Einde inhoudsopgave
Handelsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Colombia, Peru en Ecuador, anderzijds
Artikel 21 Nationale behandeling
Geldend
Geldend vanaf 01-11-2024
- Bronpublicatie:
26-06-2012, Trb. 2012, 178 (uitgifte: 28-09-2012, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Inwerkingtreding
01-11-2024
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
15-01-2025, Trb. 2025, 2 (uitgifte: 15-01-2025, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
EU-recht / Bijzondere onderwerpen
Internationaal publiekrecht / Vrij verkeer
Internationaal publiekrecht / Algemeen
1.
Elke partij kent ten aanzien van goederen van een andere partij nationale behandeling toe, overeenkomstig artikel III van de GATT 1994, inclusief de aantekeningen daarbij. Hiertoe worden artikel III van de GATT 1994 en de aantekeningen daarbij mutatis mutandis in deze overeenkomst opgenomen en tot een integrerend deel van deze overeenkomst gemaakt.
2.
Voor de duidelijkheid bevestigen partijen dat onder nationale behandeling wordt verstaan, met betrekking tot overheden en autoriteiten op alle bestuursniveaus, een behandeling die niet minder gunstig is dan de behandeling die de desbetreffende overheid of autoriteit geeft aan soortgelijke, rechtstreeks concurrerende of substitueerbare binnenlandse goederen, waaronder goederen van oorsprong uit het bevoegdheidsgebied van die overheid of autoriteit6).
Voetnoten
Colombia en de EU zijn het erover eens dat deze bepaling niet in de weg staat van de instandhouding en handhaving van de alcoholmonopolies in Colombia.