Einde inhoudsopgave
Regeling Tijdelijke wet Groningen
Artikel 5.1
Geldend
Geldend vanaf 22-01-2026. Let op: treedt met terugwerkende kracht in werking vanaf 01-07-2023
- Bronpublicatie:
08-01-2026, Stcrt. 2026, 2049 (uitgifte: 21-01-2026, regelingnummer: 2025-0000692715)
- Inwerkingtreding
22-01-2026, terugwerkend tot: 01-07-2023
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
08-01-2026, Stcrt. 2026, 2049 (uitgifte: 21-01-2026, regelingnummer: 2025-0000692715)
- Vakgebied(en)
Milieurecht / Mijnbouw
Bouwrecht / Veiligheid en milieu
Bestuursrecht algemeen / Overheid en privaatrecht
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
1.
De Minister kan een budget als bedoeld in artikel 10g, eerste lid, onderdeel b, van het Besluit, verstrekken indien de eigenaar en de opdrachtnemer de in bijlage 1 opgenomen modelbepalingen uitvoeringsfase hebben overgenomen in hun overeenkomst.
2.
Indien de eigenaar een toegelaten instelling is, is hij vrijgesteld van het gebruik van de modelbepalingen uitvoeringsfase.
3.
De Minister betaalt uit het budget de kosten voor de uitvoering van de versterkingsmaatregelen aan de opdrachtnemer die de kosten in rekening brengt bij de eigenaar op basis van door de eigenaar overgelegde facturen van derden of andere bewijsstukken of aan de eigenaar voor die kosten die de eigenaar al heeft voldaan aan de opdrachtnemer. Indien de eigenaar een toegelaten instelling is, kan betaling aan de eigenaar plaatsvinden voor kosten die de eigenaar nog zal voldoen aan de opdrachtnemer op grond van door de Minister in het versterkingsbesluit aan te wijzen bewijsstukken die door de eigenaar zijn overgelegd.
4.
De Minister betaalt de opdrachtnemer of de eigenaar binnen 30 dagen na ontvangst van de facturen of andere bewijsstukken.