Einde inhoudsopgave
Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie (herschikking)
Artikel 213 Financiële verplichting van de unie
Geldend
Geldend vanaf 29-09-2024
- Bronpublicatie:
23-09-2024, PbEU L 2024, 2024/2509 (uitgifte: 26-09-2024, regelingnummer: 2024/2509)
- Inwerkingtreding
29-09-2024
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
23-09-2024, PbEU L 2024, 2024/2509 (uitgifte: 26-09-2024, regelingnummer: 2024/2509)
- Vakgebied(en)
EU-recht / Algemeen
EU-recht / Financiering
1.
De financiële verplichting en de totale nettobetalingen uit de begroting mogen op geen enkel ogenblik hoger zijn dan:
- a)
voor financieringsinstrumenten: het bedrag van de vastlegging die daarvoor in de begroting is gedaan;
- b)
voor begrotingsgaranties: het bedrag van de begrotingsgarantie dat in de basishandeling is toegestaan;
- c)
voor financiële bijstand: het maximumbedrag aan middelen dat de Commissie mag lenen ter financiering van de financiële bijstand die in de basishandeling is toegestaan, en de desbetreffende rente.
2.
Begrotingsgaranties en financiële bijstand mogen een voorwaardelijke verplichting voor de Unie genereren die de financiële activa die ter dekking van de financiële verplichting van de Unie zijn verstrekt slechts overschrijdt, wanneer een basishandeling tot instelling van een begrotingsgarantie of financiële bijstand hierin voorziet en onder de in de basishandeling vastgestelde voorwaarden.
3.
Ten behoeve van de in artikel 256 bedoelde jaarlijkse beoordeling, worden de voorwaardelijke verplichtingen ten laste van de begroting als gevolg van begrotingsgaranties of financiële bijstand houdbaar geacht indien hun geraamde meerjarige evolutie verenigbaar is met de grenzen die zijn vastgesteld in de in artikel 312, lid 2, VWEU bedoelde verordening tot bepaling van het meerjarig financieel kader en het plafond van de jaarlijkse betalingskredieten als bepaald in artikel 3, lid 1, van Besluit (EU, Euratom) 2020/2053.