Einde inhoudsopgave
Verordening (EU) Nr. 1093/2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/78/EG van de Commissie
Artikel 35 bis Uitwisseling van informatie tussen autoriteiten en met andere entiteiten
Geldend
Geldend vanaf 10-11-2025
- Bronpublicatie:
08-10-2025, PbEU L 2025, 2025/2088 (uitgifte: 21-10-2025, regelingnummer: 2025/2088)
- Inwerkingtreding
10-11-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
08-10-2025, PbEU L 2025, 2025/2088 (uitgifte: 21-10-2025, regelingnummer: 2025/2088)
- Vakgebied(en)
Bankzaken (V)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Financiële dienstverlening / Financieel toezicht
1.
De Autoriteit, en de Europese Centrale Bank zoals bedoeld in artikel 4, punt 2, i), delen, op regelmatige basis of per geval, informatie die zij van financiële instellingen of de andere autoriteiten bij de uitvoering van hun taken hebben verkregen en die voortvloeit uit de toepassing en uitvoering van het Unierecht, op verzoek met de andere autoriteiten, op voorwaarde dat de verzoekende autoriteit op grond van het Unierecht bevoegd is die informatie van financiële instellingen of de andere autoriteiten te verkrijgen.
2.
De Autoriteit en de Europese Centrale Bank zoals bedoeld in artikel 4, punt 2, i), verzoeken een van de andere autoriteiten die die informatie hebben verkregen, om informatie, in plaats van die rechtstreeks op te vragen bij financiële instellingen, op voorwaarde dat de Autoriteit of de Europese Centrale Bank, naargelang het geval, op grond van het Unierecht bevoegd is die informatie te verkrijgen.
De eerste alinea van dit lid doet geen afbreuk aan de bevoegdheden van de Autoriteit of de Europese Centrale Bank zoals bedoeld in artikel 4, punt 2, i), om de gevraagde informatie van financiële instellingen te verkrijgen indien de andere autoriteit de informatie niet kan delen, indien dringende actie nodig is of indien het op grond van het Unierecht noodzakelijk is voor de uitvoering van de taken van de Autoriteit of de Europese Centrale Bank om de informatie rechtstreeks van financiële instellingen te verkrijgen.
3.
In een verzoek om uitwisseling van informatie op grond van lid 1 van dit artikel wordt de rechtsgrondslag in het Unierecht vermeld die de verzoekende autoriteit het recht geeft om de informatie te verkrijgen van financiële instellingen of de andere autoriteiten.
De verzoekende autoriteit, de Autoriteit en de Europese Centrale Bank zoals bedoeld in artikel 4, punt 2, i), zijn onderworpen aan de verplichtingen inzake het beroepsgeheim en inzake gegevensbescherming die zijn vastgesteld bij de artikelen 70 en 71 van deze verordening, bij artikel 27 van Verordening (EU) nr. 1024/2013 en bij sectorale wetgeving, die van toepassing zijn op het delen van informatie tussen de financiële instelling en de verzoekende autoriteit, alsook tussen de financiële instelling en de Autoriteit en de Europese Centrale Bank zoals bedoeld in artikel 4, punt 2, i).
4.
Wanneer de Autoriteit of de Europese Centrale Bank zoals bedoeld in artikel 4, punt 2, i), op grond van lid 1 van dit artikel informatie uitwisselt, stelt zij elke autoriteit waarvan zij de informatie heeft verkregen of elke financiële instelling, indien de informatie rechtstreeks van financiële instellingen is verkregen, zonder onnodige vertraging in kennis van de uitwisseling. In geval van herhaaldelijke of periodieke uitwisseling van informatie hoeft de Autoriteit of de Europese Centrale Bank zoals bedoeld in artikel 4, punt 2, i), de financiële instelling of de autoriteit waarvan zij de informatie heeft verkregen, slechts eenmaal in kennis te stellen.
5.
