Einde inhoudsopgave
Richtsnoeren inzake de toepasselijkheid van artikel 101 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op horizontale samenwerkingsovereenkomsten
9.5 Betrokkenheid van overheidsinstanties
Geldend
Geldend vanaf 21-07-2023
- Redactionele toelichting
De datum van afkondiging is de datum van het Publicatieblad.
- Bronpublicatie:
21-07-2023, PbEU 2023, C 259 (uitgifte: 21-07-2023, regelingnummer: 2023/C 259/01)
- Inwerkingtreding
21-07-2023
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
21-07-2023, PbEU 2023, C 259 (uitgifte: 21-07-2023, regelingnummer: 2023/C 259/01)
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / EU-mededingingsrecht
597
De betrokkenheid van overheids- of lokale instanties bij het sluiten van duurzaamheidsovereenkomsten, of het feit dat die instanties op de hoogte zijn van dergelijke overeenkomsten, is als zodanig geen reden om aan te nemen dat deze overeenkomsten voldoen aan artikel 101. Evenzo blijven dergelijke overeenkomsten onderworpen aan artikel 101 indien overheidsmaatregelen ondernemingen enkel aanmoedigen of het gemakkelijker maken om deel te nemen aan concurrentiebeperkende duurzaamheidsovereenkomsten, zonder ondernemingen hun autonomie te ontnemen (1).
598
De partijen bij een duurzaamheidsovereenkomst die de mededinging beperkt, zullen echter niet aansprakelijk worden gehouden op grond van artikel 101 als ze door overheidsinstanties gedwongen of verplicht worden om de overeenkomst te sluiten of wanneer de overheidsinstanties de gevolgen van de overeenkomst versterken (2).
Voetnoten
Arrest van het Hof van Justitie van 9 september 2003, CIF, C-198/01, ECLI:EU:C:2003:430, punt 56. Zie ook hoofdstuk 1, punt 19.
Arrest van het Hof van Justitie van 12 december 2013, SOA Nazionale Costruttori, C-327/12, ECLI:EU:C:2013:827, punt 38; arrest van het Hof van Justitie van 5 december 2006, Cipolla e.a., C-94/04 en C-202/04, ECLI:EU:C:2006:758, punt 47.