Einde inhoudsopgave
Regeling indienststelling spoorvoertuigen 2020
Bijlage 14
Geldend
Geldend vanaf 01-01-2026
- Bronpublicatie:
01-12-2025, Stcrt. 2025, 42131 (uitgifte: 11-12-2025, regelingnummer: IENW/BSK-2025/295146)
- Inwerkingtreding
01-01-2026
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
01-12-2025, Stcrt. 2025, 42131 (uitgifte: 11-12-2025, regelingnummer: IENW/BSK-2025/295146)
- Vakgebied(en)
Vervoersrecht / Railvervoer
behorende bij artikel 7
1. Inleiding probleemstuk
Bij een spoorvoertuig met een ontwerpwieldiameter kleiner dan 730 mm, wordt onderbouwd dat het betreffende spoorvoertuig onder de slechtst denkbare omstandigheden volgens paragraaf 3.3, bij het rechtdoor rijden door Engelse wissels en kruisingen met een hoekverhouding van 1:9 en 1:10, veilig de punt van het kruisstuk kan passeren. Veilig passeren betekent dat het spoorvoertuig niet de punt van het kruisstuk aan de voorzijde aanrijdt of langs de verkeerde kant van de punt van het kruisstuk ontspoort (zie voor meer achtergrondinformatie wat veilig passeren betekent NEN-EN14363:2016+A2:2022 bijlage E).
2. Eisen voor het uitvoeren van de onderbouwing
Eis 1: Bij een spoorvoertuig met een ontwerpwieldiameter kleiner dan 730 mm, wordt onderbouwd dat het betreffende spoorvoertuig veilig over de Nederlandse hoofdspoorweginfrastructuur kan rijden, volgens de methode zoals in deze bijlage beschreven.
Eis 2. Er wordt een rapportage opgeleverd als aantoning dat de methode correct is doorlopen, de rapportage voldoet aan de voorwaarden zoals in deze bijlage omschreven.
3. Onderbouwing
3.1. Stappenplan
- 1)
Bepalen van de invoergegevens voor de geometrische beschouwing:
- a.
Invoergegevens van 1:9 en 1:10 Engelse wissels en kruisingen zoals gebruikt voor de Nederlandse hoofdspoorweginfrastructuur, zie paragraaf 3.2.
- b.
Andere relevante invoergegevens voor het spoorvoertuig en voor de infra voor de geometrische beschouwing, zie paragraaf 3.3.
- 2)
Geometrische beschouwing volgens NEN-EN13232-3:2023 Annex B:
- a.
Berekening volgens de voorbeeldrekenbladen met de invoergegevens uit stap 1a en 1b, zie paragraaf 3.4.
- b.
Bepalen of is voldaan aan de gestelde limietwaarde, zie paragraaf 3.5.
- c.
Als is voldaan, opstellen rapportage volgens de voorwaarden beschreven in paragraaf 3.6.
- 3)
Indien bij stap 2b niet wordt voldaan aan de gestelde limietwaarde, bepaal dan opnieuw de invoerparameters van de maximale aanloophoek ψtotaal en de maximale zijdelingse sliphoek in het spoor x‰:
- a.
Bepaling van de maximale aanloophoek ψtotaal en de maximale zijdelingse sliphoek in het spoor x‰ via meting/meetgegevens of simulaties met een gevalideerd simulatiemodel van het spoorvoertuig, zie paragraaf 3.7.
- b.
Herhaling van de berekening van stap 2 gebruikmakend van de nieuw bepaalde gegevens uit stap 3a en bepalen of is voldaan aan de gestelde limietwaarde, zie paragraaf 3.8.
- c.
Het opstellen van een rapportage volgens de voorwaarden beschreven in paragraaf 3.9.
