Einde inhoudsopgave
Verordening (EG) Nr. 2580/2001 inzake specifieke beperkende maatregelen tegen bepaalde personen en entiteiten met het oog op de strijd tegen het terrorisme
Artikel 1
Geldend
Geldend vanaf 27-02-2026
- Bronpublicatie:
26-02-2026, PbEU L 2026, 2026/456 (uitgifte: 26-02-2026, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Inwerkingtreding
27-02-2026
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
26-02-2026, PbEU L 2026, 2026/456 (uitgifte: 26-02-2026, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
EU-recht (V)
Openbare orde en veiligheid / Terrorismebestrijding
Voor de toepassing van deze verordening gelden de volgende definities:
- a)
‘vordering’: elke vóór, op of na de datum van inwerkingtreding van deze verordening ingediende eis, ook wanneer deze de vorm van een rechtsvordering heeft, die voortvloeit uit of verband houdt met de uitvoering van een overeenkomst of transactie, en met name:
- i)
een vordering tot nakoming van een verplichting die voortvloeit uit of verband houdt met een contract of transactie;
- ii)
een vordering tot verlenging of uitbetaling van een obligatie, financiële garantie of contragarantie, ongeacht de vorm;
- iii)
een vordering tot schadeloosstelling in verband met een contract of een transactie;
- iv)
een tegenvordering;
- v)
een vordering, ook via een exequatur, waarmee wordt beoogd erkenning of uitvoering van een rechterlijke of arbitrale uitspraak of van een gelijkwaardige beslissing te verkrijgen, ongeacht de plaats van uitspraak;
- b)
‘contract of transactie’: elke verrichting, ongeacht de vorm en het recht dat erop van toepassing is, die een of meer contracten of soortgelijke verplichtingen tussen al dan niet dezelfde partijen omvat; in dat verband worden onder ‘contract’ tevens begrepen alle — ook de uit juridisch oogpunt op zichzelf staande — met name financiële garanties of contragaranties en kredieten, alsmede alle uit een dergelijke transactie voortkomende of daarmee verband houdende bepalingen;
- c)
‘bevoegde autoriteiten’: de bevoegde autoriteiten van de lidstaten als aangegeven op de websites die zijn opgenomen in bijlage I;
- d)
‘economische middelen’: activa van enigerlei aard, materieel of immaterieel, roerend of onroerend, die geen tegoeden zijn, maar kunnen worden gebruikt om tegoeden, goederen of diensten te verkrijgen;
- e)
‘bevriezing van economische middelen’: voorkomen dat economische middelen worden gebruikt om op enigerlei wijze tegoeden, goederen of diensten te verkrijgen, inclusief, maar niet daartoe beperkt, door deze te verkopen, te verhuren of te hypothekeren;
- f)
‘bevriezing van tegoeden’: het voorkomen van het op enigerlei wijze muteren, overmaken, corrigeren, gebruiken van, toegang verschaffen tot of omgaan met tegoeden met als gevolg wijzigingen van hun omvang, bedrag, locatie, eigenaar, bezit, onderscheidende kenmerken, bestemming of verdere wijzigingen waardoor het gebruik van bedoelde tegoeden, inclusief het beheer van een beleggingsportefeuille, mogelijk zou worden gemaakt;
- g)
‘tegoeden’: financiële activa en voordelen van enigerlei aard, met inbegrip van, maar niet beperkt tot:
- i)
contanten, cheques, geldvorderingen, wissels, postwissels en andere betaalmiddelen;
- ii)
deposito's bij financiële instellingen of andere entiteiten, saldi op rekeningen, schulden en schuldbewijzen;
- iii)
in het openbaar en onderhands verhandelde waardepapieren en schuldbewijzen, inclusief aandelen, certificaten van waardepapieren, obligaties, promesses, warrants, schuldbekentenissen en derivatencontracten;
- iv)
rente, dividenden of andere inkomsten, uit of waarde voortkomende uit, of gegenereerd door activa;
- v)
krediet, recht op compensatie, garanties, uitvoeringsgaranties of andere financiële verplichtingen;
- vi)
kredietbrieven, cognossementen, koopbrieven;
- vii)
bewijsstukken van belangen in fondsen of financiële middelen;
- h)
‘grondgebied van de Unie’: het grondgebied van alle lidstaten waarop het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) van toepassing is, onder de daarin bepaalde voorwaarden, met inbegrip van hun luchtruim;
- i)
‘terroristische daad’: een van de volgende opzettelijke handelingen die naar aard of context een land of een internationale organisatie ernstig kan schaden en die overeenkomstig het nationale recht als strafbaar feit is gedefinieerd, wanneer de daad gepleegd wordt met het doel:
- i)
een bevolking ernstig te intimideren, of
- ii)
de overheid of een internationale organisatie op onrechtmatige wijze te verplichten een bepaalde handeling te verrichten of zich daarvan te onthouden, of
- iii)
de politieke, constitutionele, economische of sociale basisstructuren van een land of van een internationale organisatie ernstig te destabiliseren of te vernietigen:
- a)
een aanslag op het leven van een persoon, met mogelijk een dodelijke afloop;
- b)
een ernstige schending van de fysieke integriteit van één persoon;
- c)
een ontvoering of gijzeling;
