Einde inhoudsopgave
Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers
Artikel 2.2.10 Ter beschikking gestelde auto
Geldend
Geldend vanaf 14-05-2022. Let op: treedt met terugwerkende kracht in werking vanaf 28-03-2019
- Bronpublicatie:
26-04-2022, Stb. 2022, 178 (uitgifte: 13-05-2022, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Inwerkingtreding
14-05-2022, terugwerkend tot: 28-03-2019
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
26-04-2022, Stb. 2022, 178 (uitgifte: 13-05-2022, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Ambtenarenrecht / Bijzondere onderwerpen
Staatsrecht / Decentralisatie
1.
Gedeputeerde staten kunnen aan de commissaris of de gedeputeerde ten laste van de provincie een auto ter beschikking stellen, daaronder begrepen een auto voor gemeenschappelijk gebruik of een auto op afroep van een daartoe door de provincie gecontracteerde vervoerder.
2.
Een ter beschikking gestelde auto, met uitzondering van een auto voor gemeenschappelijk gebruik en een auto op afroep als bedoeld in het eerste lid, kan worden gebruikt voor zowel zakelijke als bestuurlijke doeleinden.
3.
Onder gebruik voor zakelijke doeleinden wordt in dit artikel en de daarop berustende bepalingen verstaan gebruik dat voor de toepassing van artikel 13bis van de Wet op de loonbelasting 1964 en de daarop berustende bepalingen niet als gebruik voor privédoeleinden wordt aangemerkt.
4.
Onder gebruik voor bestuurlijke doeleinden wordt in dit artikel en de daarop berustende bepalingen verstaan gebruik in het kader van de uitoefening van nevenfuncties, waarvan de uitoefening door de commissaris of gedeputeerde naar het oordeel van gedeputeerde staten in het belang van de provincie is.
5.
Gedeputeerde staten kunnen bij de terbeschikkingstelling van een auto, niet zijnde een auto voor gemeenschappelijk gebruik of een auto op afroep als bedoeld in het eerste lid, bepalen dat deze door de commissaris of de gedeputeerde ook voor andere dan zakelijke of bestuurlijke doeleinden mag worden gebruikt.
6.
Indien de commissaris of de gedeputeerde een aan hem ter beschikking gestelde auto uitsluitend gebruikt voor zakelijke en bestuurlijke doeleinden en hij voor het gebruik van die auto loon- of inkomstenbelasting verschuldigd is, wordt deze belastingheffing ten laste van de provincie aan hem vergoed.
7.
Voor zover de commissaris of de gedeputeerde een aan hem ter beschikking gestelde auto gebruikt voor zakelijke en bestuurlijke doeleinden, worden vergoedingen van derden in verband met het gebruik van die auto in de provinciekas gestort.
8.
De commissaris of de gedeputeerde betaalt voor het gebruik van de aan hem ter beschikking gestelde auto voor andere dan zakelijke of bestuurlijke doeleinden een eigen bijdrage per maand aan de provincie.
9.
Indien aan de commissaris of de gedeputeerde een auto, niet zijnde een auto voor gemeenschappelijk gebruik of een auto op afroep als bedoeld in het eerste lid, ter beschikking is gesteld, heeft hij geen aanspraak op vergoeding als bedoeld in artikel 2.2.7, tweede lid, onder b, en vergoeding van kosten voor woon-werkverkeer en reiskosten als bedoeld in artikel 2.2.9, eerste lid.
10.
Voor zover de commissaris of de gedeputeerde gebruik maakt van een auto voor gemeenschappelijk gebruik of een auto op afroep als bedoeld in het eerste lid, heeft hij geen aanspraak op vergoeding als bedoeld in artikel 2.2.7, tweede lid, onder b, en vergoeding van kosten voor woon-werkverkeer en reiskosten als bedoeld in artikel 2.2.9, eerste lid.
11.
Onze Minister stelt nadere regels over de voorwaarden voor de ter beschikkingstelling van een auto en het gebruik daarvan, alsmede over de hoogte van de eigen bijdrage, bedoeld in het achtste lid.