Einde inhoudsopgave
Regeling beoordelingsnormen en bijbehorende scores centraal examen VO
Bijlage 2
Geldend
Geldend vanaf 20-03-2025
- Bronpublicatie:
10-03-2025, Stcrt. 2025, 9407 (uitgifte: 19-03-2025, regelingnummer: CvTE-25.00544)
- Inwerkingtreding
20-03-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
10-03-2025, Stcrt. 2025, 9407 (uitgifte: 19-03-2025, regelingnummer: CvTE-25.00544)
- Vakgebied(en)
Onderwijsrecht / Voortgezet onderwijs
bij de Regeling beoordelingsnormen en bijbehorende scores centraal examen, van 9 februari 2015, nummer CvTE-15.00617
Inrichting correctievoorschrift centraal schriftelijk en praktisch examen vmbo.
Het correctievoorschrift bestaat uit:
- 1.
Regels voor de beoordeling
- 2.
Algemene regels
- 3.
Vakspecifieke regels (indien van toepassing)
- 4.
Beoordelingsmodel
- 5.
Berekening cijfer
1. Regels voor de beoordeling
Het werk van de kandidaten wordt beoordeeld met inachtneming van de artikelen 3.21 en 3.24 tot en met 3.27 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020.
Voorts heeft het College voor Toetsen en Examens op grond van artikel 2, tweede lid, onderdeel d, van de Wet College voor toetsen en examens de Regeling beoordelingsnormen en bijbehorende scores centraal examen vastgesteld.
Voor de beoordeling zijn de volgende passages van de artikelen 3.21 en 3.24 tot en met 3.27 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020 van belang:
- 1.
De directeur doet een exemplaar van de opdrachten en de beoordelingsnormen van het examen toekomen aan de examinator.
- 2.
Deze beoordeelt de prestaties, voor zover van toepassing tijdens het maken van de praktijkopdrachten, volgens de door het College voor Toetsen en Examens gegeven richtlijn en legt zijn bevindingen schriftelijk vast in het beoordelingsschema (4.1).
- 3.
De door de directeur aangewezen tweede examinator beoordeelt het resultaat van de praktijkopdrachten, alsmede de verrichtingen van de kandidaat zoals blijkend uit de in het vorige lid bedoelde schriftelijke vastlegging daarvan. De directeur overhandigt de tweede examinator daartoe een exemplaar van de opdrachten en de beoordelingsnormen.
- 4.
De examinator en de tweede examinator stellen in onderling overleg de score vast.
- 5.
De examinator zendt de score en voor zover mogelijk het beoordeelde werk aan de directeur.
2. Algemene regels
Voor de beoordeling van het examenwerk zijn de volgende bepalingen uit de regeling van het College voor Toetsen en Examens van toepassing:
- 1.
De examinator vermeldt op het beoordelingsschema de namen en/of nummers van de kandidaten, het aan iedere kandidaat voor iedere opdracht toegekende aantal scorepunten en het totaal aantal scorepunten van iedere kandidaat.
- 2.
De examinator kent voor een prestatie scorepunten toe in overeenstemming met het beoordelingsmodel. Wijzigen, weglaten of toevoegen van onderdelen van het beoordelingsmodel is niet toegestaan. Scorepunten zijn alleen de gehele getallen 0, 1, .., n, waarbij n het maximaal te behalen aantal scorepunten voor een opdracht is. Andere scorepunten die geen gehele getallen zijn, of een score minder dan 0 zijn niet geoorloofd.
- 3.
Scorepunten worden toegekend met inachtneming van de volgende regels:
- 3.1.
voor een volledig juiste prestatie wordt bij de desbetreffende opdracht het maximaal te behalen aantal scorepunten toegekend;
- 3.2.
indien een prestatie gedeeltelijk juist is, wordt indien het beoordelingsmodel dit toelaat, een deel van de te behalen scorepunten toegekend in overeenstemming met het beoordelingsmodel;
- 3.3.
indien een andere prestatie is geleverd dan aangegeven in het beoordelingsmodel en deze is aantoonbaar vakinhoudelijk juist of gedeeltelijk juist worden scorepunten toegekend naar analogie van het beoordelingsmodel;
- 3.4.
indien in het beoordelingsmodel verschillende mogelijkheden zijn opgenomen, gescheiden door het teken /, gelden deze mogelijkheden als verschillende formuleringen van eenzelfde prestatie.
- 4.
Mocht tijdens het examen een hulpmiddel niet werken en dit is niet te wijten aan het verkeerd gebruik door de kandidaat dan mag dat geen invloed hebben op de beoordeling van de kandidaat. De kandidaat mag daar in tijd en scorepunten niet door benadeeld worden.
- 5.
Indien de examinator voor het begin van het examen meent dat in het examen of in het beoordelingsmodel een fout of onvolkomenheid zit, deelt hij dit onverwijld mee aan het College voor Toetsen en Examens.
Indien een vermeende fout of onvolkomenheid pas tijdens de afname blijkt, beoordeelt de examinator het werk van de kandidaten alsof het examen en beoordelingsmodel juist zijn. Hij kan de fout of onvolkomenheid dan alsnog mededelen aan het College voor Toetsen en Examens.
Het is niet toegestaan zelfstandig af te wijken van het beoordelingsmodel. Met een eventuele fout wordt bij de definitieve vaststelling van de normering van het examen rekening gehouden (zie ook 5 Berekening cijfer).
- 6.
Als een onvolkomen prestatie in een onderdeel van het examen doorwerkt in een daaropvolgend gedeelte, mag alleen die onvolkomen prestatie en niet de verdere uitwerking daarvan worden aangerekend, tenzij daardoor het volgende gedeelte aanzienlijk wordt vereenvoudigd of tenzij in het beoordelingsmodel anders is vermeld.
- 7.
Scorepunten worden toegekend op grond van de door de kandidaat geleverde prestaties voor iedere opdracht. Er worden geen scorepunten vooraf gegeven.
3. Vakspecifieke regels
Voor het centraal schriftelijk en praktisch examen kunnen vakspecifieke regels worden vastgesteld.
Zie hiervoor bijlage 4.
4. Beoordelingsmodel
Het beoordelingsmodel bestaat uit twee delen: het beoordelingsschema (paragraaf 4.1) en de toelichting bij het beoordelingsschema (paragraaf 4.2).
In (de toelichting bij) het beoordelingsschema staan:
- •
de scores per vraag;
- •
de juiste antwoorden bij de minitoetsen;
- •
de uitwerking van schriftelijke en ICT-opdrachten;
- •
mondelinge vragen met hun correctievoorschrift die niet in het beoordelingsschema opgenomen zijn.
Zie verder bijlage 4.
5. Berekening cijfer
Het cijfer voor het cspe wordt als volgt verkregen.
De examinator en de tweede examinator stellen in onderling overleg de score vast. Deze score wordt meegedeeld aan de directeur.
De directeur stelt het cijfer voor het cspe vast op basis van de regels voor omzetting van score naar cijfer.