Einde inhoudsopgave
Verordening (EU) nr. 598/2014 vaststelling regels en procedures voor de invoering van geluidsgerelateerde exploitatiebeperkingen op luchthavens in de Unie binnen het kader van een evenwichtige aanpak, en intrekking Richtlijn 2002/30/EG
Artikel 2 Definities
Geldend
Geldend vanaf 13-06-2016
- Bronpublicatie:
16-04-2014, PbEU 2014, L 173 (uitgifte: 12-06-2014, regelingnummer: 598/2014)
- Inwerkingtreding
13-06-2016
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
16-04-2014, PbEU 2014, L 173 (uitgifte: 12-06-2014, regelingnummer: 598/2014)
- Vakgebied(en)
Vervoersrecht / Luchtvervoer
Milieurecht / Geluid en trillingen
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
- 1.
‘luchtvaartuig’: luchtvaartuig met vaste vleugels met een gecertificeerde maximale startmassa van 34 000 kg of meer, of met een gecertificeerde maximumcapaciteit voor het betrokken type luchtvaartuig van 19 stoelen of meer, uitsluitend voor de bemanning bestemde stoelen niet meegerekend;
- 2.
‘luchthaven’: een luchthaven met meer dan 50 000 bewegingen van civiele luchtvaartuigen (een beweging zijnde een start of landing) per kalenderjaar, op basis van het gemiddelde aantal bewegingen tijdens de drie kalenderjaren die aan de geluidsbeoordeling voorafgaan;
- 3.
‘evenwichtige aanpak’: de door de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie ontwikkelde procedure waarbij het gamma aan beschikbare maatregelen, namelijk de beperking van vliegtuiglawaai aan de bron, ruimtelijke ordening en beheer, operationele procedures voor de bestrijding van geluidshinder en exploitatiebeperkingen, op coherente wijze wordt benaderd, teneinde het geluidsprobleem voor elke individuele luchthaven op de meest kosteneffectieve wijze op te lossen;
- 4.
‘marginaal conform luchtvaartuig’: een luchtvaartuig dat is gecertificeerd overeenkomstig de grenzen van hoofdstuk 3 als vastgesteld in volume 1, deel II, hoofdstuk 3 van bijlage 16 bij het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart, ondertekend op 7 december 1944 (het Verdrag van Chicago), met een cumulatieve marge van minder dan 8 EPNdB (Effective Perceived Noise in decibels — effectief waargenomen geluid in decibel) gedurende een overgangsperiode die eindigt op 14 juni 2020, en met een cumulatieve marge van minder dan 10 EPNdB na afloop van deze overgangsperiode, waarbij de cumulatieve marge de in EPNdB uitgedrukte waarde is die wordt verkregen door het bij elkaar optellen van de individuele marges (d.i. de verschillen tussen het gecertificeerde geluidsniveau en het maximaal toegestane geluidsniveau) op elk van de drie referentiegeluidsmeetpunten zoals gedefinieerd in volume 1, deel II, hoofdstuk 3 van bijlage 16 bij het Verdrag van Chicago;
- 5.
‘geluidsgerelateerde actie’: elke maatregel die gevolgen heeft voor de geluidsomgeving rond een luchthaven, waarvoor de beginselen van de evenwichtige aanpak van toepassing zijn, inclusief andere niet-operationele acties die gevolgen kunnen hebben voor het aantal mensen dat wordt blootgesteld aan vliegtuiglawaai;
- 6.
‘exploitatiebeperking’: een geluidsgerelateerde actie die de toegang tot of de operationale capaciteit van een luchthaven vermindert, inclusief exploitatiebeperkingen die gericht zijn op de uitdienstneming van marginaal conforme luchtvaartuigen op specifieke luchthavens en partiële exploitatiebeperkingen, die bijvoorbeeld gedurende bepaalde tijdsperioden van de dag of alleen voor bepaalde start- en landingsbanen gelden.