Einde inhoudsopgave
Verordening (EU) 2024/1157 betreffende de overbrenging van afvalstoffen, tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1257/2013 en (EU) 2020/1056 en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1013/2006
Artikel 18 Algemene informatieverplichtingen
Geldend
Geldend vanaf 20-05-2024
- Bronpublicatie:
11-04-2024, PbEU L 2024, 2024/1157 (uitgifte: 30-04-2024, regelingnummer: 2024/1157)
- Inwerkingtreding
20-05-2024
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
11-04-2024, PbEU L 2024, 2024/1157 (uitgifte: 30-04-2024, regelingnummer: 2024/1157)
- Vakgebied(en)
Milieurecht / Afval
1.
2.
Een opdrachtgever voor de overbrenging zoals bedoeld in lid 1 mag alleen overgaan tot het geven van een opdracht tot overbrenging zoals bedoeld in artikel 3, eerste alinea, punten 7), ii), iii) en iv), als die persoon een vergunning heeft verkregen of is geregistreerd overeenkomstig hoofdstuk IV van Richtlijn 2008/98/EG.
3.
De opdrachtgever voor de overbrenging mag alleen afvalstoffen overbrengen naar een inrichting voor nuttige toepassing die een vergunning of registratie heeft verkregen overeenkomstig hoofdstuk IV van Richtlijn 2008/98/EG. De inrichting legt de vergunning of het bewijs van registratie voor aan de opdrachtgever voor de overbrenging voordat het transport plaatsvindt.
4.
Alle bij de overbrenging betrokken ondernemingen vullen de in bijlage VII opgenomen formulieren in op de aangegeven punten en zorgen ervoor dat de informatie overeenkomstig artikel 27, ook tijdens het vervoer van de afvalstoffen, elektronisch ter beschikking wordt gesteld van de andere bij de overbrenging betrokken personen, de betrokken bevoegde autoriteiten en de bij inspecties betrokken autoriteiten.
Indien de opdrachtgever voor de overbrenging niet de oorspronkelijke afvalstoffenproducent is zoals bedoeld in artikel 3, eerste alinea, punt 7), i), zorgt de opdrachtgever voor de overbrenging ervoor dat de oorspronkelijke afvalstoffenproducent of een van de in artikel 3, eerste alinea, punt 7), ii), iii) of v), aangewezen personen, waar uitvoerbaar, het bijlage VII-document mee ondertekent.
5.
Uiterlijk twee werkdagen vóór de aanvang van de overbrenging vult de opdrachtgever voor de overbrenging het in bijlage VII opgenomen formulier in met de relevante informatie in de mate van het mogelijk in. Informatie over de werkelijke hoeveelheid afvalstoffen, de vervoerder(s) en, indien van toepassing, het containeridentificatienummer, mag echter uiterlijk vóór de aanvang van de overbrenging worden verstrekt.
6.
Indien de in de leden 4 en 5 bedoelde informatie niet elektronisch beschikbaar kan worden gesteld tijdens het vervoer van de afvalstoffen, zorgen de opdrachtgever voor de overbrenging en de vervoerder(s) ervoor dat de informatie op andere wijze in het voertuig beschikbaar wordt gesteld, op voorwaarde dat de informatie overeenstemt met de informatie die overeenkomstig de leden 4 en 5 elektronisch beschikbaar is gesteld. In dat geval zorgt de opdrachtgever voor de overbrenging ervoor dat wijzigingen of aanvullingen in de documenten tijdens het vervoer van de afvalstoffen via een in artikel 27 bedoeld systeem worden ingediend.
7.
Indien een overbrenging bestemd is voor voorlopige nuttige toepassing, worden naast de oorspronkelijke voorlopige nuttige toepassing ook de inrichting waar de voorlopige of niet-voorlopige nuttige toepassing onmiddellijk na de oorspronkelijke voorlopige nuttige toepassing gepland is en de R-codes van die handelingen vermeld in het bijlage VII-document, alsook, indien uitvoerbaar, de inrichtingen waar aansluitend voorlopige of niet-voorlopige nuttige toepassing gepland is en de R-codes van de daarmee verband houdende handelingen tot nuttige toepassing.
