Einde inhoudsopgave
Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies
Artikel 4.10.3 Hoogte subsidie
Geldend
Geldend van 04-06-2025 tot 01-01-2028
- Bronpublicatie:
25-05-2025, Stcrt. 2025, 18366 (uitgifte: 03-06-2025, regelingnummer: WJZ/ 97724935)
- Inwerkingtreding
04-06-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
25-05-2025, Stcrt. 2025, 18366 (uitgifte: 03-06-2025, regelingnummer: WJZ/ 97724935)
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Bestuursrecht algemeen / Bijzondere onderwerpen bestuursrecht
1.
De subsidie bedraagt ten hoogste 30% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 30.000.000 per project als bedoeld in artikel 4.10.2, met dien verstande dat dit percentage wordt verhoogd met:
- a.
20 procentpunten, indien de aanvrager een kleine onderneming is;
- b.
10 procentpunten, indien de aanvrager een middelgrote onderneming is.
2.
Onverminderd het eerste lid bedraagt de subsidie voor de aanleg of uitbreiding van één of meer wijkdistributienetten als bedoeld in artikel 4.10.2, eerste lid, niet meer dan de optelsom van het aantal in de wijkdistributienetten te realiseren kleinverbruikersaansluitingen voor bestaande bouw maal € 7.000.
3.
Onverminderd het eerste lid bedraagt de subsidie voor de aanleg of uitbreiding van een primair warmtenet of een systeem voor thermische opslag, niet meer dan de optelsom van het aantal te realiseren kleinverbruikersaansluitingen voor bestaande bouw maal € 4.000.
4.
De maximale hoogte van de subsidie, bedoeld in de vorige leden, is inclusief de loonkosten en kosten derden.
5.
Bijdragen van gemeenten, provincies, waterschappen of openbare lichamen als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen of van een ander bestuursorgaan, worden aangemerkt als publieke cofinanciering, en blijven bij de toepassing van artikel 6, eerste lid, van het besluit buiten beschouwing bij de berekening van het maximumbedrag dat krachtens deze titel per project kan worden verstrekt.