Einde inhoudsopgave
Besluit toelating en uitzetting BES
Artikel 6.17
Geldend
Geldend vanaf 10-10-2010
- Redactionele toelichting
Tekstplaatsing van het Toelatingsbesluit, zoals gewijzigd bij het KB van 30-09-2010, Stb. 382 en de Aanpassingsregeling Besluit toelating en uitzetting BES (30-09-2010, Stcrt. 15153). Tijdstip iwtr.: 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba. 06.00 uur in het Europese deel van Nederland.
- Bronpublicatie:
27-09-2010, Stb. 2010, 564 (uitgifte: 01-10-2010, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Inwerkingtreding
10-10-2010
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
30-09-2010, Stb. 2010, 389 (uitgifte: 01-01-2010, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Vreemdelingenrecht / Verblijf
1.
Als documenten in de zin van artikel 22d, eerste lid, laatste volzin, van de Wet, worden aangewezen:
- a.
voor vreemdelingen die van rechtswege zijn toegelaten op grond van artikel 3 van de Wet of bij vergunning als bedoeld in de artikelen 6 en 12a van de Wet: een vanwege de bevoegde autoriteiten verstrekte verklaring of verstrekt document waaruit zulks blijkt en waarvan het model is vastgesteld door Onze Minister;
- b.
voor andere vreemdelingen: een ingevolge de Wet voor het hebben van toegang tot de openbare lichamen vereist geldig document voor grensoverschrijding dan wel een document voor grensoverschrijding waarin het benodigde visum is aangetekend of waarin een aantekening omtrent de verblijfsrechtelijke positie is geplaatst;
- c.
voor vreemdelingen, bedoeld onder b, die niet beschikken over een geldig document voor grensoverschrijding en die nog in afwachting zijn van de beslissing op een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd: een verklaring, afgegeven door de bevoegde autoriteit dat de aanvraag is ingediend en de beslissing daarop in de openbare lichamen mag worden afgewacht.
2.
Geen document, anders dan bedoeld in het eerste lid, onder a, wordt verstrekt aan kinderen beneden de leeftijd van twaalf jaar, tenzij zij er naar het oordeel van Onze Minister een redelijk belang bij hebben in het bezit van zulk een document te worden gesteld.
3.
Op het ingevolge het eerste lid, onder a, afgegeven document wordt aangetekend:
- a.
onder welke beperkingen en voorschriften de toelating is verleend;
- b.
of het de vreemdeling is toegestaan arbeid te verrichten en of daarvoor ingevolge de Wet arbeid vreemdelingen BES een tewerkstellingsvergunning is vereist, en
- c.
of beroep op de publieke middelen gevolgen kan hebben voor het verblijfsrecht.
4.
Aan de Nederlander, op wie de Wet niet van toepassing noch ook van overeenkomstige toepassing is, kan Onze Minister op aanvraag een verklaring afgeven waaruit zulks blijkt en waarvan het model is vastgesteld door Onze Minister.