8.
De inrichting voor nuttige toepassing of het laboratorium bevestigt binnen twee werkdagen na ontvangst van de afvalstoffen aan de opdrachtgever voor de overbrenging dat de afvalstoffen zijn ontvangen door de in bijlage VII bedoelde relevante informatie in te vullen. Indien de inrichting voor nuttige toepassing of het laboratorium geen toegang heeft tot een in artikel 27 bedoeld systeem, verstrekt de inrichting of het laboratorium de bevestiging via de opdrachtgever voor de overbrenging.
9.
De inrichting verstrekt zo snel mogelijk en uiterlijk 30 dagen nadat de handeling tot nuttige toepassing voltooid is, maar in elk geval uiterlijk één jaar na de ontvangst van de afvalstoffen, onder haar verantwoordelijkheid, een verklaring waaruit blijkt dat de nuttige toepassing is voltooid door de in bijlage VII bedoelde relevante informatie in te vullen. Indien de inrichting voor nuttige toepassing geen toegang heeft tot een in artikel 27 bedoeld systeem, verstrekt zij die verklaring via de opdrachtgever voor de overbrenging.
10.
Voor elke overbrenging van afvalstoffen zoals bedoeld in artikel 4, leden 4 en 5, sluiten de opdrachtgever voor de overbrenging en de ontvanger een contract voor de nuttige toepassing van de afvalstoffen. Indien de ontvanger niet de exploitant is van de inrichting, wordt het contract ook ondertekend door de exploitant van de inrichting.
Het in de eerste alinea bedoelde contract wordt gesloten en is bindend uiterlijk op het tijdstip waarop het bijlage VII-document overeenkomstig lid 5 is ingevuld en blijft bindend voor de duur van de overbrenging totdat overeenkomstig lid 9 een verklaring is verstrekt.
Het contract is in overeenstemming met de bijbehorende bijlage VII-documenten en bevat ten minste informatie over de opdrachtgever voor de overbrenging, de ontvanger en de inrichting, de identiteit van de personen die elke partij vertegenwoordigen, de beschrijving van de afvalstoffen, de afvalstoffencodes, de hoeveelheid afvalstoffen waarop het contract betrekking heeft, de nuttige toepassing en de geldigheidsduur van het contract.
Het contract bevat een verplichting dat indien de overbrenging van de afvalstoffen of de nuttige toepassing ervan niet op de geplande wijze kan worden voltooid of indien er sprake is van een illegale overbrenging, de opdrachtgever voor de overbrenging of, wanneer die de voltooiing van de overbrenging van de afvalstoffen of de nuttige toepassing ervan niet kan garanderen, de ontvanger, de afvalstoffen terugneemt of ervoor zorgt dat ze op een andere wijze nuttig worden toegepast, en indien nodig dat ze tussentijds worden opgeslagen.
11.
Op verzoek van de bij inspecties betrokken autoriteiten verstrekt de opdrachtgever voor de overbrenging of de ontvanger een afschrift van het contract zoals bedoeld in lid 10, en van eventuele overeenkomsten op grond van artikel 4, lid 5.
12.
De in bijlage VII vereiste informatie is beschikbaar voor inspectie-, handhavings-, plannings- en statistische doeleinden door de lidstaten en de Commissie, overeenkomstig artikel 27 en de nationale wetgeving.
13.
De in de leden 5 tot en met 9 bedoelde informatie wordt, indien vereist door de bestaande Unie- of nationale wetgeving, vertrouwelijk behandeld.
14.
Indien de afvalstoffen tussen twee inrichtingen onder controle van dezelfde rechtspersoon worden overgebracht, kan het in lid 10 bedoelde contract worden vervangen door een verklaring van die rechtspersoon. Die verklaring heeft mutatis mutandis betrekking op de in lid 10 bedoelde verplichtingen.
15.
Uiterlijk op 21 mei 2026 stelt de Commissie overeenkomstig artikel 80 een gedelegeerde handeling vast om deze verordening aan te vullen met instructies voor het invullen van het bijlage VII-document.