3.2. Stap 1a. Invoergegevens Nederlandse hoofdspoorweginfrastructuur
Voor de geometrische beschouwing in paragraaf 3.4 wordt gebruik gemaakt van de procedure uit NEN-EN13232-3:2023 Annex B. Echter de gegevens van de infrastructuur waar in die norm vanuit wordt gegaan, wijken af van de gegevens in Nederland. Om die reden moet er voor de Nederlandse infrasituatie gebruik worden gemaakt van een andere hoekverhouding, groefbreedte en beloop van de punt van het kruisstuk dan in de NEN-EN13232-3:2023 Annex B. De volgende infra-invoergegevens worden in de geometrische beschouwing in paragraaf 3.4 gebruikt:
- •
Spoorwijdte van 1.435 mm.
- •
Groefbreedte van 43 mm.
- •
Strijkmaat van 1.392 mm.
- •
Beloop van de punt van het kruisstuk volgens de onderstaande afbeeldingen.

Figuur 1a: Tekening punt van kruisstuk 1:9, figuur 1b: Tekening punt van kruisstuk 1:10
- •
Formules zoals aangegeven in de voorbeeldrekenbladen in paragraaf 3.4 bij sectie A:INFRA.
- •
Hoekverhouding 1:9 en 1:10.
- •
Strijkregelhoogte van 48 mm.
Bovenstaande gegevens zijn al ingevuld in de rekenvoorbeelden, zie paragraaf 3.4.
3.3. Stap 1b. Invoergegevens spoorvoertuig en andere relevante gegevens van de infra
Hier wordt een overzicht gegeven van de overige relevante waardes/condities voor het spoorvoertuig en voor de infra die nodig zijn voor het uitvoeren van de geometrische beschouwing in stap 2 van het stappenplan. Deze zijn opgedeeld in beginwaarden en te variëren waarden. In sommige gevallen moeten de beginwaarden ook gevarieerd worden. Dat staat beschreven onder het kopje ‘te variëren waarden’.
Beginwaarden:
- •
Bij de beoordeling uitgaan van het rechtdoor rijden door een 1:9 en 1:10 Engelse wissel of kruising.
- •
Bij de beoordeling uitgaan van de minimale wieldiameter van het betreffende spoorvoertuig Dmin.Invullen in de voorbeeldrekenbladen in paragraaf 3.4 bij de invoergegevens van sectie B:WIELEN.
- •
Hoogte van de binnen- en buitenzijde van de wielflens nemen bij een flenshoek van 40° (afhankelijk van het gebruikte wielprofiel). Zie onderstaand voorbeeld voor het S1002 wielprofiel, waarbij het gaat om de waarden Z1 (2,62 in figuur 2) en Z3(2,63 in figuur 2). Waarden aanpassen aan de waarden van het betreffende spoorvoertuig/wielprofiel en invullen bij sectie B:WIELEN.

Figuur 2: waardes Z1 en Z3 bij een S1002 wielprofiel
- •
Met betrekking tot de radstand van de wielstellen in het draaistel of onder de bak (indien geendraaistel aanwezig is) van het betreffende spoorvoertuig is in de voorbeeldrekenbladen inparagraaf 3.4 een voorbeeld gegeven van 2.500 mm. Deze waarde moet worden aangepast aan dewaarde van het betreffende spoorvoertuig en worden ingevuld bij de invoergegevens van sectieC:DRAAISTEL.
- •
Wielflensdikte van het wielprofiel van het betreffende spoorvoertuig invullen in de voorbeeldrekenbladen in paragraaf 3.4 bij de invoergegevens van sectie C:DRAAISTEL.
- •
Speermaat van het wielstel invullen in de voorbeeldrekenbladen van paragraaf 3.4 bij de invoerge-gevens van sectie C: DRAAISTEL.
- •
Voorgeschreven vaste waarde voor de zijdelingse sliphoek van het wielstel volgens UIC510-2: 20‰.Invullen in de voorbeeldrekenbladen in paragraaf 3.4 bij de invoergegevens van sectie D:INTERAC-TIE.
