Einde inhoudsopgave
Verordening (EU) 2018/1139 inzake gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting van een Agentschap van de Europese Unie voor de veiligheid van de luchtvaart, en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 2111/2005, (EG) nr. 1008/2008, (EU) nr. 996/2010, (EU) nr. 376/2014 en de Richtlijnen 2014/30/EU en 2014/53/EU, en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 552/2004 en (EG) nr. 216/2008 en Verordening (EEG) nr. 3922/91
Artikel 9 Essentiële eisen
Geldend
Geldend vanaf 25-05-2025
- Bronpublicatie:
28-02-2025, PbEU L 2025, 2025/870 (uitgifte: 05-05-2025, regelingnummer: 2025/870)
- Inwerkingtreding
25-05-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
28-02-2025, PbEU L 2025, 2025/870 (uitgifte: 05-05-2025, regelingnummer: 2025/870)
- Vakgebied(en)
EU-recht / Instituties
Vervoersrecht / Luchtvervoer
Vervoersrecht / Europees vervoersrecht
1.
Luchtvaartuigen als bedoeld in artikel 2, lid 1, onder a) en b), niet zijnde onbemande luchtvaartuigen, en hun motoren, propellers, onderdelen en niet-geïnstalleerde apparatuur voldoen aan de essentiële eisen voor luchtwaardigheid van bijlage II bij deze verordening.
2.
Wat betreft geluid en emissies voldoen die luchtvaartuigen en de motoren, propellers, onderdelen en niet-geïnstalleerde apparatuur ervan aan de milieubeschermingseisen als vervat in wijziging 14 van volume I, in wijziging 11 van volume II en in wijziging 2 van volume III, alle als toepasselijk op 1 januari 2024, van bijlage 16 bij het Verdrag van Chicago.
De essentiële eisen inzake milieuverenigbaarheid van bijlage III bij deze verordening zijn van toepassing op producten, onderdelen en niet-geïnstalleerde apparatuur voor zover de in de eerste alinea van dit lid bedoelde bepalingen van het Verdrag van Chicago geen eisen inzake milieubescherming bevatten.
Organisaties die zich bezighouden met het ontwerpen, produceren en onderhouden van de in artikel 2, lid 1, onder a) en b), bedoelde producten voldoen aan punt 8 van bijlage III bij deze verordening.