Einde inhoudsopgave
Richtlijn 2009/138/EG betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II)
Artikel 41 Algemene governancevereisten
Geldend
Geldend vanaf 28-01-2025
- Bronpublicatie:
27-11-2024, PbEU L 2025, 2025/2 (uitgifte: 08-01-2025, regelingnummer: 2025/2)
- Inwerkingtreding
28-01-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
27-11-2024, PbEU L 2025, 2025/2 (uitgifte: 08-01-2025, regelingnummer: 2025/2)
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Verzekeringsrecht / Algemeen
Verzekeringsrecht / Bijzondere onderwerpen
1.
De lidstaten schrijven voor dat alle verzekerings- en herverzekeringsondernemingen moeten beschikken over een doeltreffend governancesysteem dat voor een gezonde en prudente bedrijfsvoering zorgt.
Dit systeem bevat in elk geval een adequate transparante organisatiestructuur met een duidelijke verdeling en correcte scheiding van verantwoordelijkheden en een doeltreffend systeem voor de overdracht van informatie. Ook zorgt het ervoor dat de artikelen 42 tot en met 49 worden nageleefd.
Het governancesysteem wordt intern periodiek geëvalueerd. Die interne evaluatie omvat een beoordeling van de adequaatheid van de samenstelling, doeltreffendheid en interne governance van het bestuurlijk, beleidsbepalend of toezichthoudend orgaan, rekening houdend met de aard, omvang en complexiteit van de risico's die inherent zijn aan de bedrijfsactiviteiten van de onderneming.
Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen voeren een beleid in dat diversiteit in het bestuurlijk, beleidsbepalend of toezichthoudend orgaan bevordert, en stellen daarbij ook individuele kwantitatieve doelen met betrekking tot genderevenwicht.
De Eiopa vaardigt richtsnoeren uit over het begrip diversiteit waarmee rekening moet worden gehouden bij de selectie van leden van het bestuurlijk, beleidsbepalend of toezichthoudend orgaan.
2.
Het governancesysteem is proportioneel aan de aard, omvang en complexiteit van de verrichtingen van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming.
2 bis.
De lidstaten schrijven voor dat verzekerings- en herverzekeringsondernemingen verschillende personen aanstellen om de sleutelfuncties — de risicobeheerfunctie, de actuariële functie, de compliancefunctie en de interneauditfunctie — te vervullen, en dat elk van die functies onafhankelijk van de andere functies wordt uitgeoefend om belangenconflicten te vermijden.
Ingeval een onderneming op grond van artikel 29 ter als kleine en niet-complexe onderneming is ingedeeld of zij voorafgaande toestemming van de toezichthouder heeft verkregen op grond van artikel 29 quinquies, mogen de personen die belast zijn met de risicobeheerfunctie, de actuariële functie en de compliancefunctie ook een andere sleutelfunctie dan de interneauditfunctie of een andere functie vervullen, of lid zijn van het bestuurlijk, beleidsbepalend of toezichthoudend orgaan, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
- a)
potentiële belangenconflicten worden naar behoren beheerd;
- b)
de combinatie van functies of de combinatie van een functie met het lidmaatschap van het bestuurlijk, beleidsbepalend of toezichthoudend orgaan doet geen afbreuk aan het vermogen van de betrokkene om zijn of haar taken uit te voeren.
3.
Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen beschikken in elk geval voor het risicobeheer, de interne controle, de interne audit, de beloning en, indien van toepassing, voor uitbestedingen over schriftelijke beleidslijnen. Zij zorgen ervoor dat die beleidslijnen worden toegepast.
Die schriftelijke beleidslijnen worden ten minste eenmaal per jaar geëvalueerd. Ze worden vooraf door het bestuurlijk, beleidsbepalend of toezichthoudend orgaan goedgekeurd en ze worden aangepast bij een duidelijke wijziging van het betrokken systeem of gebied. Kleine en niet-complexe ondernemingen mogen een minder frequente evaluatie verrichten — uiterlijk om de vijf jaar — tenzij de toezichthoudende autoriteit op basis van de specifieke omstandigheden van die onderneming concludeert dat een frequentere evaluatie noodzakelijk is.
4.
Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen treffen redelijke maatregelen, waaronder de ontwikkeling van noodplannen, om voor continuïteit en regelmatigheid in de verrichting van hun werkzaamheden te zorgen. Te dien einde worden door de ondernemingen passende en evenredige systemen, middelen en procedures gebruikt, en met name netwerk- en informatiesystemen gecreëerd en beheerd overeenkomstig Verordening (EU) 2022/2554 van het Europees Parlement en de Raad (1).
5.
De toezichthoudende autoriteiten beschikken over passende middelen, methoden en bevoegdheden om het governancesysteem van de verzekerings- en herverzekeringsondernemingen te verifiëren en om zich openbarende risico's te evalueren die door deze ondernemingen worden geconstateerd en die hun financiële soliditeit kunnen aantasten.
De lidstaten zorgen ervoor dat de toezichthoudende autoriteiten over de nodige bevoegdheden beschikken om verbetering of versterking van het governancesysteem te kunnen eisen teneinde naleving van de in de artikelen 42 tot en met 49 neergelegde vereisten te waarborgen.
Voetnoten
Verordening (EU) 2022/2554 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022 betreffende digitale operationele weerbaarheid voor de financiële sector en tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1060/2009, (EU) nr. 648/2012, (EU) nr. 600/2014, (EU) nr. 909/2014 en (EU) 2016/1011 (PB L 333 van 27.12.2022, blz. 1).