Einde inhoudsopgave
Wet op het financieel toezicht
Artikel 3A:19 Afwikkelingsmaatregel bijkantoren staten die geen lidstaat zijn
Geldend
Geldend vanaf 25-03-2026
- Bronpublicatie:
11-03-2026, Stb. 2026, 60 (uitgifte: 24-03-2026, kamerstukken: 36822)
- Inwerkingtreding
25-03-2026
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
16-03-2026, Stb. 2026, 61 (uitgifte: 24-03-2026, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Europees financieel recht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
1.
De Nederlandse Bank kan besluiten tot het toepassen van een afwikkelingsmaatregel, afschrijving en omzetting van relevante kapitaalinstrumenten en in aanmerking komende passiva als bedoeld in artikel 3A:17, afdeling 3A.1.4 of artikel 21 van de verordening gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme en tot een opschorting als bedoeld in paragraaf 3A.1.3.2 ten aanzien van een bijkantoor van een bank of beleggingsonderneming met zetel in een staat die geen lidstaat is, indien wordt voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 96 van de richtlijn herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen.
2.
Ter voorbereiding van een besluit als bedoeld in het eerste lid, wordt een waardering verricht, overeenkomstig artikel 36, eerste tot en met dertiende lid, van de richtlijn herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen, van de activa en passiva waarop de voorgenomen maatregelen bedoeld in het eerste lid zien.