Einde inhoudsopgave
Verdrag inzake het merken van kneedspringstoffen ten behoeve van de opsporing ervan
Technische Bijlage
Geldend
Geldend vanaf 21-06-1998
- Redactionele toelichting
Deel 2 is als Deel II gepubliceerd. Deze bijlage is gecorrigeerd via een rectificatie (Trb. 1998, 139).
- Bronpublicatie:
01-03-1991, Trb. 1992, 80 (uitgifte: 18-05-1992, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Inwerkingtreding
21-06-1998
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
12-06-1998, Trb. 1998, 139 (uitgifte: 01-01-1998, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Verdragenrecht
Internationaal strafrecht / Justitiële en politionele samenwerking
Deel 1. Beschrijving van springstoffen
I
De in artikel I, eerste lid, van dit Verdrag bedoelde springstoffen zijn springstoffen die:
- a.
zijn samengesteld met een of meer brisante stoffen die in hun zuivere vorm een dampspanning hebben van minder dan 10−4 Pa bij een temperatuur van 25°C;
- b.
zijn samengesteld met een bindmiddel; en
- c.
als mengsel bij een normale kamertemperatuur kneedbaar of buigbaar zijn.
II
De volgende springstoffen worden, ook al voldoen zij aan de beschrijving van springstoffen in paragraaf I van dit Deel, niet als springstoffen beschouwd zolang zij worden beheerd of gebruikt voor de hieronder gegeven doeleinden, of zolang zij behoren tot de officiële militaire instrumenten zoals hieronder omschreven:
- a.
springstoffen die worden vervaardigd of beheerd in beperkte hoeveelheden, uitsluitend voor gebruik in officieel werk ten behoeve van onderzoek naar, ontwikkeling van of het doen van proeven met nieuwe of gewijzigde springstoffen;
- b.
springstoffen die worden vervaardigd of beheerd in beperkte hoeveelheden uitsluitend voor gebruik in officiële opleidingen in het opsporen en/of ontwikkelen van springstoffen of het doen van proeven met gereedschap voor het opsporen van springstoffen;
- c.
springstoffen die worden vervaardigd of beheerd in beperkte hoeveelheden uitsluitend voor officiële forensische wetenschappelijke doeleinden;
- d.
springstoffen die zijn bestemd om een onderdeel te vormen van, en onderdeel zijn van de officiële militaire instrumenten op het grondgebied van de producerende Staat binnen drie jaar na de inwerkingtreding van dit Verdrag ten aanzien van die Staat. Dergelijke instrumenten die binnen dat tijdvak van drie jaar worden geproduceerd, worden beschouwd als officiële militaire instrumenten zoals bedoeld in artikel IV, vierde lid, van dit Verdrag.
III
In dit Deel wordt verstaan onder:
- —
‘officieel’ in paragraaf II, letters a, b en c: toegestaan overeenkomstig de wetten en voorschriften van de betrokken Staat die Partij is; en
- —
‘brisante stoffen’: onder meer, maar niet uitsluitend: cyclotetramethyleentetranitramine (HMX), pentaerythritoltetranitraat (PETN) en cyclotrimethyleentrinitramine (RDX).
Deel II. Opsporingsmiddelen
Een opsporingsmiddel is elk van de in de volgende tabel genoemde stoffen. Het gebruiksdoel van de in deze tabel beschreven opsporingsmiddelen is het vergroten van de mogelijkheid om springstoffen op te sporen door het opsporen van damp. In alle gevallen dient er bij het inbrengen van een opsporingsmiddel in een springstof voor te worden gezorgd dat een homogene verspreiding in het eindprodukt wordt bereikt. Het eindprodukt dient op het tijdstip van vervaardiging de in de tabel gegeven minimumconcentratie van het opsporingsmiddel te bevatten.
Naam van het opsporingsmiddel | Moleculaire formule | Moleculair gewicht | Minimumconcentratie |
|---|---|---|---|
Ethyleenglycoldinitraat (EGDN) | C2H4(NO3)2 | 152 | 0,2% (m/m) |
2,3-Dimethyl-2,3-dinitrobutaan (DMNB) | C6H12(NO2)2 | 176 | 0,1% (m/m) |
para-Mononitrotolueen (p-MNT) | C7H7NO2 | 137 | 0,5% (m/m) |
ortho-Mononitrotolueen (o-MNT) | C7H7NO2 | 137 | 0,5% (m/m) |
Springstoffen die, als gevolg van hun normale samenstelling, een of meer van bovengenoemde opsporingsmiddelen bevatten in dezelfde of een hogere concentratie dan de vereiste minimumconcentratie, worden als gemerkt beschouwd.