Einde inhoudsopgave
Besluit bouwwerken leefomgeving - Nota van toelichting
§ 4.3.5 Wering van vocht
Geldend
Geldend vanaf 31-08-2018
- Bronpublicatie:
03-07-2018, Stb. 2018, 291 (uitgifte: 31-08-2018, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Inwerkingtreding
31-08-2018
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
03-07-2018, Stb. 2018, 291 (uitgifte: 31-08-2018, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Omgevingsrecht / Algemeen
Omgevingsrecht / Omgevingswet
Algemeen
Deze paragraaf heeft betrekking op het voorkomen van vochtoverlast in verblijfsgebieden, toiletruimten en badruimten, vanwege vocht van buiten en vocht van binnen. Met vocht van buiten wordt neerslag en grondwater bedoeld, maar het kan ook oppervlaktewater zijn of bijvoorbeeld de hoogste waterstand waarmee men rekening moet houden bij bijvoorbeeld buitendijks bouwen, bouwen in een retentiebekken of andere vormen van adaptief bouwen.
Vocht van binnen is het vocht dat vrijkomt bij het gebruik van het gebouw, bijvoorbeeld door koken of douchen. In een vochtige omgeving kunnen zich stoffen en organismen ontwikkelen met een voor de gezondheid schadelijke werking, de zogenoemde allergenen. Bij het voorkomen van een vochtige omgeving speelt naast de in deze paragraaf bedoelde wering van vocht ook de in paragraaf 4.3.6 bedoelde luchtverversing een belangrijke rol.
Artikel 4.117 (aansturingsartikel)
Het eerste lid geeft de functionele eis, een bouwwerk moet zodanige scheidingsconstructies hebben dat de vorming van allergenen door vocht in verblijfsruimten, toiletruimten en badruimten voldoende wordt beperkt.
De tabel van het tweede lid wijst per gebruiksfunctie regels aan die van toepassing zijn op die gebruiksfunctie. Door aan deze regels te voldoen, wordt aan de functionele eis van het eerste lid voldaan. Voor de overige gebruiksfunctie en het bouwwerk geen gebouw zijnde wijst de tabel van het tweede lid geen regels aan. Uit de hoofdregel van artikel 4.4 volgt dat de functionele eis niet op deze gebruiksfuncties van toepassing is.
Artikel 4.118 (wering van vocht van buiten)
Het doel van dit artikel is te voorkomen dat er in gebouwen vochtoverlast optreedt door regen, sneeuw of hagel. Dit artikel stelt daarom eisen aan de waterdichtheid van uitwendige en soms ook van inwendige scheidingsconstructies van verblijfsgebieden, toiletruimten en badruimten. Een uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied, een toiletruimte of een badruimte moet bepaald volgens NEN 2778 waterdicht zijn. NEN 2778 voorziet bij het bepalen van de waterdichtheid in een scheidingsconstructie die grenst aan de lucht en aan de bodem en water.
Het eerste lid bepaalt dat de uitwendige scheidingsconstructies van een verblijfsgebied, een toiletruimte en een badruimte waterdicht moeten zijn. Dit betekent dat het dak en de gevels regen, sneeuw en hagel moeten kunnen weren en dat een op staal gefundeerde vloer grondwater moet kunnen keren.
Bovendien moet volgens het tweede lid de vloer die aan een kruipruimte grenst het doordringen van vocht vanuit die kruipruimte kunnen voorkomen. Uit de tabel volgt dat niet alle gebruiksfuncties waterdicht behoeven te zijn. Het eerste en tweede lid gelden niet voor een industriefunctie, een overige gebruiksfunctie of een bouwwerk geen gebouw zijnde (bijvoorbeeld een fabriekshal, een schuurtje of een carport).
Er zou bij die gebruiksfuncties dus vochtoverlast kunnen ontstaan in een aangrenzend bouwwerk. Het derde lid regelt daarom dat bijvoorbeeld de scheidingswand tussen een schuurtje en een aangrenzend bouwwerk waarvoor het eerste en tweede lid wel geldt, waterdicht moet zijn. Bij de bepaling van de waterdichtheid van de scheidingswand mag men rekening houden met de positieve effecten van het dak en de gevels van dat schuurtje. Dit vloeit voort uit de definitie van het begrip inwendige scheidingsconstructie.
Het vierde lid stelt een beperking aan de luchtvolumestroom (luchtdoorlatendheid) vanuit een kruipruimte naar een bovengelegen verblijfsgebied, toilet- of badruimte. Het doel van die regel is te voorkomen dat door het doordringen van vochtige lucht vanuit de kruipruimte de relatieve luchtvochtigheid in de genoemde ruimten op een te hoog niveau komt te liggen.
Artikel 4.119 (factor van de temperatuur)
Het doel van dit artikel is te voorkomen dat er in gebouwen vochtophoping als gevolg van condensatie optreedt vanwege koude oppervlakken ofwel koudebruggen. Zo wordt een gunstig milieu voor schimmels en huisstofmijt voorkomen. Om dit te bereiken stelt het eerste lid een eis aan de factor van de temperatuur van het binnenoppervlak (f-factor) van scheidingsconstructies waarvoor een warmteweerstand als bedoeld in artikel 4.152 geldt. De f-factor geeft een verhouding weer tussen twee grootheden. Enerzijds is dit het verschil tussen de temperatuur op het binnenoppervlak van een constructieonderdeel en de buitentemperatuur, en anderzijds het verschil tussen de binnentemperatuur en de buitentemperatuur. Om de vereiste f-factor te realiseren, en daarmee een koudebrug te voorkomen, kan het nodig zijn om constructieonderdelen of delen daarvan (extra) te isoleren.
Uit artikel 4.152 volgt dat dit niet geldt voor ramen, deuren en kozijnen, en daarmee gelijk te stellen constructieonderdelen zoals ventilatieroosters.
Artikel 4.120 (wateropname)
Wanneer er als gevolg van het gebruik van water teveel vocht doordringt in de wanden of de vloer van een bad- of toiletruimte kan er schimmelvorming, rotting of lekkage ontstaan. Dit geldt zowel in de ruimte zelf als in een aangrenzende ruimte. Hierdoor kan op den duur de gezondheid van de gebruikers van het gebouw nadelig worden beïnvloed.
Volgens het eerste lid moeten de wanden tot een hoogte van 1,2 m en de volledige vloer in een bad- en een toiletruimte waterafstotend zijn. Dit kan bijvoorbeeld worden bereikt door het aanbrengen van tegels. Deze eisen leiden er tevens toe dat de wanden en de vloer op effectieve wijze kunnen worden gereinigd.
Het tweede lidbepaalt dat de wand ter plaatse van het bad of de douche over een lengte van ten minste 3 m tot een hoogte van 2,1 m waterwerend moet zijn. Opgemerkt wordt dat dit artikel ook geldt voor niet voorgeschreven toilet- en badruimten.