Te variëren waarden:
- •
Wielflenshoogte ontwerp 30 of 32 mm, afhankelijk van de wieldiameter en het gebruikte wielpro-fiel. Zie ook bijlage E van NEN-EN14363:2016+A2:2022 en de minimale waarde volgens de TSIWAG of de TSI LOC &PAS. De waarde invullen bij de invoergegevens van de voorbeeldrekenbladenin paragraaf 3.4 sectie C:DRAAISTEL.
- •
Naast de ontwerpspoorwijdte van 1.435 mm ook een spoorwijdte van 1.439 mm beoordelen bijeen groefbreedte van 43 mm. Invullen in de voorbeeldrekenbladen van paragraaf 3.4 bij deinvoergegevens van sectie A:INFRA.
- •
Bij een spoorwijdte van 1.435 mm, naast de ontwerpgroefbreedte van 43 mm, ook een groef-breedte van 42 en 44 mm bij een 1:9 Engelse wissel of kruising en 44 mm bij een 1:10 Engelsewissel of kruising beoordelen. Invullen in de voorbeeldrekenbladen in paragraaf 3.4 bij deinvoergegevens van sectie A:INFRA.
- •
Beoordeling bij een spoorwijdte van 1.433 mm en een maximale wielflensdikte van 33 mm, dooraanpassing van de speermaatwaarde resulterend in een spoormaat van 1.426 mm. Invullen in devoorbeeldrekenbladen in paragraaf 3.4 bij de invoergegevens van sectie C: DRAAISTEL en sectieA:INFRA.
- •
Beoordeling bij een spoorwijdte van 1.439 mm en een minimale wielflensdikte van 27,5 mm, dooraanpassing van de speermaatwaarde resulterend in een spoormaat van 1.415 mm. Invullen in devoorbeeldrekenbladen in paragraaf 3.4 bij de invoergegevens van sectie C: DRAAISTEL en sectieA:INFRA.
Ter informatie:
- •
Aanloophoek van het loopwerk wordt in stap 2 (paragraaf 3.4) bepaald volgens de formules van derekenbladen. In stap 3 van het stappenplan mag deze parameter zelf bepaald worden, zie paragraaf 3.7 (en figuur 3).

Figuur 3: Overzicht aanloophoeken
3.4. Stap 2a. Berekening
Uitvoeren van een geometrische beschouwing volgens de onderstaande voorbeeldrekenbladen (volgens de rekenmethode van NEN-EN13232-3:2023 Annex B), met de invoerparameters uit de paragrafen 3.2 en 3.3. De onderstreepte invoerparameters worden bij het doorlopen van de rekenprocedure ingevuld op basis van de bepaalde parameters in paragrafen 3.2 en 3.3. Vervolgens worden de formules in de laatste kolom gevolgd om de zwarte waardes uit te rekenen. De limietwaarde is de waarde waarmee wordt bepaald of het spoorvoertuig voldoet of niet. De limietwaarde is een vast getal en wordt vergeleken met de waarde erboven (Laterale overlap (negatieve waarde) of vrijloop (positieve waarde) van de punt van het kruisstuk inclusief 20‰ sliphoek) om te bepalen of het spoorvoertuig voldoet of niet, zie paragraaf 3.5.
