Einde inhoudsopgave
Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies
Artikel 3.19.6 Subsidievoorwaarden, start- en realisatietermijn
Geldend
Geldend van 05-07-2025 tot 01-06-2030
- Bronpublicatie:
02-07-2025, Stcrt. 2025, 22921 (uitgifte: 04-07-2025, regelingnummer: WJZ/ 99554637)
- Inwerkingtreding
05-07-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
02-07-2025, Stcrt. 2025, 22921 (uitgifte: 04-07-2025, regelingnummer: WJZ/ 99554637)
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Bestuursrecht algemeen / Bijzondere onderwerpen bestuursrecht
1.
De subsidie wordt verleend onder de opschortende voorwaarde dat de subsidieontvanger binnen 13 weken na de beschikking tot subsidieverlening aantoont dat:
- a.
de opdrachtgever en de subsidieontvanger de overeenkomst tot de bouw of verbouw van een schip of de bouw van een drijvende en bewegende offshore-constructie waarvoor een scheepsbouwinnovatieproject wordt uitgevoerd hebben gesloten;
- b.
de opdrachtgever ter uitvoering van de overeenkomst, bedoeld in onderdeel a, een of meer betalingen heeft gedaan, en
- c.
de overeenkomst, bedoeld in onderdeel a, een volledige weergave vormt van de tussen subsidieontvanger en opdrachtgever gemaakte afspraken.
2.
Met de uitvoering van het scheepsbouwinnovatieproject wordt gestart op het moment dat aan de opschortende voorwaarde, genoemd in het eerste lid, is voldaan.
3.
De minister kan op verzoek van de subsidieontvanger de termijn, bedoeld in het eerste lid, verlengen tot een periode van maximaal twee jaar na de beschikking tot subsidieverlening.
4.
De termijn bedoeld in artikel 23, onderdeel b, van het besluit is drie jaar na de subsidieverlening.
5.
De minister kan op verzoek van de subsidieontvanger de termijn, bedoeld in het vierde lid, verlengen met een periode van maximaal twee jaar.