Einde inhoudsopgave
Inkomensbesluit Waz
Artikel 5 Grondslag meewerkende echtgenoot en echtgenoot/ zelfstandige
Geldend
Geldend vanaf 01-01-1998
- Bronpublicatie:
17-12-1997, Stb. 1997, 762 (uitgifte: 29-12-1997, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Inwerkingtreding
01-01-1998
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
17-12-1997, Stb. 1997, 762 (uitgifte: 29-12-1997, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Algemeen
Sociale zekerheid algemeen / Algemeen
1.
Voor de toepassing van artikel 8, vierde lid, van de Wet wordt ter vaststelling van de inkomsten die de meewerkende echtgenoot, bedoeld in artikel 6 van de Wet, geacht kan worden te hebben genoten, de winst van zijn echtgenoot uit de onderneming waarin hij meewerkt, vermenigvuldigd met de factor X/Y, waarbij:
- a.
X is het loon van de werknemer, die in dienstbetrekking een gelijkwaardige functie uitoefent als die meewerkende echtgenoot; en
- b.
Y is de som van het in onderdeel a bedoelde loon en het loon van de werknemer, die in dienstbetrekking een gelijkwaardige functie uitoefent als zijn echtgenoot.
2.
Voor de toepassing van artikel 8, tweede lid, van de Wet wordt ter vaststelling van de winst van de zelfstandige, bedoeld in artikel 4 van de Wet, die ‘zijn echtgenoot’ is in de zin van het eerste lid, zijn winst vermenigvuldigd met de factor A/B, waarbij:
- a.
A is het loon van de werknemer, die in dienstbetrekking een gelijkwaardige functie uitoefent als die zelfstandige; en
- b.
B is de som van het in onderdeel a bedoelde loon en het loon van de werknemer, die in dienstbetrekking een gelijkwaardige functie uitoefent als zijn meewerkende echtgenoot die verzekerde is, bedoeld in artikel 6 van de Wet.