Einde inhoudsopgave
Besluit bouwwerken leefomgeving
Artikel 3.143 (kooldioxidemeter)
Geldend
Geldend vanaf 01-07-2025
- Bronpublicatie:
25-11-2024, Stb. 2024, 368 (uitgifte: 29-11-2024, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Inwerkingtreding
01-07-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
25-11-2024, Stb. 2024, 368 (uitgifte: 29-11-2024, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Omgevingsrecht / Algemeen
Omgevingsrecht / Omgevingswet
1.
Een verblijfsruimte in een onderwijsfunctie voor basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, voortgezet onderwijs als bedoeld in de Wet voortgezet onderwijs 2020 of speciaal onderwijs, voortgezet speciaal onderwijs of speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra heeft een kooldioxidemeter.
2.
De kooldioxidemeter:
- a.
functioneert continu op:
- 1°
de gangbare elektrische netspanning, waarbij een tijdelijke onderbreking van de elektrische aansluiting de ingestelde signaalniveaus niet verstoort; of
- 2°
een elektrische voeding met een signaalfunctie als de capaciteit van die voeding een minimumniveau heeft bereikt;
- b.
kalibreert zichzelf automatisch;
- c.
heeft ten minste een CO2-meetfunctie met:
- 1°
een meetbereik van ten minste 300 tot 5.000 ppm;
- 2°
een bedrijfstemperatuur van 0 – 50 °C;
- 3°
een nauwkeurigheid in temperatuurbereik van +15 tot + 35 °C:
- i.
bij een CO2-waarde van 300–1.000 ppm: < 10% van meetwaarde; en
- ii.
bij een CO2-waarde van 1.000–5.000 ppm: < 100 ppm; en
- 4°
een resolutie van 1 ppm;
- d.
waarschuwt tijdig voor ventilatieproblemen door middel van een duidelijke indicatie over de mate waarin de ruimte wordt geventileerd; en
- e.
heeft drie signaalniveaus met een eigen kleurcode:
- 1°
een CO2-concentratie van minder dan 1.001 ppm;
- 2°
een CO2-concentratie van 1.001 tot en met 1.400 ppm; en
- 3°
een CO2-concentratie van meer dan 1.400 ppm.