Einde inhoudsopgave
Ministeriële regeling formeel belastingrecht [Curaçao]
Artikel 4.8
Geldend
Geldend vanaf 31-05-2013. Let op: treedt met terugwerkende kracht in werking vanaf 01-05-2013
- Bronpublicatie:
28-05-2013, Publicatieblad van Curaçao 2013, 63 (uitgifte: 31-05-2013, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Inwerkingtreding
31-05-2013, terugwerkend tot: 01-05-2013
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
28-05-2013, Publicatieblad van Curaçao 2013, 63 (uitgifte: 31-05-2013, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Belastingen overzeese Koninkrijksdelen / Curaçao
1.
Indien het aan opzet dan wel grove schuld van de belastingplichtige te wijten is dat, met betrekking tot een belasting welke bij wege van aanslag wordt geheven, de aanslag te laag is vastgesteld of anderszins te weinig belasting is geheven legt de inspecteur een boete op van 25%) van de in artikel 20, tweede lid, van de Algemene landsverordening Landsbelastingen omschreven grondslag voor de boete ingeval van grove schuld dan wel 50% ingeval van opzet.
2.
Indien het aan opzet dan wel grove schuld van de belastingplichtige of de inhoudingsplichtige te wijten is dat, met betrekking tot een belasting welke op aangifte moet worden voldaan of afgedragen niet, gedeeltelijk niet dan wel niet tijdig is betaald, legt de Inspecteur ten boete op van 25% van de in artikel 21, tweede lid, van de Algemene landsverordening Landsbelastingen omschreven grondslag voor de boete ingeval van grove schuld dan wel 50% ingeval van opzet.
3.
De Inspecteur legt in geval er sprake is van opzet waarbij de ernst van de gedraging tot een hogere boete dan die in het eerste of tweede lid aanleiding geeft, een boete op van 100%. Hiertoe is in elk geval aanleiding indien sprake is van ernstige en verhoudingsgewijs omvangrijke fraude.
4.
In geval van recidive wordt de vergrijpboete bij grove schuld verhoogd tot 50% en de vergrijpboete bij opzet tot 100%. Van recidive is sprake indien aan de belastingplichtige of de inhoudingsplichtige voor hetzelfde belastingmiddel in de periode van vijf jaren voorafgaand aan de door de Inspecteur op te leggen vergrijpboete reeds eerder een vergrijpboete is opgelegd, een transactie is voldaan, dan wel strafoplegging heeft plaatsgevonden.
5.
Indien op grond van een samenhangend complex van feiten over enig belastingjaar terzake van meerdere belastingmiddelen aanslagen met een vergrijpboete worden opgelegd die uiteindelijk drukken op één belastingplichtige of inhoudingsplichtige, wordt de hoogste boete gehandhaafd en worden de overige boeten elk verminderd tot de helft.