Voorbeeld rekenblad voor de beoordeling van een 1:9 Kruising Nederland | De door de gebruiker in te vullen invoerparameters zijn onderstreept | |||
|---|---|---|---|---|
INVOERPARAMETERS | ||||
A: INFRA | ||||
Spoorwijdte | 1.435 | [mm] | G | |
Groefbreedte | 43 | [mm] | F | |
Strijkmaat | 1.392 | [mm] | P | =G-F |
Hoekverhouding van het kruisstuk 1 op N | 9 | [-] | N | |
Hoek van de punt van het kruisstuk [graden] | 6,340 | [grad] | ||
Hoek van de punt van het kruisstuk [rad] | 0,110657221 | [rad] | A | =arctan(1/N) |
Lengte van de knik in de spoorstaaf tot begin punt TP | 389,382 | [mm] | Maat B | =F/sin(A) |
Lengte van TP tot de puntstukhoogte bij 14 mm onder BS | 66,000 | [mm] | Maat C | =(25-14)/(25-10)*10*N |
Totale lengte van knik in spoorstaaf tot de punststukhoogte bij 14 mm onder BS | 455,382 | [mm] | Maat B+C | =Maat B + Maat C |
Dekking/overlap van de strijkregels | 77,096 | [mm] | Maat A | =P*tan(A/2) |
Ongeleide opening van het kruisstuk | 378,285 | [mm] | Luc | =Maat B+C – Maat A |
B: WIELEN | ||||
Wieldiameter | 730 | [mm] | Dw | |
Wielradius | 365 | [mm] | Rw | =Dw/2 |
Hoogte bij 40°-punt wiel buitenzijde (voorbeeld S1002 wielprofiel) | 2,62 | [mm] | Z1 | |
Hoogte van de strijkregel boven de spoorstaafkop | 48 | [mm] | Maat D (=Z2) | |
Hoogte bij 40°-punt wiel binnenzijde (voorbeeld S1002 wielprofiel) | 2,63 | [mm] | Z3 | |
Diepte van de punt onder BS | 14 | [mm] | Z4 | |
Dekking wielflens t.o.v. de punt van het kruisstuk | 109,062 | [mm] | Maat F | = √(Rw+H-Z1)2-(Rw+Z4)2) |
Dekking binnenkant wiel t.o.v. de strijkregel | 234,603 | [mm] | Maat E | = √(Rw+H-Z3)2-(Rw-Z2)2) |
Wieldekking zonder aanloophoek | 343,666 | [mm] | X | =Maat E + Maat F |
C: DRAAISTEL | ||||
Radstand van de wielstellen in het draaistel of onder de bak | 2.500 | [mm] | B | |
Wielflensdikte | 30 | [mm] | f | |
Wielflenshoogte | 32 | [mm] | H | |
Speermaat | 1.360 | [mm] | b | |
Spoormaat | 1.420 | [mm] | = b + 2*f | |
Tolerantiemaat van de wielstellen in het draaistel (tol. Van de lagers/vering) | 0,5 | [mm] | d | |
Hoek van de wielstellen in het draaistel als gevolg van toleranties | 0,0004 | [rad] | ψ1 | = 2*d/B |
Hoek van het draaistel in het spoor | 0,0052 | [rad] | ψ2 | = (F-f)/B |
Totale hoek van het buitenwiel t.o.v. het spoor (maximale aanloophoek) | 0,0056 | [rad] | ψtot | = ψ1+ψ2 |
Leidmaat wielstel zonder aanloophoek | 1.390 | [mm] | W | = f+b |
Diagonale afstand tussen de 2 contactpunten van het wielstel | 1.431,854 | [mm] | W' | = √(X2+W2) |
Leidmaat wielstel met aanloophoek | 1.391,903 | [mm] | K | = W' * cos(arctan(x/w)-ψtot) |
D: INTERACTIE | ||||
Maximale zijdelingse sliphoek (extra op de wielstelhoek) 20‰ | 0,02 | [rad] | α | |
Dekking (negatieve waarde) of Gaping (positieve waarde) | 42,409 | [mm] | Lug | = Luc-X*cos(ψtot)+W*sin(ψtot) |
Laterale overlap (negatieve waarde) of vrijloop (positieve waarde) van de punt van het kruisstuk | 0,097 | [mm] | Y | = P-K |
Laterale schift t.g.v. de 20‰ sliphoek na het passeren van de strijkregel | 1,086 | [mm] | 20‰ | = | Lug*tan(ψtot+α) | |
Laterale overlap (negatieve waarde) of vrijloop (positieve waarde) van de punt van het kruisstuk inclusief 20‰ sliphoek | – 0,989 | [mm] | Y20‰ | = Y-20‰ |
Limietwaarde referentiesituatie | – 0,725678 | [mm] | ||
Voorbeeld rekenblad voor de beoordeling van een 1:10 Kruising Nederland | De door de gebruiker in te vullen invoerparameters zijn onderstreept | |||
|---|---|---|---|---|
