Einde inhoudsopgave
Verordening (EG) nr. 6/2002 betreffende Uniemodellen
Artikel 70 Verdeling van de kosten
Geldend
Geldend van 08-12-2024 tot 01-07-2026
- Redactionele toelichting
Wordt toegepast vanaf 01-05-2025. Gecorrigeerd via een rectificatie (PbEU L, 2025/91037).
- Bronpublicatie:
23-10-2024, PbEU L 2024, 2024/2822 (uitgifte: 18-11-2024, regelingnummer: 2024/2822)
- Inwerkingtreding
08-12-2024
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
23-10-2024, PbEU L 2024, 2024/2822 (uitgifte: 18-11-2024, regelingnummer: 2024/2822)
- Vakgebied(en)
Intellectuele-eigendomsrecht / Modellen- en merkenrecht
1.
De verliezende partij in een procedure tot nietigverklaring van een ingeschreven Uniemodel of in een beroepsprocedure betaalt de taksen die de andere partij heeft gedragen voor de vordering tot nietigverklaring en voor het ingestelde beroep. De verliezende partij betaalt tevens alle in verband met de procedure gemaakte noodzakelijke kosten, met inbegrip van de reis- en verblijfkosten en de bezoldiging van een vertegenwoordiger in de zin van artikel 78, lid 1, met inachtneming van de maximumtarieven die per kostencategorie zijn vastgelegd in de op grond van artikel 70 bis vastgestelde uitvoeringshandeling.
2.
Indien elke partij op bepaalde punten in het gelijk en op andere punten in het ongelijk wordt gesteld, of indien de billijkheid zulks vereist, beslist de nietigheidsafdeling of de kamer van beroep dat de kosten anders worden verdeeld dan bepaald in lid 1.
3.
Een partij die door intrekking van de aanvraag voor het Uniemodel, van de vordering tot nietigverklaring of van het beroep, door niet-vernieuwing van de inschrijving van het Uniemodel, of door afstand van het ingeschreven Uniemodel, een einde maakt aan de procedure, betaalt de taksen, alsmede de door de andere partij gedragen kosten overeenkomstig de leden 1 en 2.
4.
Indien de procedure zonder voorwerp is geworden, beslist de nietigheidsafdeling of de kamer van beroep vrijelijk over de kosten.
5.
Indien de partijen voor de nietigheidsafdeling of de kamer van beroep een andere kostenregeling overeenkomen dan die van de leden 1 tot en met 4, neemt de betrokken afdeling hiervan nota.
6.
De nietigheidsafdeling of de kamer van beroep stelt ambtshalve het bedrag vast dat op grond van de leden 1 tot en met 5 van dit artikel moet worden vergoed, indien de te vergoeden kosten zich beperken tot de aan het Bureau betaalde taksen en de kosten van vertegenwoordiging. In alle andere gevallen stelt de griffie van de kamer van beroep of de nietigheidsafdeling, op verzoek, het te betalen bedrag vast. Het verzoek is slechts ontvankelijk gedurende een periode van twee maanden na de datum waarop de beslissing ten aanzien waarvan vaststelling van de kosten is gevraagd, onherroepelijk wordt, en gaat vergezeld van een rekening en bewijsstukken. Voor de kosten van vertegenwoordiging op grond van artikel 78, lid 1, volstaat het dat de vertegenwoordiger verzekert dat de kosten zijn gemaakt. Voor andere kosten volstaat het dat de aannemelijkheid ervan is vastgesteld.
Indien het bedrag van de kosten overeenkomstig de eerste alinea van dit lid is vastgesteld, worden de kosten van vertegenwoordiging toegekend op het niveau dat is vastgelegd in de op grond van artikel 70 bis vastgestelde uitvoeringshandeling, ongeacht of zij daadwerkelijk zijn gemaakt.
7.
Overeenkomstig lid 6 genomen beslissingen tot vaststelling van de kosten vereisen opgave van de redenen waarop zij zijn gebaseerd en kunnen door de nietigheidsafdeling of de kamer van beroep worden herzien indien hiertoe binnen één maand na de datum van kennisgeving van de beslissing een verzoek wordt ingediend. Dit verzoek wordt geacht niet te zijn ingediend totdat de taks voor de herziening van het bedrag van de kosten is betaald. De nietigheidsafdeling of de kamer van beroep, naargelang het geval, neemt zonder mondelinge procedure een beslissing over het verzoek tot herziening van de beslissing inzake de vaststelling van de kosten.