In afwijking van lid 4 van dit artikel hoeven de Autoriteit en de Europese Centrale Bank zoals bedoeld in artikel 4, punt 2, i), de autoriteit of de financiële instelling, naargelang het geval, niet in kennis te stellen van de uitwisseling van informatie indien aan een van de volgende voorwaarden wordt voldaan:
- a)
de informatie is zodanig geanonimiseerd dat zij niet langer betrekking heeft op een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon en dat de financiële instelling of andere juridische entiteiten niet meer kan of kunnen worden geïdentificeerd, of
- b)
de informatie is gewijzigd, geaggregeerd of behandeld volgens een andere methode voor controle op de openbaarmaking ervan, zodat vertrouwelijke informatie, met inbegrip van bedrijfsgeheimen, beschermd is en persoonsgegevens beschermd zijn door middel van passende technische en organisatorische maatregelen overeenkomstig Verordeningen (EU) 2016/679 (1) en (EU) 2018/1725 (2) van het Europees Parlement en de Raad.
6.
In afwijking van lid 4 van dit artikel stellen de Autoriteit en de Europese Centrale Bank zoals bedoeld in artikel 4, punt 2, i), de financiële instelling niet in kennis van de uitwisseling van informatie indien zij vaststellen of de verzoekende autoriteit hen informeert dat het in kennis stellen van de financiële instelling toezicht- of afwikkelingsprocedures, -maatregelen of -onderzoeken in gevaar zou kunnen brengen.
7.
De leden 1 tot en met 6 van dit artikel zijn ook van toepassing op informatie die de Autoriteit en de Europese Centrale Bank zoals bedoeld in artikel 4, punt 2, i), hebben verkregen van een financiële instelling of de andere autoriteiten en waarop zij vervolgens kwaliteitschecks hebben uitgevoerd of die zij anderszins hebben verwerkt.
8.
Om uitwisseling van informatie zoals bedoeld in de leden 1 tot en met 7 van dit artikel te vergemakkelijken, kunnen de Autoriteit en de Europese Centrale Bank zoals bedoeld in artikel 4, punt 2, i), en de andere autoriteiten memoranda van overeenstemming sluiten over de regelingen voor dergelijke uitwisselingen. In de memoranda van overeenstemming kunnen ook regelingen worden vastgelegd voor het delen van middelen om gedeelde informatie te verzamelen en te verwerken. De Commissie kan, na raadpleging van de Autoriteit en de Europese Centrale Bank zoals bedoeld in artikel 4, punt 2, i), en de andere autoriteiten, richtsnoeren opstellen over de belangrijkste elementen van dergelijke memoranda van overeenstemming.
9.
De leden 1 tot en met 8 van dit artikel laten de bescherming van intellectuele-eigendomsrechten onverlet en vormen geen beletsel voor of beperking van de uitwisseling van informatie tussen de Autoriteit of de Europese Centrale Bank zoals bedoeld in artikel 4, punt 2, i), en de andere autoriteiten overeenkomstig andere bepalingen van deze verordening of andere Uniewetgeving.
In geval van strijdigheid tussen dit artikel en andere bepalingen van deze verordening of andere Uniewetgeving die de uitwisseling van informatie tussen de Autoriteit of de Europese Centrale Bank zoals bedoeld in artikel 4, punt 2, i), en de andere autoriteiten reguleren, hebben die andere bepalingen voorrang.
10.
De Autoriteit, de Europese Centrale Bank zoals bedoeld in artikel 4, punt 2, i), en de bevoegde autoriteiten kunnen naar eigen goeddunken toegang verlenen tot de informatie die zij bij de uitvoering van hun taken hebben verkregen zodat financiële instellingen, onderzoekers en andere entiteiten die voor onderzoeks- en innovatiedoeleinden een rechtmatig belang bij die informatie hebben, die kunnen hergebruiken, op voorwaarde dat de Autoriteit, de Europese Centrale Bank zoals bedoeld in artikel 4, punt 2, i), of de bevoegde autoriteit die de toegang verleent, zich ervan heeft vergewist dat aan alle volgende voorwaarden is voldaan:
- a)
er zijn de nodige maatregelen genomen om de informatie op zodanige wijze te anonimiseren dat individuele financiële instellingen, entiteiten, betrokkenen en, indien tot de informatie toegang wordt verleend door de Autoriteit of de Europese Centrale Bank, lidstaten niet kunnen worden geïdentificeerd;
- b)
de informatie is gewijzigd, geaggregeerd of behandeld volgens een andere methode voor controle op de openbaarmaking ervan, zodat vertrouwelijke informatie, met inbegrip van bedrijfsgeheimen of door intellectuele-eigendomsrechten beschermde inhoud, beschermd is.
