Einde inhoudsopgave
Verordening (EG) nr. 6/2002 betreffende Uniemodellen
Artikel 41 Recht van voorrang
Geldend
Geldend van 08-12-2024 tot 01-07-2026
- Redactionele toelichting
Wordt toegepast vanaf 01-07-2026.
- Bronpublicatie:
23-10-2024, PbEU L 2024, 2024/2822 (uitgifte: 18-11-2024, regelingnummer: 2024/2822)
- Inwerkingtreding
08-12-2024
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
23-10-2024, PbEU L 2024, 2024/2822 (uitgifte: 18-11-2024, regelingnummer: 2024/2822)
- Vakgebied(en)
Intellectuele-eigendomsrecht / Modellen- en merkenrecht
1.
Wie op regelmatige wijze een aanvraag voor een modelrecht of om een gebruiksmodel heeft ingediend in of voor een staat die partij is bij het Verdrag van Parijs of bij de Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie, of zijn of haar rechtverkrijgende, geniet voor de indiening van een aanvraag voor een ingeschreven Uniemodel voor hetzelfde model of gebruiksmodel, voorrang voor een periode van zes maanden na de indiening van de eerste aanvraag.
2.
Elke aanvraag die, overeenkomstig het recht van de staat waar de aanvraag is ingediend dan wel overeenkomstig bilaterale of multilaterale overeenkomsten, volstaat om de datum vast te stellen waarop de aanvraag is ingediend, ongeacht de uitkomst van de aanvraag, wordt geacht een recht van voorrang te doen ontstaan.
3.
Met een eerste aanvraag waarvan de datum van indiening het begintijdstip van de termijn van voorrang is, wordt een latere aanvraag die is ingediend voor hetzelfde model en in of voor dezelfde staat als de eerdere aanvraag, gelijkgesteld, mits de eerdere aanvraag op de datum van indiening van de latere aanvraag is ingetrokken, prijsgegeven of afgewezen, zonder voor het publiek ter inzage te hebben gelegen en zonder rechten te hebben laten bestaan, en mits zij nog niet als grondslag heeft gediend voor het beroep op het recht van voorrang. De eerdere aanvraag kan dan niet meer als grondslag dienen voor het beroep op het recht van voorrang.
4.
Indien de eerste aanvraag is ingediend in een staat die geen partij is bij het Verdrag van Parijs of bij de Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie, zijn de leden 1 tot en met 3 slechts van toepassing voor zover deze staat, blijkens gepubliceerde gegevens, aan een bij het Bureau ingediende eerste aanvraag een recht van voorrang verbindt onder vergelijkbare voorwaarden en met vergelijkbare rechtsgevolgen als die van deze verordening. Indien nodig vraagt de uitvoerend directeur de Commissie of zij kan onderzoeken of die staat een dergelijke wederkerige behandeling verleent. Indien de Commissie vaststelt dat er wederkerige behandeling wordt verleend, maakt zij een mededeling in die zin in het Publicatieblad van de Europese Unie bekend.
5.
Het in lid 4 bedoelde recht van voorrang is van toepassing met ingang van de datum van bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie van de mededeling dat er wederkerige behandeling wordt verleend, tenzij de mededeling voorziet in een eerdere toepassingsdatum. Het is niet langer van toepassing vanaf de datum waarop de Commissie in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendmaakt dat de wederkerige behandeling niet langer wordt verleend, tenzij in de mededeling een vroegere toepassingsdatum wordt genoemd.
6.
De in de leden 4 en 5 bedoelde mededelingen worden tevens bekendgemaakt in het Publicatieblad van het Bureau.