Einde inhoudsopgave
Regeling op het notarisambt
Artikel 9
Geldend
Geldend vanaf 01-01-2015
- Bronpublicatie:
19-11-2014, Stcrt. 2014, 33807 (uitgifte: 27-11-2014, regelingnummer: 581003)
- Inwerkingtreding
01-01-2015
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
19-11-2014, Stcrt. 2014, 33807 (uitgifte: 27-11-2014, regelingnummer: 581003)
- Vakgebied(en)
Juridische beroepen / Notaris
Juridische beroepen / Tuchtrecht
Als gebeurtenis in de zin van artikel 8 van deze regeling worden aangemerkt:
- 1.
Wijzigingen in de notarisorganisatie met gevolgen voor de continuïteit.
- 2.
Langdurige buitengewone omstandigheden die de persoon van de notaris betreffen, waaronder:
- a.
afwezigheid in verband met arbeidsongeschiktheid waardoor de continuïteit gevaar kan lopen;
- b.
ontstentenis door een andere reden van persoonlijke aard al dan niet buiten de wil van de notaris, waaronder de situatie dat de notaris wegens zijn lichamelijke of geestelijke toestand niet in staat is tot het behoorlijk verrichten van zijn werkzaamheden.
- 3.
Risico's inzake de bewaringspositie. Hieronder valt in ieder geval de aanwezigheid van een negatieve bewaringspositie.
- 4.
Gebeurtenissen die van nadelige invloed kunnen zijn op de solvabiliteit en/of liquiditeit, ten aanzien van de notarisorganisatie en/of de notaris privé. In ieder geval als sprake is van de aanwezigheid van een negatieve liquiditeits- en/of solvabiliteitspositie, ten aanzien van de notarisorganisatie en/of de notaris privé.
En tevens in geval van:
- a.
opzegging van krediet-(faciliteiten) of betalingsregeling door de kredietverstrekker;
- b.
claims, zowel civiele, strafrechtelijke als fiscale claims/dwangsommen, disputen of geschillen van grote financiële omvang of met een impact die de stabiliteit van het kantoor mogelijk kan schaden (verzekeringsplicht);
- c.
betalingsachterstand van meer dan zes maanden na de opeisbaarheid van een vordering.
- 5.
Overige gebeurtenissen die van invloed kunnen zijn op de financiële positie van de notarisorganisatie en/of de notaris privé:
- a.
omzetafhankelijkheid van één (on)middellijke opdrachtgever, dat wil zeggen dat 30% of meer van de omzet door één (on)middellijke opdrachtgever wordt gegenereerd;
- b.
een aangifte van een strafbaar feit tegen een notaris die verband houdt met zijn ambtsuitoefening;
- c.
aanwijzingen of vermoedens van fraude of malversaties met betrokkenheid van een (of meer) personen werkzaam binnen de notarisorganisatie.
- d.
een verstrekking aan de autoriteiten op grond van artikel 25, achtste of negende lid, van de wet.