INVOERPARAMETERS | ||||
A: INFRA | ||||
Spoorwijdte | 1.435 | [mm] | G | |
Groefbreedte | 43 | [mm] | F | |
Strijkmaat | 1.392 | [mm] | P | = G-F |
Hoekverhouding van het kruisstuk 1 op N | 10 | [-] | N | |
Hoek van de punt van het kruisstuk [graden] | 5,711 | [grad] | ||
Hoek van de punt van het kruisstuk [rad] | 0,099668652 | [rad] | A | = arctan(1/N) |
Lengte van de knik in de spoorstaaf tot begin punt TP | 432,145 | [mm] | Maat B | = F/sin(A) |
Lengte van TP tot de puntstukhoogte bij 14 mm onder BS | 73,333 | [mm] | Maat C | = (25-14)/(25-10)*10*N |
Totale lengte van knik in spoorstaaf tot de punststukhoogte bij 14 mm onder BS | 505,478 | [mm] | Maat B+C | = Maat B + Maat C |
Dekking/overlap van de strijkregels | 69,427 | [mm] | Maat A | =P*tan(A/2) |
Ongeleide opening van het kruisstuk | 436,051 | [mm] | Luc | = Maat B+C – Maat A |
B: WIELEN | ||||
Wieldiameter | 730 | [mm] | Dw | |
Wielradius | 365 | [mm] | Rw | = Dw/2 |
Hoogte bij 40°-punt wiel buitenzijde (voorbeeld S1002 wielprofiel) | 2,62 | [mm] | Z1 | |
Hoogte van de strijkregel boven de spoorstaafkop | 48 | [mm] | Maat D (=Z2) | |
Hoogte bij 40°-punt wiel binnenzijde (voorbeeld S1002 wielprofiel) | 2,63 | [mm] | Z3 | |
Diepte van de punt onder BS | 14 | [mm] | Z4 | |
Dekking wielflens t.o.v. de punt van het kruisstuk | 109,062 | [mm] | Maat F | = √(Rw+H-Z1)2-(Rw+Z4)2) |
Dekking binnenkant wiel t.o.v. de strijkregel | 234,603 | [mm] | Maat E | = √(Rw+H-Z3)2-(Rw-Z2)2) |
Wieldekking zonder aanloophoek | 343,666 | [mm] | X | = Maat E + Maat F |
C: DRAAISTEL | ||||
Radstand van de wielstellen in het draaistel of onder de bak | 2.500 | [mm] | B | |
Wielflensdikte | 30 | [mm] | f | |
Wielflenshoogte | 32 | [mm] | H | |
Speermaat | 1.360 | [mm] | b | |
Spoormaat | 1.420 | [mm] | = b + 2*f | |
Tolerantiemaat van de wielstellen in het draaistel (tol. Van de lagers/vering) | 0,5 | [mm] | d | |
Hoek van de wielstellen in het draaistel als gevolg van toleranties | 0,0004 | [rad] | ψ1 | = 2*d/B |
Hoek van het draaistel in het spoor | 0,0052 | [rad] | ψ2 | = (F-f)/B |
Totale hoek van het buitenwiel t.o.v. het spoor (maximale aanloophoek) | 0,0056 | [rad] | ψtot | = ψ1+ψ2 |
Leidmaat wielstel zonder aanloophoek | 1.390 | [mm] | W | = f+b |
Diagonale afstand tussen de 2 contactpunten van het wielstel | 1.431,854 | [mm] | W' | = √(X2+W2) |
Leidmaat wielstel met aanloophoek | 1.391,903 | [mm] | K | = W'*cos(arctan(x/w)-ψtot) |
D: INTERACTIE | ||||
Maximale zijdelingse sliphoek (extra op de wielstelhoek) 20‰ | 0,02 | [rad] | α | |
Dekking (negatieve waarde) of Gaping (positieve waarde) | 100,175 | [mm] | Lug | = Luc-X*cos(ψtot)+W*sin(ψtot) |
Laterale overlap (negatieve waarde) of vrijloop (positieve waarde) van de punt van het kruisstuk | 0,097 | [mm] | Y | = P-K |
Laterale schift t.g.v. de 20‰ sliphoek na het passeren van de strijkregel | 2,565 | [mm] | 20‰ | = | Lug*tan(ψtot+α) | |
Laterale overlap (negatieve waarde) of vrijloop (positieve waarde) van de punt van het kruisstuk inclusief 20‰ sliphoek | – 2,468 | [mm] | Y20‰ | = Y-20‰ |
Limietwaarde referentiesituatie | – 0,725678 | [mm] | ||
3.5. Stap 2b. Beoordeling berekening
Limietwaarde
Bij de analyse van het betreffende voertuig in een 1:9 en 1:10 Engelse wissel of kruising wordt de overlap van de punt van het kruisstuk beoordeeld. Voor de maximaal toegestane overlap van de punt van het kruisstuk door de wielflens geldt een waarde van -0,725.678 mm.
