Einde inhoudsopgave
Noodwet financieel verkeer
Artikel 26
Geldend
Geldend vanaf 24-07-1978
[Red.: Ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van de minister-president, dit artikel in werking worden gesteld.]
Onze Minister is bevoegd — zo nodig in afwijking van andere wettelijke regelingen — voorschriften te geven ten aanzien van de financiële betrekkingen met het buitenland, alsmede ten aanzien van het vorderen van gouden munten, fijn goud, alliages van goud (onbewerkt of halffabrikaat) en buitenlandse activa van ingezetenen. Tenzij bijzondere omstandigheden dit naar zijn oordeel onmogelijk maken, oefent hij deze bevoegdheden niet uit dan in overeenstemming met Onze Ministers van Buitenlandse Zaken, van Economische Zaken en van Landbouw en Visserij.