Einde inhoudsopgave
Verordening (EG) nr. 2658/2000 betreffende de toepassing van artikel 81, lid 3, van het Verdrag op groepen specialisatieovereenkomsten
Artikel 1 Vrijstelling
Geldend
Geldend vanaf 01-01-2001
- Bronpublicatie:
29-11-2000, PbEG 2000, L 304 (uitgifte: 05-12-2000, regelingnummer: 2658/2000)
- Inwerkingtreding
01-01-2001
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
29-11-2000, PbEG 2000, L 304 (uitgifte: 05-12-2000, regelingnummer: 2658/2000)
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Bijzondere onderwerpen
1.
Overeenkomstig artikel 81, lid 3, van het Verdrag en onverminderd de bepalingen van deze verordening, wordt artikel 81, lid 1, buiten toepassing verklaard voor de volgende overeenkomsten tussen twee of meer ondernemingen, hierna ‘de partijen’ genoemd, die betrekking hebben op de voorwaarden waaronder deze ondernemingen zich in de vervaardiging van producten specialiseren, hierna ‘specialisatieovereenkomsten’ genoemd:
- a)
overeenkomsten betreffende eenzijdige specialisatie, waarbij één partij zich ertoe verbindt de vervaardiging van bepaalde producten te beëindigen of niet tot de vervaardiging van deze producten over te gaan en deze van een concurrerende onderneming te kopen, terwijl de concurrerende onderneming zich ertoe verbindt deze producten te vervaardigen en te leveren; of
- b)
overeenkomsten betreffende wederkerige specialisatie, waarbij twee of meer partijen zich er op basis van wederkerigheid toe verbinden de vervaardiging van bepaalde, doch verschillende producten te beëindigen of niet tot de vervaardiging daarvan over te gaan en deze producten te kopen van de andere partijen, die zich ertoe verbinden deze te leveren; of
- c)
overeenkomsten betreffende gezamenlijke vervaardiging, waarbij twee of meer partijen zich ertoe verbinden bepaalde producten gezamenlijk te vervaardigen.
Deze vrijstelling is van toepassing voorzover deze specialisatieovereenkomsten beperkingen van de mededinging behelzen die onder de toepassing van artikel 81, lid 1, van het Verdrag vallen.
2.
De in lid 1 bedoelde vrijstelling is ook van toepassing op in specialisatieovereenkomsten opgenomen bepalingen die niet het voornaamste voorwerp van die overeenkomsten vormen, maar rechtstreeks daarmee verband houden en voor de tenuitvoerlegging ervan noodzakelijk zijn, zoals bepalingen betreffende de verlening of het gebruik van intellectuele-eigendomsrechten,
De eerste alinea geldt evenwel niet voor bepalingen die hetzelfde doel hebben als de in artikel 5, lid 1, opgesomde beperkingen van de mededinging.