Einde inhoudsopgave
Verordening (EU) nr. 648/2012 betreffende otc-derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters
Artikel 3 Intragroeptransacties
Geldend
Geldend vanaf 24-12-2024
- Redactionele toelichting
Gecorrigeerd via een rectificatie (PbEU L, 2025/90543). Wordt toegepast vanaf 24-12-2024.
- Bronpublicatie:
27-11-2024, PbEU L 2024, 2024/2987 (uitgifte: 04-12-2024, regelingnummer: 2024/2987)
- Inwerkingtreding
24-12-2024
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
27-11-2024, PbEU L 2024, 2024/2987 (uitgifte: 04-12-2024, regelingnummer: 2024/2987)
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
1.
Met betrekking tot een niet-financiële tegenpartij wordt onder een intragroeptransactie verstaan een otc-derivatencontract dat wordt gesloten met een andere tegenpartij die deel uitmaakt van dezelfde groep, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan:
- a)
beide tegenpartijen zijn opgenomen in dezelfde volledige consolidatie en zijn onderworpen aan passende gecentraliseerde risicobeoordelings-, meet- en controleprocedures, en
- b)
die andere tegenpartij is gevestigd in de Unie of, indien zij in een derde land gevestigd is, dat derde land is niet aangemerkt uit hoofde van lid 4 of uit hoofde van de op grond van lid 5 vastgestelde gedelegeerde handelingen.
2.
Met betrekking tot een financiële tegenpartij wordt onder een intragroeptransactie verstaan:
- a)
een otc-derivatencontract dat wordt gesloten met een andere tegenpartij die deel uitmaakt van dezelfde groep, mits aan alle volgende voorwaarden is voldaan:
- i)
de financiële tegenpartij is gevestigd in de Unie of, indien zij in een derde land gevestigd is, dat derde land is niet aangemerkt uit hoofde van lid 4 of uit hoofde van de op grond van lid 5 vastgestelde gedelegeerde handelingen;
- ii)
de andere tegenpartij is een financiële tegenpartij, een financiële holding, een financiële instelling, of een nevendiensten verrichtende onderneming waarop passende prudentiële vereisten van toepassing zijn;
- iii)
beide tegenpartijen zijn op volledige basis opgenomen in dezelfde consolidatie, en
- iv)
beide tegenpartijen zijn onderworpen aan passende gecentraliseerde risicobeoordelings-, meet- en controleprocedures;
- b)
een otc-derivatencontract dat wordt gesloten met een andere tegenpartij waarbij beide tegenpartijen behoren tot hetzelfde institutioneel protectiestelsel, als bedoeld in artikel 113, lid 7, van Verordening (EU) nr. 575/2013, mits de voorwaarde als bedoeld in punt a), ii), van dit lid is vervuld;
- c)
een otc-derivatencontract dat wordt gesloten tussen kredietinstellingen die zijn aangesloten bij hetzelfde centraal orgaan, of tussen een dergelijke kredietinstelling en dat centraal orgaan als bedoeld in artikel 10, lid 1 van Verordening (EU) nr. 575/2013;
- d)
een otc-derivatencontract dat wordt gesloten met een niet-financiële tegenpartij die deel uitmaakt van dezelfde groep, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan:
- i)
beide tegenpartijen bij het derivatencontract zijn opgenomen in dezelfde volledige consolidatie en zijn onderworpen aan passende gecentraliseerde risicobeoordelings-, meet- en controleprocedures, en
- ii)
de niet-financiële tegenpartij is gevestigd in de Unie of, indien zij in een derde land gevestigd is, dat derde land is niet aangemerkt op grond van lid 4 of uit hoofde van de op grond van lid 5 vastgestelde gedelegeerde handelingen.
3.
Voor de toepassing van dit artikel worden tegenpartijen geacht in dezelfde consolidatie te zijn opgenomen wanneer beide tegenpartijen:
- a)
in een consolidatie zijn opgenomen overeenkomstig Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en de Raad (1) of in overeenstemming met de Internationale Standaarden voor financiële verslaglegging (IFRS) die zijn vastgesteld op grond van Verordening (EG) nr. 1606/2002 dan wel, wanneer het een groep betreft waarvan de moederonderneming haar hoofdkantoor in een derde land heeft, overeenkomstig de algemeen aanvaarde boekhoudbeginselen van een derde land die worden geacht gelijkwaardig te zijn aan de IFRS in overeenstemming met Verordening (EG) nr. 1569/2007 van de Commissie (2) of overeenkomstig de boekhoudkundige normen van een derde land waarvan het gebruik is toegestaan op grond van artikel 4 van die verordening, of
- b)
gedekt worden door hetzelfde geconsolideerde toezicht overeenkomstig Richtlijn 2013/36/EU dan wel, in verband met een groep waarvan de moederonderneming haar hoofdkantoor in een derde land heeft, hetzelfde geconsolideerde toezicht door een bevoegde autoriteit van een derde land geverifieerd als gelijkwaardig aan het geconsolideerde toezicht dat is onderworpen aan de beginselen van artikel 127 van die richtlijn.
4.
Voor de toepassing van dit artikel komen transacties met tegenpartijen die in een van de volgende derde landen zijn gevestigd, niet in aanmerking voor de vrijstellingen voor intragroeptransacties:
- a)
indien het derde land een derde land met een hoog risico is zoals bedoeld in artikel 9 van Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad (3)
- b)
indien het derde land is opgenomen in de meest recente versie van bijlage I bij de conclusies van de Raad over de herziene EU-lijst van jurisdicties die niet-coöperatief zijn op belastinggebied.
5.
Indien zulks nodig is omdat er problemen zijn vastgesteld in het juridisch, toezichthoudend en handhavingskader van een derde land en indien die problemen leiden tot hogere risico's, waaronder het tegenpartijkredietrisico en juridisch risico, is de Commissie bevoegd overeenkomstig artikel 82 gedelegeerde handelingen ter aanvulling van deze verordening vast te stellen om de derde landen te identificeren waarvan de entiteiten niet in aanmerking mogen komen voor de vrijstellingen voor intragroeptransacties, ondanks het feit dat die derde landen niet in de lijst in lid 4 van dit artikel zijn opgenomen.
Voetnoten
Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en van de Raad van 26 juni 2013 betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen, tot wijziging van Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad (PB L 182 van 29.6.2013, blz. 19).
Verordening (EG) nr. 1569/2007 van de Commissie van 21 december 2007 waarbij ter uitvoering van de Richtlijnen 2003/71/EG en 2004/109/EG van het Europees Parlement en de Raad een mechanisme wordt opgezet voor het nemen van een besluit over de gelijkwaardigheid van standaarden voor jaarrekeningen die door effectenuitgevende instellingen van derde landen worden toegepast (PBL 340 van 22.12.2007, p. 66).
Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2006/70/EG van de Commissie (PB L 141 van 5.6.2015, blz. 73, ELI: http://data. europa.eu/eli/dir/2015/849/oj).