Van een autoriteit ontvangen informatie wordt alleen gedeeld op grond van de eerste alinea met de instemming van de autoriteit die die informatie aanvankelijk heeft verkregen.
11.
Uiterlijk op 11 november 2027 brengen de Autoriteit en de Europese Centrale Bank zoals bedoeld in artikel 4, punt 2, i), in nauwe samenwerking met de bevoegde autoriteiten aan de Commissie verslag uit over alle juridische belemmeringen in sectorale wetgeving die hen op enigerlei wijze verhinderen informatie uit te wisselen met de andere autoriteiten of met andere entiteiten. Het verslag kan ook betrekking hebben op niet-materiële, achterhaalde, dubbele of anderszins irrelevante rapportagevereisten. Het kan ook suggesties voor een betere consistentie tussen de rapportagevereisten voor financiële en niet-financiële entiteiten bevatten. Het verslag wordt zo nodig regelmatig geactualiseerd.
Rekening houdend met het in de eerste alinea bedoelde verslag, de bescherming van intellectuele-eigendomsrechten en de verplichtingen inzake het beroepsgeheim en inzake gegevensbescherming dient de Commissie waar passend bij het Europees Parlement en de Raad een wetgevingsvoorstel in om die juridische belemmeringen in sectorale wetgeving weg te nemen teneinde de uitwisseling van informatie tussen autoriteiten en met andere entiteiten te bevorderen.
12.
Voor de toepassing van dit artikel, artikel 35, lid 4, en artikel 70, lid 3, wordt onder ‘andere autoriteiten’ elke van de volgende autoriteiten verstaan:
- a)
het ESRB;
- b)
de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen);
- c)
de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten);
- d)
bevoegde autoriteiten zoals gedefinieerd in artikel 4, punt 2, van deze verordening;
- e)
bevoegde autoriteiten zoals gedefinieerd in artikel 4, punt 2, van Verordening (EU) nr. 1094/2010;
- f)
bevoegde autoriteiten zoals gedefinieerd in artikel 4, punt 3, van Verordening (EU) nr. 1095/2010;
- g)
de autoriteiten die deel uitmaken van het gemeenschappelijk toezichtsmechanisme zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 9, van Verordening (EU) nr. 1024/2013;
- h)
de Gemeenschappelijke Afwikkelingsraad (GAR), opgericht bij Verordening (EU) nr. 806/2014;
- i)
afwikkelingsautoriteiten zoals die bedoeld in artikel 3, lid 3, van Richtlijn 2014/59/EU;
- j)
de Autoriteit voor de bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering (AMLA), opgericht bij Verordening (EU) 2024/1620 van het Europees Parlement en de Raad (*3);
- k)
financiële toezichthouders zoals gedefinieerd in artikel 2, tweede alinea, punt 1), van Richtlijn (EU) 2024/1640 van het Europees Parlement en de Raad (4).
Voor de toepassing van dit artikel is een ‘financiële instelling’ een financiële instelling zoals gedefinieerd in artikel 2, punt a), van Verordening (EU) nr. 1092/2010.
In afwijking van de eerste alinea van dit lid geldt dat, indien de leden 1 en 2 van dit artikel van toepassing zijn op de Europese Centrale Bank zoals bedoeld in artikel 4, punt 2, i), van deze verordening, onder ‘andere autoriteiten’ wordt verstaan alle in de eerste alinea van dit lid genoemde autoriteiten, met uitzondering van de nationale bevoegde autoriteiten die deel uitmaken van het gemeenschappelijk toezichtsmechanisme.
Voetnoten
Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2016/679/oj).
Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen, organen en instanties van de Unie en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 45/2001 en Besluit nr. 1247/2002/EG (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 39, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2018/1725/oj).
Verordening (EU) 2024/1620 van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 2024 tot oprichting van de Autoriteit voor de bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1093/2010, (EU) nr. 1094/2010 en (EU) nr. 1095/2010 (PB L, 2024/1620, 19.6.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1620/oj).
Richtlijn (EU) 2024/1640 van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 2024 betreffende de mechanismen die de lidstaten moeten invoeren om het gebruik van het financiële stelsel voor witwassen of terrorismefinanciering te voorkomen, tot wijziging van Richtlijn (EU) 2019/1937, en tot wijziging en intrekking van Richtlijn (EU) 2015/849 (PB L, 2024/1640, 19.6.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2024/1640/oj).