De formules voor de beoordeling van de overlap zijn in de voorbeeldrekenbladen in paragraaf 3.4 gegeven. Zie onderstaande afbeeldingen ten behoeve van sectie A:INFRA en sectie D:INTERACTIE van de rekenbladen in paragraaf 3.4.
NB: Maten A, B en C in figuur 4 komen overeen met Maat A, Maat B en Maat C in de rekenvoorbeelden.

Figuur 4: Overzicht ongeleide opening

Figuur 5: Leidmaat AR,max + Sd,max en strijkmaat Npof

Figuur 6: Bovenaanzicht met Npof en aanloophoek α
Beoordeling resultaten
Voor de beoordeling van een 1:9 en 1:10 Engelse wissel of kruising geldt dat als de overlap van de punt van het kruisstuk onder alle genoemde omstandigheden van stap 1a en 1b, beschreven in paragrafen 3.2 en 3.3, aan de gestelde limietwaarde voldoet, het betreffende voertuig veilig de punt van het kruisstuk kan passeren, zonder daarbij de punt van het kruisstuk aan de voorzijde aan te rijden of langs de verkeerde kant van de punt van het kruisstuk te ontsporen.
Laterale Y20‰ ≥ -0,725.678 mm geeft een positief resultaat;
Let op! Groter dan resulteert hierbij in een kleiner negatief getal, of een positief getal!
Laterale Y20‰ < -0,725.678 mm geeft een negatief resultaat;
Let op! Kleiner dan resulteert hierbij in een groter negatief getal!
Conclusie
Positief resultaat
Indien stap 2 van het stappenplan m.b.t. de analyse van het rechtdoor rijden door een 1:9 en 1:10 Engelse wissel of kruising succesvol kan worden afgesloten, wordt de bewijsvoering aangeleverd beschreven in paragraaf 3.6.
Negatief resultaat
Indien er niet aan de gestelde limietwaarde wordt voldaan, wordt er verdergegaan naar stap 3, beschreven in paragraaf 3.7, van het stappenplan.
3.6. Stap 2c. Voorwaarden rapportage
Wanneer bij stap 2b de conclusie positief is, wordt er een rapportage opgesteld:
- •
Rapportage met een overzicht van de voor de beschouwing gebruikte invoergegevens, inclusief de documenten of tekeningen van het spoorvoertuig waarop de invoergegevens gebaseerd zijn, volgens stap 1 van het stappenplan en de berekende rekenresultaten van de volledige geometrische beschouwing volgens stap 2 van het stappenplan.
3.7. Stap 3a. Herbepaling invoerparameters
Inleiding
Indien stap 2 een negatief resultaat oplevert, mag de maximale aanloophoek ψtotaal (zie ter informatie figuur 3, ψtot = ψ1+ψ2) en de maximale zijdelingse sliphoek x‰ in het spoor opnieuw worden bepaald d.m.v. metingen, beschikbare meetgegevens en/of gevalideerde simulaties.
