Einde inhoudsopgave
Wet op het financieel toezicht
Artikel 4:81i [Aanwijzing derde als kredietservicer door kredietkoper]
Geldend
Geldend vanaf 18-07-2025
- Bronpublicatie:
28-05-2025, Stb. 2025, 193 (uitgifte: 17-07-2025, kamerstukken: 36664)
- Inwerkingtreding
18-07-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
28-05-2025, Stb. 2025, 193 (uitgifte: 17-07-2025, kamerstukken: 36664)
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Verzekeringsrecht / Algemeen
Verzekeringsrecht / Bijzondere onderwerpen
1.
Een kredietkoper met zetel in Nederland wijst, indien een consument wederpartij is bij een niet-renderende kredietovereenkomst, een van de volgende financiële ondernemingen aan om die niet-renderende kredietovereenkomst te servicen:
- a.
een kredietservicer waaraan het ingevolge afdeling 2.2.6A is toegestaan in Nederland zijn bedrijf uit te oefenen;
- b.
een bank die beschikt over een door de Europese Centrale Bank verleende vergunning voor het uitoefenen van het bedrijf van bank;
- c.
een aanbieder van krediet die beschikt over een vergunning als bedoeld in artikel 2:60.
2.
Een kredietkoper met zetel in een staat die geen lidstaat is wijst een financiële onderneming als bedoeld in het eerste lid aan om een niet-renderende kredietovereenkomst te servicen, indien een natuurlijke persoon of een kleine, middelgrote of micro-onderneming als bedoeld in artikel 17, eerste lid, onderdeel b, onder ii, van de richtlijn kredietservicers en kredietkopers wederpartij is bij de door de financiële onderneming te servicen niet-renderende kredietovereenkomst.
3.
Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing, indien de kredietkoper of zijn op grond van artikel 4:81l, eerste lid, aangewezen vertegenwoordiger een financiële onderneming als bedoeld in het eerste lid is.