vergoeding in aanmerking komen.
2.
Onze Minister kan over de in het eerste lid bedoelde loopbaanoriëntatie of mobiliteit bevorderende activiteiten nadere regels stellen.