Eisen voor herbepaling invoerparameters
De nieuwe, maximale waarden voor de aanloophoek ψtotaal en de zijdelingse sliphoek x‰ in het spoor worden bepaald door het uitvoeren van een analyse van het dynamisch gedrag van het betreffende spoorvoertuig op basis van metingen, beschikbare meetgegevens en/of dynamicasimulaties. Bij deze analyse worden de volgende zaken meegenomen:
- •
Analyse van het dynamisch gedrag bij het rechtdoor rijden over een spoor met ERRI B176 RP1 1989 (normen opgesteld door het European Rail Research Institute) high spooronregelmatigheden.
- •
Analyse met een spoorvoertuig in lege en maximaal beladen conditie, conform EN15663:2017+A2:2025.
- •
Analyse voor een rijsnelheidsgebied van 10 – 60 km/u met stappen van 10 km/u.
- •
Analyse voor een wrijvingscoëfficiënt tussen wiel en rail van 0,1 en 0,4.
- •
Analyse zonder én met de invloed van zijwind op het voertuig met windkracht 10 op de schaal van Beaufort.
3.8. Stap 3b. Herberekening
Inleiding
De nieuwe, onderbouwde maximale waarden voor de aanloophoek ψtotaal en de zijdelingse sliphoek x‰ in het spoor worden als invoergegevens voor een herberekening volgens stap 2a en 2b van het stappenplan gebruikt.
Beoordeling resultaten
Indien er uit de herberekening van stap 2 met de nieuwe, onderbouwde maximale waarden voor de aanloophoek ψtotaal en de zijdelingse sliphoek x‰ in het spoor volgt dat er aan de gestelde limietwaarde wordt voldaan, kan het betreffende spoorvoertuig veilig de punt van het kruisstuk passeren.
Indien er uit de herberekening van stap 2 volgt dat er niet aan de gestelde limietwaarde wordt voldaan, geldt er een beperking voor het betreffende spoorvoertuig met betrekking tot het rijden door 1:9 en/of 1:10 Engelse wissels of kruisingen op de Nederlandse hoofdspoorweginfrastructuur. Het betreffende spoorvoertuig mag niet op trajecten met dergelijke Engelse wissels en kruisingen worden ingezet, ook niet met een verlaagde rijsnelheid.
Conclusie
Positief resultaat
Indien stap 3 van het stappenplan m.b.t. de analyse van het rechtdoor rijden door een 1:9 en 1:10 Engelse wissel of kruising wordt uitgevoerd, wordt er bewijsvoering aangeleverd, zie paragraaf 3.9.
Negatief resultaat
Indien het betreffende spoorvoertuig ook niet met een aangepaste aanloophoek ψtotaal en zijdelingse sliphoek x‰ aan de eisen voldoet, kan het spoorvoertuig alleen geschikt gemaakt worden voor het rechtdoor rijden door 1:9 en 1:10 Engelse wissels en kruisingen, door een aanpassing van de ontwerpvoertuigparameters (zoals bijvoorbeeld wieldiameter, wielprofiel, uitdraaistijfheid, stabiliteit en dergelijke).
3.9. Stap 3c. Voorwaarden rapportage na herberekening
Wanneer bij stap 3b de conclusie positief is, wordt er een rapportage opgesteld:
- •
Rapportage met een overzicht van de voor de beschouwing gebruikte invoergegevens, inclusief de documenten of tekeningen van het spoorvoertuig waarop de invoergegevens gebaseerd zijn, volgens stap 1 van het stappenplan. Daarnaast de onderbouwing van de aangepaste waardes voor de maximaal optredende aanloophoek ψtotaal en zijdelingse sliphoek x‰ in het spoor, en de berekende rekenresultaten van de volledige geometrische beschouwing volgens stap 2 van het stappenplan. De rapportage bevat daarnaast de achterliggende rapportages van de meetgegevens of de achterliggende rapportages van de simulatieresultaten, inclusief wijze van valideren van het simulatiemodel.