Einde inhoudsopgave
Procesreglement bestuursrecht rechtbanken
Artikel 7.8 De griffiersverklaring (artikel 11.16 van de Omgevingswet)
Geldend
Geldend vanaf 01-07-2025
- Redactionele toelichting
De datum van afkondiging is de datum van de Staatscourant.
- Bronpublicatie:
30-06-2025, Stcrt. 2025, 20750 (uitgifte: 30-06-2025, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Inwerkingtreding
01-07-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
30-06-2025, Stcrt. 2025, 20750 (uitgifte: 30-06-2025, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Algemeen
Vreemdelingenrecht / Vreemdelingenprocesrecht
Bestuursprocesrecht / Algemeen
1.
Dit artikel is van toepassing op een door of namens de onteigenaar ingediend verzoek om een verklaring van de griffier als bedoeld in artikel 11.16, derde lid, onder b, van de Omgevingswet. Deze griffiersverklaring is een verklaring waaruit blijkt dat tegen het besluit ter uitvoering waarvan de onteigening nodig is, binnen de beroepstermijn geen beroep is ingesteld.
2.
Degene die de griffier verzoekt om een griffiersverklaring, voegt bij het verzoek het besluit ter uitvoering waarvan de onteigening nodig is en de bewijsstukken van de bekendmaking in overeenstemming met afdeling 3.6 van de Awb.
3.
De griffier kan aanvullend bewijs verlangen van de bekendmaking.
4.
De griffier kan voorafgaand aan de afgifte van de griffiersverklaring de belanghebbende om een reactie vragen als op het besluit artikel 3:41 van de Awb van toepassing is en het besluit niet per aangetekende brief is verzonden of op een andere manier vaststaat dat het besluit is ontvangen.