Einde inhoudsopgave
Richtlijn (EU) 2021/555 inzake de controle op de verwerving en het voorhanden hebben van wapens
Artikel 10
Geldend
Geldend vanaf 26-04-2021
- Bronpublicatie:
24-03-2021, PbEU 2021, L 115 (uitgifte: 06-04-2021, regelingnummer: 2021/555)
- Inwerkingtreding
26-04-2021
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
24-03-2021, PbEU 2021, L 115 (uitgifte: 06-04-2021, regelingnummer: 2021/555)
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Wapens en munitie
EU-recht / Bijzondere onderwerpen
1.
Een in categorie B ingedeeld vuurwapen mag op het grondgebied van een lidstaat niet worden verworven zonder dat deze lidstaat de verwerver daartoe een vergunning heeft verleend.
Deze vergunning mag niet aan een ingezetene van een andere lidstaat worden verleend zonder voorafgaande toestemming van die lidstaat.
2.
Niemand mag op het grondgebied van een lidstaat een vuurwapen van categorie B voorhanden hebben zonder dat deze lidstaat de houder daartoe een vergunning heeft verleend. Indien de houder ingezetene is van een andere lidstaat, wordt deze lidstaat daarvan op de hoogte gesteld.
3.
De vergunning voor het verwerven en die voor het voorhanden hebben van een in categorie B ingedeeld vuurwapen kunnen in één enkele administratieve beslissing zijn belichaamd.
4.
De lidstaten kunnen aan personen die aan de voorwaarden voor de verlening van een vuurwapenmachtiging voldoen, een meerjarige vergunning verlenen voor het verwerven en voorhanden hebben van alle machtigingsplichtige vuurwapens, onverminderd:
- a)
de verplichting de bevoegde instanties van eventuele overbrengingen in kennis te stellen;
- b)
regelmatige controles om te zien of die personen nog aan de voorwaarden voldoen, en
- c)
de in de nationale wetgeving vastgelegde maximumlimieten voor wapenbezit.
Vergunningen voor het voorhanden hebben van vuurwapens worden op gezette tijden herzien, met tussenpozen van niet meer dan vijf jaar. Een vergunning kan worden vernieuwd of verlengd als nog steeds wordt voldaan aan de voorwaarden op basis waarvan zij was verleend.
5.
De lidstaten kunnen beslissen om vergunningen voor in punt 6, 7 of 8 van categorie A ingedeelde semiautomatische vuurwapens te bevestigen, vernieuwen of verlengen voor wat betreft een vuurwapen dat was ingedeeld in categorie B, en rechtmatig was verworven en geregistreerd vóór 13 juni 2017, mits aan de andere in deze richtlijn neergelegde voorwaarden wordt voldaan. De lidstaten kunnen tevens toestaan dat deze vuurwapens worden verworven door andere personen aan wie door de lidstaten een vergunning is verleend in overeenstemming met deze richtlijn.
6.
De lidstaten stellen voorschriften vast om ervoor te zorgen dat personen die houder zijn van een op grond van de op 28 juli 2008 geldende nationale wetgeving van kracht zijnde vergunning voor in categorie B ingedeelde vuurwapens geen licentie of machtiging hoeven aan te vragen voor vóór die datum in hun bezit zijnde in categorie C of D ingedeelde vuurwapens. Voor elke overbrenging van in categorie C of D ingedeelde vuurwapens moet de overnemer echter een vergunning verwerven of aanhouden dan wel beschikken over een specifieke machtiging voor het voorhanden hebben van die vuurwapens in overeenstemming met de nationale wetgeving.