- d)
het veroorzaken van vergaande verwoesting van overheids- en openbare voorzieningen, vervoersystemen of infrastructurele voorzieningen, met inbegrip van informaticasystemen, een vast platform op het continentaal plat, openbare plaatsen of privéterreinen, met als mogelijk resultaat dat mensenlevens in gevaar worden gebracht of aanzienlijke economische schade wordt aangericht;
- e)
het kapen van vlieg- en vaartuigen of andere transportmiddelen voor personen- of goederenvervoer;
- f)
vervaardiging, bezit, verwerving, vervoer, levering of gebruik van springstoffen of wapens, met inbegrip van chemische, biologische, radiologische en kernwapens, alsook onderzoek en ontwikkeling met betrekking tot chemische, biologische, radiologische en kernwapens;
- g)
het laten ontsnappen van gevaarlijke stoffen of het veroorzaken van branden, overstromingen of ontploffingen, met als gevolg dat mensenlevens in gevaar worden gebracht;
- h)
het verstoren of onderbreken van de toevoer van water, stroom of andere essentiële natuurlijke hulpbronnen, met als gevolg dat mensenlevens in gevaar worden gebracht;
- i)
het dreigen met een van de in de punten a) tot en met h) genoemde daden;
- j)
leiding geven aan een terroristische groepering;
- k)
het deelnemen aan de activiteiten van een terroristische groepering, ook door aan deze groepering informatie of materiële middelen te leveren of door enigerlei vorm van financiering van de activiteiten van de groepering, in de wetenschap dat met deze deelname aan de criminele activiteiten van de groepering wordt meegewerkt;
- l)
onrechtmatige systeemverstoring of de dreiging om onrechtmatige systeemverstoring te begaan, als bedoeld in artikel 4 van Richtlijn 2013/40/EU van het Europees Parlement en de Raad (*1) in gevallen waarin artikel 9, lid 3 of artikel 9, lid 4, punt b) of c), van die richtlijn van toepassing is, en onrechtmatige gegevensverstoring of de dreiging om onrechtmatige gegevensverstoring te begaan, als bedoeld in artikel 5 van die richtlijn in gevallen waarin artikel 9, lid 4, punt c), van die richtlijn van toepassing is;
- j)
‘terroristische groepering’: een sinds enige tijd bestaande gestructureerde groepering van meer dan twee personen die in gemeen overleg handelen om terroristische daden te plegen. Onder ‘gestructureerde groepering’ wordt een vereniging verstaan die niet toevallig tot stand is gekomen met het oog op een onverwijld te plegen terroristische daad en waarbij niet noodzakelijkerwijs sprake is van formeel afgebakende taken van de leden, noch van continuïteit in de samenstelling of een ontwikkelde structuur;
- k)
‘eigenaar zijn van een rechtspersoon, groep of entiteit’: in het bezit zijn van 50 % of meer van de eigendomsrechten van een rechtspersoon, groep of entiteit, of daarin een meerderheidsbelang hebben;
- l)
‘zeggenschap hebben over een rechtspersoon, groep of entiteit’: onder andere, maar niet beperkt tot:
- i)
het recht hebben of de bevoegdheid uitoefenen om een meerderheid van de leden van het toezichthoudend, leidinggevend of bestuursorgaan van een rechtspersoon, groep of entiteit aan te stellen of te ontslaan;
- ii)
het aangesteld hebben, enkel als gevolg van de uitoefening van zijn stemrechten, van de meerderheid van de leden van het toezichthoudend, leidinggevend of bestuursorgaan van een rechtspersoon, groep of entiteit die gedurende het lopende en voorgaande begrotingsjaar in functie waren;
- iii)
het, ingevolge een overeenkomst met andere aandeelhouders in of leden van een rechtspersoon, groep of entiteit alléén zeggenschap hebben over de meerderheid van de aandeelhouders- of ledenstemrechten in die rechtspersoon, groep of entiteit;
- iv)
het bezit van het recht tot het uitoefenen van een overheersende invloed op een rechtspersoon, groep of entiteit ingevolge een met die rechtspersoon, groep of entiteit aangegane overeenkomst of een bepaling in het memorandum of de akte van oprichting, wanneer het recht dat die rechtspersoon, groep of entiteit beheerst een dergelijke overeenkomst of bepaling toestaat;
- v)
het hebben van de bevoegdheid tot het, de facto, uitoefenen van het recht om een overheersende invloed als bedoeld in punt d) uit te oefenen zonder de houder van dat recht te zijn;
- vi)
het hebben van het recht om alle of een deel van de activa van een rechtspersoon, groep of entiteit te gebruiken;
- vii)
het op geconsolideerde basis beheren van een rechtspersoon, groep of entiteit gepaard gaande met het publiceren van geconsolideerde jaarrekeningen;
- viii)
het gezamenlijk en hoofdelijk delen van de financiële verplichtingen van een rechtspersoon, groep of entiteit of het garanderen van deze verplichtingen.
Voetnoten
Richtlijn 2013/40/EU van het Europees Parlement en de Raad van 12 augustus 2013 over aanvallen op informatiesystemen en ter vervanging van Kaderbesluit 2005/222/JBZ van de Raad (PB L 218 van 14.8.2013, blz. 8, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2013/40/oj).