Einde inhoudsopgave
Verordening (EG) nr. 6/2002 betreffende Uniemodellen
Artikel 51 Afstand
Geldend
Geldend van 08-12-2024 tot 01-07-2026
- Redactionele toelichting
Wordt toegepast vanaf 01-05-2025. Gecorrigeerd via een rectificatie (PbEU L, 2025/91037).
- Bronpublicatie:
23-10-2024, PbEU L 2024, 2024/2822 (uitgifte: 18-11-2024, regelingnummer: 2024/2822)
- Inwerkingtreding
08-12-2024
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
23-10-2024, PbEU L 2024, 2024/2822 (uitgifte: 18-11-2024, regelingnummer: 2024/2822)
- Vakgebied(en)
Intellectuele-eigendomsrecht / Modellen- en merkenrecht
1.
De houder stelt het Bureau schriftelijk in kennis van de afstand van een ingeschreven Uniemodel. De afstand gaat pas in na inschrijving in het register.
2.
Indien er afstand wordt gedaan van een Uniemodel waarvan de publicatie is opgeschort, wordt dit geacht van bij de aanvang de in deze verordening bedoelde rechtsgevolgen niet te hebben gehad.
3.
De afstand wordt slechts ingeschreven met toestemming van de houder van een in het register ingeschreven recht. Indien een licentie is ingeschreven, wordt de afstand pas in het register ingeschreven nadat de houder van het ingeschreven Uniemodel heeft aangetoond dat de licentiehouder vooraf in kennis is gesteld van het voornemen van de houder om afstand te doen. De inschrijving van de afstand vindt plaats na afloop van de termijn van drie maanden na de datum waarop de houder het Bureau de zekerheid heeft gegeven dat de licentiehouder in kennis is gesteld van het voornemen om van het model afstand te doen, of vóór het verstrijken van die termijn, zodra de houder aantoont dat de licentiehouder toestemming heeft verleend.
4.
Indien op grond van artikel 15 bij een bevoegde rechter of autoriteit een procedure inzake het recht op een ingeschreven Uniemodel is ingesteld, schrijft het Bureau de afstand slechts in het register in wanneer de eiser hiermee heeft ingestemd.
5.
Indien niet aan de voorschriften betreffende de afstand zoals vermeld in dit artikel en de op grond van artikel 51 bis vastgestelde uitvoeringshandelingen wordt voldaan, deelt het Bureau de gebreken mee aan de houder van het recht die de afstand verklaart. Indien de gebreken niet binnen de door het Bureau gestelde termijn worden verholpen, voert het Bureau de afstand niet in het register in.